Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
6.3.  Menopauze en hormonale substitutie
6.3.1.   Oestrogenen in de menopauze
6.3.1.1.    Oestrogenen voor orale toediening
6.3.1.2.    Oestrogenen voor transdermale toediening
6.3.1.3.    Oestrogenen voor vaginale toediening
6.3.1.4.    Oestrogenen in implantaat
6.3.1.5.    Fyto-oestrogenen
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Oestrogenen in de menopauze

 
  Belangrijkste contra-indicaties
  • Zwangerschap.
  • Uterien bloedverlies van onbekende oorsprong.
  • Oestrogeendependente tumoren (endometriumcarcinoom, borstcarcinoom).
  • Porfyrie, ernstige leverinsufficiëntie, antecedenten van zwangerschapspruritis.
  • Trombo-embolische antecedenten.
  • Relatieve contra-indicaties: atypische epitheliale mammahyperplasie, fibrocystische mastopathieën, familiaal voorkomen van borstkanker, endometriose, fibromyomen, cardiovasculaire aandoeningen, hypertensie, familiale trombo-embolische antecedenten, diabetes en hypertriglyceridemie.
Belangrijkste ongewenste effecten
  • Nausea en braken.
  • Water- en zoutretentie, met gewichtstoename.
  • Pijnlijke congestie van de borsten: frequent na inname van hoge doses en bij niet-onderdrukte endogene oestrogeenproductie, bv. perimenopauzaal.
  • Verhoging van de bloeddruk: zeldzaam en meestal reversibel na het stoppen van de behandeling.
  • Trombo-embolische verwikkelingen (bv. diepe veneuze trombose, longembool).
  • Verhoogde lithogeniciteit van de gal, met verhoogde incidentie van galblaasaandoeningen.
  • Vermeerdering van het volume van fibromen.
  • Spotting, dysmenorroe en premenstrueel syndroom.
  • Hoofdpijn, vertigo.
  • Huiderupties.
  • Allergische reacties bij lokaal gebruik.
  • Libidoveranderingen.
  • Hyperplasie van het endometrium soms evoluerend naar endometriumcarcinoom bij langdurige behandeling met systemische oestrogenen zonder toevoegen van progestagenen (zie rubriek "Bijzondere voorzorgen”).
  • Geringe verhoging van het risico van borstcarcinoom bij langdurige behandeling met oestrogenen, alleen of in combinatie met een progestageen.
Zwangerschap
  • Zwangerschap is een contra-indicatie.
Belangrijkste voorzorgen
  • Bij gebruik van systemische oestrogenen als substitutie dient, indien de uterus nog ter plaatse is, een progestageen te worden geassocieerd om de verhoging van het risico van endometriumhyperplasie en -carcinoom door het oestrogeen te verminderen. Het progestageen dient per maand minstens 12 opeenvolgende dagen te worden toegediend, maar het kan ook continu aan lagere doses worden gegeven. Associatie van een progestageen sluit echter het risico van endometriumhyperplasie en -carcinoom niet volledig uit, en volgens recente studies zou associëren van progestagenen het risico van borstcarcinoom verhogen.
  • De behandeling met oestrogenen wordt best onderbroken een maand vóór electieve chirurgie en bij immobilisatie wegens hoger risico van veneuze trombo-embolie.
Posologie
  • De gemiddelde onderhoudsdosis voor substitutietherapie wordt gegeven.