Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
2.1.  Antitrombotica
2.1.2.   Anticoagulantia
2.1.2.1.    Heparines
2.1.2.2.    Trombine-inhibitoren
2.1.2.3.    Factor Xa-inhibitoren
2.1.2.4.    Epoprostenol
2.1.2.5.    Vitamine K-antagonisten
2.1.2.6.    Proteïne C en drotrecogin alfa
2.1.2.7.    Antitrombine
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Maart 2012   en français

 

Anticoagulantia

 
  Plaatsbepaling
  • Zie 2.1.
  • Het nut van anticoagulatie bij preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie staat vast. Bij arteriële trombo-embolie of bij risico erop is er, buiten enkele goed onderbouwde indicaties (bv. bepaalde vormen van hartkleplijden en klepprothesen, acute ischemische accidenten, meeste patiënten met voorkamerfibrillatie), nog veel onzekerheid. De mogelijke voordelen van een antistollingsbehandeling moeten altijd afgewogen worden tegen het bloedingsrisico.