Ziekte van Lyme, een update

 
Abstract

Recent publiceerde de Belgische Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid (BAPCOC), in samenspraak met de Belgische Vereniging voor Infectiologie en Klinische Microbiologie, een document over de ziekte van Lyme (syn. Lyme-borreliose of kortweg borreliose), gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke onderbouwing. Serologische en klinische opvolging geven aan dat het aantal gevallen van ziekte van Lyme de laatste 10 jaar tamelijk stabiel is gebleven. Primaire preventie door het vermijden van tekenbeten is de beste profylaxe; slechts in uitzonderlijke gevallen zijn antibiotica nuttig in de profylaxe. Bij klinische manifestaties van ziekte van Lyme zijn antibiotica steeds aangewezen. Voor de diagnosestelling is de klinische en epidemiologische context essentieel, vooral in de vroegtijdige vormen van de ziekte. Voor de diagnose van laattijdige vormen van ziekte van Lyme zijn, naast de klinische manifestaties, serologie en analyse van het cerebrospinale vocht (i.v.m. neuroborreliose) bepalend.

De richtlijn van BAPCOC over de ziekte van Lyme (synoniem Lyme-borreliose of kortweg borreliose)1 werd ontwikkeld naar aanleiding van een controverse rond "chronische ziekte van Lyme", een concept dat niet duidelijk is gedefinieerd, en soms wordt aangepakt met langdurige antibioticakuren, vaak met verschillende antibiotica: er is daarvoor geen wetenschappelijke onderbouwing, en antibiotherapie geeft soms ernstige ongewenste effecten.

1De richtlijn is beschikbaar op de BAPCOC website ( http://overlegorganen.gezondheid.belgie.be/nl/search/site/lyme ).

 

1. Transmissie en epidemiologie

Borrelia burgdorferi, de spirocheet verantwoordelijk voor de ziekte van Lyme, wordt overgedragen op de mens door de beet van een geïnfecteerde teek. Het risico van besmetting met Borrelia burgdorferi na een tekenbeet wordt beïnvloed door verschillende factoren: de duur van de aanwezigheid van de teek op de huid van de gastheer (minstens 12 à 24 uur), de densiteit van de teken in de streek waar men woont, de aanwezigheid van Borrelia bij de teken (gemiddeld 13,7% in Europa, maar met grote variatie en in sommige gebieden boven 20 à 30%), het klimaat, het type vegetatie alsook het gedrag van de gastheer (buitenactiviteiten). Van mei tot oktober is het risico op tekenbeten en op besmetting in België het grootst. Lyme-borreliose komt in België vooral voor bij inwoners uit de regio van Leuven, de Kempen en de Ardennen, streken waar ook de meeste teken zijn. Studies in de periode van 2003-2004 en 2008-2009 bij het netwerk van peilpraktijken tonen allebei 18,6 consultaties voor tekenbeten per 10.000 personen. Uit verdere analyses kan geschat worden dat er in België in 2003 ongeveer 8.300 en in 2009 ongeveer 9.000 gevallen van erythema migrans, het vroege gelokaliseerde stadium van ziekte van Lyme, waren (verschil niet statistisch significant). Serologische en klinische opvolging geven aan dat het aantal gevallen van ziekte van Lyme de laatste 10 jaar tamelijk stabiel is gebleven.

 

2. Preventie en medicamenteuze profylaxe

  • Bij buitenactiviteiten, meer bepaald tijdens de risicoperiode, kan men best tekenbeten vermijden door bedekkende kledij te dragen (lange broek, kousen, lange mouwen,...), en op de onbedekte huid, met uitzondering van het gezicht en de handen, om de 2 à 3 uur een insectenwerend middel op basis van DEET 20-50% aan te brengen. Voor zwangere vrouwen en kinderen mag de concentratie maximum 30% bedragen, en wordt de DEET best afgewassen wanneer bescherming niet langer nodig is. Voor risicoberoepen wordt aangeraden permethrine aan te brengen op de werkkledij. Na een buitenactiviteit moet men nagaan of er teken aanwezig zijn op het lichaam, en deze zo snel mogelijk verwijderen met de geschikte techniek (tekentang,-vork,-lasso; geen ether of epileerpincet).
  • Na een tekenbeet opgelopen in België, wordt geen antibioticaprofylaxe aangeraden. De éénmalige toediening van 200 mg doxycycline binnen de 72 uur na de tekenbeet verlaagt het risico van klinische manifestaties wel (van 3,2 naar 0,4%), maar dit voordeel is er enkel indien volgende drie voorwaarden samen aanwezig zijn: (1) indien bij meer dan 20% van de teken Borrelia spp. aanwezig is; in België zijn gemiddeld maar 12% (spreiding, 2,8% tot 21,6%) van de teken besmet met Borrelia spp., (2) indien de teek pas na 24 uur of later verwijderd werd, en (3) indien de teek zich in het nymfale stadium bevindt.
  • Het is daarentegen wel aangewezen om bij een gedocumenteerde of vermoedelijke tekenbeet een klinische opvolging te verzekeren gedurende 30 dagen om het optreden van klinische manifestaties van ziekte van Lyme uit te sluiten. Na een tekenbeet is er, als er geen symptomen van ziekte van Lyme zijn, geen plaats voor een serologische opvolging.
 

3. Kliniek, diagnose en behandeling

  • Meer dan de helft van de patiënten met klinische symptomen van ziekte van Lyme herinnert zich geen tekenbeet. Men zal voor de diagnostiek dus rekening moeten houden met de mogelijkheid van een tekenbeet (activiteiten buitenshuis, bezochte gebieden,...).
  • Heel wat personen die zijn blootgesteld aan Borrelia zullen nooit symptomen ontwikkelen, maar wel specifieke antistoffen (IgG) vormen. Dit kan in bepaalde regio’s en bij bepaalde groepen (boswachters, werk of hobby’s in de natuur) oplopen tot 50% van de personen. Een positieve serologie zonder karakteristieke symptomen wijst dus niet op een actieve infectie.
  • De serologie kan jarenlang positief blijven, ook in geval antibiotica werden gegeven. Voor de mate van daling van de titer na behandeling is er voor een individueel geval geen duidelijke relatie met het klinisch succes van de therapie; het opvolgen van de titer is dan ook niet zinvol.
  • De klinische en epidemiologische context is essentieel bij de diagnostiek in de vroegtijdige vormen van ziekte van Lyme. In de laattijdige vormen heeft ook serologie een belangrijke plaats.
  • Om neuroborreliose te bevestigen, moet men aantonen dat er intrathecale synthese is van antistoffen; daarvoor is een lumbaalpunctie noodzakelijk.
  • De IgG-antistoffen hebben geen beschermend effect en kunnen een nieuwe infectie dus niet tegengaan.
  • Alle klinische manifestaties van ziekte van Lyme moeten gericht behandeld worden met antibiotica. Voor Borrelia spp. is er tot op heden nog geen antibioticaresistentie gerapporteerd. Indien een correcte antibiotherapie niet leidt tot een (complete) genezing, moet men de diagnose in vraag stellen. Het is niet aangewezen de duur van de behandeling te verlengen of antibiotica te combineren, aangezien het nut daarvan niet werd aangetoond.
 

3.1. Reacties op een tekenbeet

Zoals elke insectenbeet kan een tekenbeet binnen de twee dagen een lokale, meestal jeukende erythemateuze reactie geven: dit is geen symptoom van ziekte van Lyme. Bacteriële surinfectie van dit letsel kan optreden.

 

3.2. Vroege gelokaliseerde ziekte van Lyme

De diagnostiek van de vroege gelokaliseerde vormen van de ziekte van Lyme is gebaseerd op kliniek en epidemiologie. Serologie is niet aangewezen daar in dit stadium van de ziekte de serologie dikwijls nog negatief zal zijn. De behandeling van vroege gelokaliseerde vormen van ziekte van Lyme wordt samengevat in Tabel 1.

 

3.2.1. Erythema migrans

Erythema migrans is in onze streken de frequentste vorm van Lyme-borreliose (77 à 85% van ziekte van Lyme met klinische tekens). Dit erythemateuze huidletsel, al dan niet met een centrale opklaring, verschijnt binnen de 3 tot 30 dagen (gewoonlijk 7 tot 14 dagen) na de tekenbeet, en breidt zich progressief uit van 5 cm tot soms meer dan 30 cm diameter. Het huidletsel bevindt zich vaak in een huidplooi (okselholte, knieholte, lies, perineum), op de rug of op de billen, en vooral bij kinderen ook op het hoofd (nek, hoofdhuid, achter het oor). Het letsel is vaak asymptomatisch, maar gaat soms gepaard met lokale pijn, branderig gevoel of jeuk. In 10 à 30% van de gevallen zijn er ook algemene symptomen (spierpijn, gewrichtspijn, milde koorts, vermoeidheid, gezwollen lymfeklieren). Zelfs zonder behandeling verdwijnen de letsels meestal binnen de maand, maar antibiotica kunnen de genezing versnellen, en zijn nodig ter voorkoming van een gedissemineerde vorm.

 

3.2.2. Borrelia-lymfocytoom

Dit is een goedaardig en zeldzaam letsel (1 à 3% van ziekte van Lyme met klinische tekens) dat gewoonlijk één tot zes maanden na de tekenbeet verschijnt. Het gaat om een blauwrode nodule met een diameter van 1 tot 5 cm, zonder andere lokale symptomen. Kinderen worden het vaakst getroffen, vooral op de oorschelp, maar bij volwassenen ziet men het ook ter hoogte van de tepel of het scrotum. Het letsel kan over verloop van enkele maanden spontaan afnemen. Antibiotherapie kan dit versnellen waardoor het letsel gewoonlijk binnen de maand verdwijnt.

 
Tabel 1. Behandeling van de vroege gelokaliseerde vormen van ziekte van Lyme

Antibiotica

Dosis volwassenen

Dosis kinderen

Behandelingsduur

1e keuze: Doxycycline1

100 mg 2x/d

4 mg/kg/d in 2 doses (max. 100 mg/dosis)

10 dagen2

2e keuze: Amoxicilline

500 mg 3x/d

50 mg/kg/d in 3 doses (max. 500 mg/dosis)

14 dagen3

3e keuze: Cefuroxim axetil

500 mg 2x/d

30 mg/kg/d in 2 doses (max. 500 mg/dosis)

14 dagen3

4e keuze: Macroliden4

Azithromycine5

  • 1g de eerste dag en vervolgens 500 mg/d gedurende 4 dagen of
  • 500 mg/d gedurende 7 dagen

Clarithromycine 500 mg 2x/d

20 mg/kg in één dosis de eerste dag, vervolgens 10 mg/kg/d in één dosis gedurende 4 dagen

15 mg/kg/d in 2 doses

5 of 7 dagen

14 dagen3

1 Contra-indicatie bij zwangerschap en kinderen jonger dan 8 jaar.

2 In de studies is er geen verschil tussen 10 of 14 dagen behandeling met doxycycline.

3 Sommige experten bevelen tot 21 dagen aan in geval van multipel erythema migrans, maar er zijn geen studies die de superioriteit ten opzichte van 14 dagen aantonen.

4 Bepaalde studies tonen een equivalente werkzaamheid, maar andere niet.

5 Er bestaan twee schema’s voor azithromycine maar deze werden niet vergeleken in klinische studies.

 

3.3. Vroege gedissemineerde ziekte van Lyme

Deze manifestaties verschijnen weken tot maanden na de tekenbeet. Ze kunnen zich voordoen zonder voorafgaande erythema migrans. Ze zijn het gevolg van de hematogene verspreiding van de spirocheet waarbij de huid, zenuwstelsel, gewrichten, hart en uitzonderlijk ook andere organen (ogen, lever, ) kunnen betrokken zijn.

De behandeling van multipel erythema migrans en vroege neuroborreliose wordt samengevat in Tabel 2.

 

3.3.1. Multipel erythema migrans

Het gaat om secundaire letsels die gewoonlijk kleiner zijn dan het letsel op de plaats van de beet, en die enkele dagen tot weken na de tekenbeet optreden. De letsels verschijnen, groeien en verdwijnen spontaan op korte tijd. Ze gaan vaak gepaard met algemene symptomen (spierpijn, gewrichtspijn, milde koorts, vermoeidheid, gezwollen lymfeklieren). Afhankelijk van de bron zijn 4 tot 20% van de gevallen van erythema migrans multipel.

 

3.3.2. Vroege neuroborreliose

  • In onze streken is vroege neuroborreliose aanwezig bij 3 tot 15% van de ziekte van Lyme met klinische tekens. Vroege neuroborreliose treedt op enkele weken (of maanden) na de tekenbeet, en kan dus gelijktijdig met het erythema migrans optreden. Verschillende manifestaties zijn mogelijk.
  • Bij kinderen komt facialisparese het meest voor (minstens 50% van de neurologische vormen), soms bilateraal. Minder vaak is er aantasting van andere craniale zenuwen met een lymfocytaire meningitis (een kwart van de gevallen van de neurologische vormen bij kinderen), met vaak een weinig uitgesproken meningeaal syndroom (hoofdpijn).
  • Bij volwassenen ziet men het vaakst een meningoradiculitis gekenmerkt door radiculaire pijn (meer dan 75% van de patiënten met vroege neuroborreliose) en/of parese (ongeveer 60%). De pijn kan enkele weken aanhouden en reageert slecht op NSAID’s. De parese kan de craniale zenuwen aantasten, met facialisparese; ook parese van de buikwand of de onderste ledematen kan optreden. Hoofdpijn komt vaak voor bij neuroborreliose (>40%), maar uitgesproken hoofdpijn zonder radiculaire pijn of parese is bij volwassenen zeldzaam.
  • Bij een positieve serologie of bij een negatieve serologie met sterk vermoeden van neuroborreliose is het aangewezen om een lumbaalpunctie uit te voeren en na te gaan of er intrathecale synthese is van antistoffen.
  • Antibiotherapie heeft weinig invloed op de evolutie van een facialisparese, maar het merendeel van de studies toont voor de andere manifestaties met antibiotherapie wel een significante verbetering binnen enkele weken of maanden. Bijna altijd is er volledig herstel, maar bij 5- 10% van de patiënten die correct werden behandeld zijn er toch restletsels.
  • Recente Scandinavische studies hebben aangetoond dat doxycycline bij vroege neuroborreliose even doeltreffend is als ceftriaxon. Omdat het aantal patiënten met ernstige aantasting (encefalitis, encefalomyelitis) in deze studies laag is, geven bepaalde experts bij ernstige vormen toch nog de voorkeur aan ceftriaxon in afwachting van meer robuuste gegevens.
 
Tabel 2. Behandeling van multipel erythema migrans en vroege neuroborreliose

Antibiotica

Dosis volwassenen

Dosis kinderen

Behandelingsduur

Doxycycline1

100 mg 2x/d

4-8 mg/kg/d in 2 doses (max. 100 mg/dosis)

14 dagen2

Ceftriaxon

2g 1x/d

100 mg/kg/d in 1 dosis (max.2 g)

14 dagen2

1Contra-indicatie bij zwangerschap en kinderen jonger dan 8 jaar.

2Sommige experten bevelen tot 21 dagen aan in geval van multipel erythema migrans, maar er zijn geen studies die de superioriteit ten opzichte van 14 dagen aantonen.

 

3.3.3. Carditis

Carditis is zeldzaam (1-5% van de klinische manifestaties). en manifesteert zich als een geleidingsstoornis, doorgaans een eerstegraads atrioventriculair blok (AV-blok). Gewoonlijk gebeurt dit enkele dagen tot weken (4 tot 6) na het (eventuele) optreden van EM. Zeldzamer zijn een AV-blok van een hogere graad (vooral bij mannen jonger dan 45 jaar), myocarditis of pericarditis. Vaak is er spontaan herstel, maar er zal toch behandeld worden met antibiotica en tijdelijke pacing kan nodig zijn. Mits behandeling is er over het algemeen binnen de zeven dagen genezing. Bij de ernstige vormen (derde-graads-AV-blok, myopericarditis) geeft men de voorkeur aan parenterale behandeling. De behandeling van carditis wordt samengevat in Tabel 3.

 
Tabel 3: behandeling van carditis

Antibiotica

Dosis volwassenen

Dosis kinderen

behandelingsduur

Doxycycline1

100 mg 2x/d

4 mg/kg/d in 2 doses (max. 100 mg/dosis)

21 dagen

Ceftriaxon

2g 1x/jd

100 mg/kg/d in 1 dosis (max.2g)

14 dagen

1Contra-indicatie bij zwangerschap en kinderen jonger dan 8 jaar.

 

3.4. Late gedissemineerde ziekte van Lyme

 

3.4.1. Lyme-artritis

  • Artritis kan enkele maanden tot jaren na de tekenbeet optreden. Het betreft een synovitis met matige pijn en zwelling van het gewricht. Het vaakst is de knie aangetast.
  • De serologie is positief. Analyse van het synoviaal vocht na gewrichtspunctie (nuttig voor de differentiaaldiagnose) toont gemiddeld 25.000 (500-100.000) witte bloedcellen/mm3, met een overwicht aan neutrofielen.
  • Zonder behandeling kan de artritis maanden tot jaren blijven bestaan. Met behandeling is het herstel meestal volledig, maar kan het enkele maanden op zich laten wachten. Doxycycline of amoxicilline is eerste keuze. Bij onvolledige respons daarop kan gekozen worden ofwel voor ceftriaxon, ofwel voor een tweede orale antibioticakuur gedurende 28 dagen. Een gering aantal patiënten (<10%) krijgt af te rekenen met een persisterende inflammatoire synovitis (die vooral bij de Amerikaanse vormen voorkomt). Behandeling is mogelijk met NSAID’s of intra-articulaire corticosteroïden. De antibiotherapie bij Lyme-artritis is samengevat in Tabel 4.
 
Tabel 4. Behandeling van Lyme-artritis

Antibiotica

Dosis volwassenen

Dosis kinderen

Behandelingsduur

Doxycycline1

100 mg 2x/d

4 mg/kg/d in 2 doses (max. 100 mg/dosis)

28 dagen

Amoxicilline

500 mg 3x/d

50 mg/kg/d in 3 doses (max. 500 mg/dosis)

28 dagen

Ceftriaxon

2g 1x/d

100 mg/kg/d in 1 dosis (max. 2 g)

14 à 28 dagen

1Contra-indicatie bij zwangerschap en kinderen jonger dan 8 jaar.

 

3.4.2. Acrodermatitis chronica atrophicans of ziekte van Pick-Herxeimer

Deze aandoening treft vooral vrouwen en is weinig frequent (< 5% van de ziekte van Lyme met klinische tekens). Ze wordt gekenmerkt door huidletsels die eerst verschijnen op de strekzijde van de ledematen en dit tot wel 10 jaar na de tekenbeet.

Vaak gaat dit gepaard met een perifere neuropathie (30-60%) met normale bevindingen op lumbaalpunctie. Ook musculoskeletale aantasting is mogelijk (artritis, subluxatie van de gewrichten van de handen en de voeten, tendinitis van de achillespees, verdikkingen van het periost,). De serologie (IgG) is altijd positief en de diagnose kan bevestigd worden door een huidbiopsie. De behandeling van acrodermatitis chronica atrophicans wordt samengevat in Tabel 5.

 
Tabel 5: behandeling van acrodermatitis chronica atrophicans

Antibiotica

Dosis volwassenen

Dosis kinderen

behandelingsduur

Doxycycline

100 mg 2x/d

4 mg/kg/d in 2 doses (max. 100 mg/dosis)

21 tot 28 dagen

Ceftriaxon

2g 1x/jd

100 mg/kg/d in 1 dosis (max. 2 g)

14 dagen

1Contra-indicatie bij zwangerschap en kinderen jonger dan 8 jaar.

 

3.4.3. Late neuroborreliose

Het is een zeldzame manifestatie (< 5% van de neurologische vormen) in de vorm van een encefalomyelitis of radiculomyelitis die langer dan 6 maanden aanwezig is (traag progressieve myelopathie, ataxie, spastische tetraparese, gehoorverlies,...). Deze late manifestaties zijn het gevolg van een niet-behandelde vroege vorm. De serologie, de lumbaalpunctie en beeldvorming zijn altijd afwijkend.

Bij late neuroborreliose (met uitzondering van polyneuropathie bij acrodermatitis chronica atrophicans) is ceftriaxon eerste keuze. De behandelingsduur is niet duidelijk vastgelegd, maar men stelt 4 weken voor. De behandeling van late neuroborreliose wordt samengevat in Tabel 6.

 
Tabel 6: behandeling van late neuroborreliose

Antibiotica

Dosis volwassenen

Dosis kinderen

Behandelingsduur

Ceftriaxon

2g 1x/d

100 mg/kg/d in 1 dosis (max.2 g)

4 weken

 

3.4.4. Chronische ziekte van Lyme en post-ziekte-van-Lyme-syndroom

  • De entiteit "chronische ziekte van Lyme" is niet duidelijk gedefinieerd en deze term wordt best vermeden aangezien er geen evidentie bestaat dat de infectie kan weerstaan aan een correcte antibiotherapie.
  • Sommige patiënten vertonen toch nog symptomen na de behandeling. Het kan gaan om restletsels van de infectie, maar in heel wat gevallen gaat het om aspecifieke klachten zoals vermoeidheid, musculoskeletale pijn, concentratieproblemen, hoofdpijn en geheugenstoornissen.
  • De entiteit "post-ziekte-van-Lyme-syndroom" wordt voorgesteld voor patiënten waarbij dergelijke klachten al minstens zes maanden aanwezig zijn in de context van een correcte initiële diagnose en een adequate behandeling. Deze term moet met voorzichtigheid gebruikt worden want ook van deze entiteit wordt het bestaan betwist. Bovendien is er geen bewijs dat deze aspecifieke klachten vaker voorkomen bij deze patiënten dan in de algemene bevolking. Er is ten andere geen fysiopathologisch mechanisme gekend dat deze entiteit kan verklaren. Verschillende mogelijkheden worden gesuggereerd (auto-immuniteit, verstoorde cytokines, gebrekkige weerstand), tot op heden zonder duidelijke conclusies. Er is in elk geval geen enkel bewijs voor het nut van langdurige of herhaalde antibiotherapie. Dit stelt de patiënt nodeloos bloot aan mogelijke toxiciteit, ongewenste effecten en ontwikkeling van resistente bacteriën.