Inleiding
- Voorwoord
- Plaatsbepaling
- Indicaties
- Posologie en posologie-aanpassing
- Plasmaconcentratiemonitoring
- Ongewenste effecten
- Interacties
- Gebruik van geneesmiddelen bij zwangerschap
- Gebruik van geneesmiddelen bij borstvoeding
- Overschakelen van de ene specialiteit naar de andere
- Wat uitleg bij het repertorium
- Terugbetalingsmodaliteiten
- Website van het B.C.F.I.
- Nuttige adressen
- Handboeken
- Tijdschriften
- Websites
- De voornaamste CYP-iso-enzymen
- Alfabetische lijst van substraten, inductoren en inhibitoren
- Geneesmiddelenintoxicaties
- Behandeling van anafylactische reacties
- Geneesmiddelen in de urgentietrousse
- Afkortingen en symbolen
- Voornaamste interacties
   
  INTERACT
    1. Cardiovasculair stelsel
  2. Bloed en stolling
  3. Gastro-intestinaal stelsel
  4. Ademhalingsstelsel
  5. Hormonaal stelsel
  6. Gynecologie-Obstetrie
  7. Urogenitaal stelsel
  8. Pijn en koorts
  9. Osteo-articulaire aandoeningen
  10. Zenuwstelsel
  11. Infecties
  12. Immuniteit
  13. Antitumorale middelen
  14. Mineralen, vitaminen en tonica
  15. Dermatologie
  16. Oftalmologie
  17. Neus-Keel-Oren
  18. Anesthesie
  19. Diagnostica
  20. Diverse geneesmiddelen
  
    Terug naar de hoofdstukken
 
Zoeken in het repertorium
 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium en français

Gebruik van geneesmiddelen bij borstvoeding

[Zie Folia december 2006]

Een aantal geneesmiddelen met intrinsieke orgaantoxiciteit zijn in principe gecontra-indiceerd tijdens de periode van borstvoeding: het gaat bv. om aminoglycosiden en cytostatica. Daarnaast zal men ook voorzichtig zijn met geneesmiddelen die een sederend effect hebben. De meeste geneesmiddelen kunnen echter tijdens de periode van borstvoeding worden gebruikt mits dosisaanpassing en observatie van het kind; het is belangrijk, waar mogelijk, de borstvoeding voort te zetten. In elk geval zal een geneesmiddel slechts worden toegediend als er een duidelijke indicatie is. Een aantal geneesmiddelen bevorderen de lactatie (dopamine-antagonisten zoals antipsychotica, metoclopramide), andere inhiberen de lactatie (dopamine-agonisten zoals bromocriptine, cabergoline, pergolide).