Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
1.2.  Angina pectoris
1.2.1.   Nitraten
1.2.2.   Molsidomine
1.2.3.   Ivabradine
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Angina pectoris

 
 

De medicamenteuze behandeling van stabiele angina pectoris is vooral gebaseerd op middelen die de cardiale morbiditeit doen dalen:

  • β-blokkers (zie 1.5.)
  • calciumantagonisten (dihydropyridines en niet-dihydropyridines, zie 1.6.).

Er is een beperkte plaats voor:

  • nitraten (acuut: sublinguaal; chronisch: oraal of transdermaal)
  • molsidomine
  • ivabradine.

Aangezien β-blokkers en calciumantagonisten meerdere grote indicaties hebben, worden ze in afzonderlijke hoofdstukken besproken.

Plaatsbepaling
  • Zie ookTransparantiefiche "Aanpak van stabiele angor”.
  • Onstabiele angor is een urgentie waarbij nitraten sublinguaal en acetylsalicylzuur (160 mg) worden toegediend, eventueel ook parenteraal morfine en zuurstof. Patiënten met onstabiele angor dienen in principe te worden opgenomen voor continue monitoring; β-blokkers, nitraten, acetylsalicylzuur en heparine behoren tot de standaardbehandeling. Ook antagonisten van de glycoproteïne IIb/IIIa-receptoren (zie 2.1.1.4.) en clopidogrel (zie 2.1.1.2.) worden gebruikt.
  • Voor de aanpak van de acute aanval van angina pectoris bestaat de eerste behandeling uit sublinguale toediening van een nitraat.
  • Voor de onderhoudsbehandeling komen op de eerste plaats β-blokkers (zeker na myocardinfarct), maar ook calciumantagonisten (behalve kortwerkende dihydropyridines), nitraten, molsidomine en ivabradine in aanmerking.
  • Anti-anginosa beïnvloeden niet noodzakelijk de prognose (morbiditeit, mortaliteit) van het stabiele coronairlijden. Dit is wel het geval voor de β-blokkers die vooral na myocardinfarct een plaats hebben in de secundaire preventie. Ook voor de calciumantagonisten is er evidentie dat zij mortaliteit en morbiditeit gunstig beïnvloeden.
  • Bij alle angorpatiënten en zeker na myocardinfarct, zal men ook toediening van acetylsalicylzuur en statines overwegen.
  • Bij silentieuze ischemie worden β-blokkers of calciumantagonisten gebruikt.
  • Molsidomine heeft waarschijnlijk dezelfde eigenschappen als de nitraten.
  • Ivabradine heeft een bradycardiserend effect door een directe werking op de sinusknoop, en mag dus enkel gebruikt worden bij patiënten in sinusritme. Het is geen eerste keuze voor de onderhoudsbehandeling van angina pectoris wegens gebrek aan langetermijngegevens. De eventuele plaats van ivabradine bij hartfalen (SHIFT-studie) is nog te bepalen.