Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
4.1.  Astma en COPD
4.1.2.   Anticholinergica
4.1.2.1.    Kortwerkende anticholinergica
4.1.2.2.    Langwerkende anticholinergica
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco-obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Oktober 2014   en français

 

Anticholinergica

 
 

Het effect van anticholinergica bij bronchospasme berust vooral op bronchodilatatie door een direct relaxerend effect op de gladde spiercellen van de luchtwegen, maar ook op protectie tegen allerlei prikkels, dit door blokkeren van de muscarinereceptoren. Deze preparaten worden toegediend via inhalatie om zo de hinderlijke ongewenste effecten die bij systemisch gebruik van anticholinergica gezien worden (zie Inl.6.2.3.), zoveel mogelijk te vermijden.

Er zijn kortwerkende anticholinergica (ipratropium) en langwerkende anticholinergica (aclidinium, tiotropium en glycopyrronium).

Plaatsbepaling
  • Zie 4.1.
  • Anticholinergica via inhalatie worden vooral gebruikt bij COPD.
  • Anticholinergica via inhalatie kunnen, toegevoegd aan β2-mimetica, een bijkomend effect geven.
  • Aclidinium, glycopyrronium en tiotropium zijn niet geschikt voor de behandeling van astma [zie Folia april 2013]. Astma wordt niet als indicatie vermeld in de Samenvatting van de Kenmerken van het Product (SKP) van de specialiteiten op basis van glycopyrronium en tiotropium.
  • Enkele associatiepreparaten die besproken worden in 4.2. Antitussiva, mucolytica en expectorantia, bevatten eveneens een anticholinergicum; deze zijn af te raden.
Indicaties
  • Kortwerkende anticholinergica: symptomatische behandeling van astma en COPD.
  • Langwerkende anticholinergica: onderhoudsbehandeling van COPD volgens een vast schema.
Belangrijkste ongewenste effecten
  • Monddroogte, vooral in het begin van de behandeling; smaakstoornissen, dysfagie, orale candidose.
  • Hartkloppingen; obstipatie; bemoeilijkte mictie, urineretentie.
  • Zelden: verhoogde intra-oculaire druk, neusbloeding, gastro-oesofageale reflux, bronchospasmen, overgevoeligheidsreacties.
  • Er waren vermoedens van ernstige cardiovasculaire ongewenste effecten met tiotropium, vooral in doseeraërosol, maar dit werd niet bevestigd in recent onderzoek [zie Folia januari 2012 en maart 2014]. Voor glycopyrronium zijn de gegevens met betrekking tot de cardiovasculaire risico's beperkt.
Zwangerschap en borstvoeding Belangrijkste interacties
  • Gebruik met andere geneesmiddelen met anticholinerge eigenschappen verhoogt de kans op anticholinerge ongewenste effecten (zie Inl.6.2.3.).
Belangrijkste voorzorgen
  • Contact met de ogen vermijden: risico van verergering van gesloten-hoekglaucoom, pijn of onaangenaam gevoel in de ogen, visusstoornissen en cornea-oedeem.
  • Bij patiënten met instabiel cardiovasculair lijden (bv. recent myocardinfarct, instabiele of levensbedreigende hartaritmieën, ernstig hartfalen) dienen anticholinergica voorzichtig te worden gebruikt.
Toediening en posologie
  • I.v.m. de toedieningsvormen voor inhalatie (doseeraërosol, inhalatiepoeder, oplossing of suspensie voor verneveling): zie 4.1.