Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
1.4.  Diuretica
1.4.1.   Kaliumverliezende diuretica
1.4.2.   Kaliumsparende diuretica
1.4.3.   Koolzuuranhydrase-inhibitoren
1.4.4.   Combinatiepreparaten van diuretica
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Diuretica

 
 

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens besproken:

  • kaliumverliezende diuretica (thiaziden en aanverwanten, lisdiuretica)
  • kaliumsparende diuretica
  • koolzuuranhydrase-inhibitoren
  • combinatiepreparaten van een kaliumsparend en een kaliumverliezend diureticum.

De combinatiepreparaten van diuretica met andere middelen voor gebruik bij hypertensie, worden in 1.1.4. besproken.

Plaatsbepaling
  • Hypertensie (alleen of in combinatie met andere geneesmiddelen), met voorkeur voor de thiaziden en aanverwanten. Het is logisch bij patiënten met ongecompliceerde hypertensie te starten met een thiazidediureticum of aanverwante in lage dosis, gezien de zeer ruime onderbouwing, de beperkte ongewenste effecten en de lage kostprijs. Dit geldt nog meer bij systolische hypertensie bij de oudere patiënt en bij patiënten van het zwarte ras (zie 1.1.) Het antihypertensief effect van diuretica blijft aanwezig ook als na enkele weken het diuretisch effect niet meer merkbaar is.
  • Water- en zoutretentie, bv. ten gevolge van hartfalen of nierlijden.
  • Glaucoom: koolzuuranhydrase-inhibitoren bij de acute aanval.
  • Intoxicaties en intracraniële overdruk: osmotische diuretica zoals mannitol en glycerol (geen specialiteiten beschikbaar in België).
Zwangerschap
  • Diuretica zijn geen eerste keuze bij zwangerschapshypertensie. Bij vrouwen met voorafbestaande hypertensie die reeds werden behandeld met een thiazide in lage dosis, kan dit verder gegeven worden tijdens de zwangerschap [zie Folia januari 2005].
Belangrijkste interacties
  • Tegengaan van het diuretisch en antihypertensief effect van thiaziden en lisdiuretica door niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen.
Posologie
  • Bij behandeling van hypertensie worden lage doses gebruikt, en bij associatie van een diureticum met een ander antihypertensivum een nog lagere dosis.
  • Meestal wordt de dagdosis in één gift toegediend; de eenmalige dosis wordt best niet ingenomen kort vóór het slapengaan, om hinderlijke nachtelijke polyurie te vermijden.
  • Bij uitgesproken nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) zijn thiaziden en aanverwanten niet werkzaam en worden lisdiuretica, soms in zeer hoge doses, gegeven.