Nierstenen door geneesmiddelen
De meeste nierstenen worden niet veroorzaakt door toediening van een geneesmiddel; toch
zijn er een aantal geneesmiddelen die nierstenen kunnen geven. In
La Revue Prescrire
[
20
: 434-437
(2000
)]
werd een artikel gepubliceerd over dit onderwerp. Sommige
geneesmiddelen kunnen zelf bestanddeel zijn van een niersteen, andere geneesmiddelen
begunstigen de vorming van nierstenen door de eigenschappen van de urine te wijzigen.
-
Indinavir, een protease-inhibitor. De evolutie is in het algemeen gunstig, met
uitstoten van de steen. Het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelen-bewaking ontving
daarover 3 meldingen.
-
Sulfamiden. Van de sulfamiden is sulfadiazine de laatste jaren het meest
frequent in verband gebracht met nierstenen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het
toegenomen gebruik ervan, met name bij de behandeling van cerebrale toxoplasmose bij
patiënten geïnfecteerd met het HIV-virus. Alkalinisering van de urine met
natriumwaterstofcarbonaat is meestal doeltreffend.
-
Triamtereen, meestal na meerdere jaren behandeling.
- Meerdere
antacida, meestal na langdurige behandeling.
- Nierstenen zijn zelden gerapporteerd met
allopurinol, fenazopyridine en
sulindac.
-
Inhibitoren van het koolzuuranhydrase. Talrijke gevallen zijn gerapporteerd
met acetazolamide. De tijdsspanne tussen starten van de behandeling en optreden van de
nierstenen is variabel. Acetazolamide veroorzaakt veranderingen van urinaire pH en
ionensamenstelling, wat de precipitatie van calciumfosfaat bevordert. Ook met
dorzolamide dat in het oog wordt toegepast, en met topiramaat, een nieuw
anti-epilepticum en eveneens inhibitor van het koolzuuranhydrase, zijn enkele gevallen
van nierstenen gerapporteerd.
-
Calcium en vitamine D kunnen, vooral bij hoge dosis, hypercalcemie en
hypercalciurie veroorzaken, met risico van nierstenen. Bij langdurige behandeling en/of
in geval van nierfalen is het aanbevolen de calciurie te volgen.
-
Benzbromaron, een uricosuricum, begunstigt de vorming van urinezuurstenen.
Indien een geneesmiddel waarvoor een risico van nierstenen bekend is, wordt voorgeschreven
of afgeleverd, moet de patiënt daarover geïnformeerd worden, en moet hem aanbevolen
worden minstens anderhalve liter vocht per dag te drinken.
|