Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
7.1.  Blaasfunctiestoornissen
7.1.1.   Middelen bij overactieve blaas
7.1.2.   Middelen bij inspanningsincontinentie
7.1.3.   Middelen bij blaasatonie
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Blaasfunctiestoornissen

 
  Plaatsbepaling
  • Niet-medicamenteuze maatregelen (vochtbeperking, blaastraining en bekkenbodemspieroefeningen) verbeteren de symptomen van incontinentie. Er zijn weinig degelijke studies die een medicamenteuze aanpak vergelijken met een niet-medicamenteuze aanpak of met een combinatie van beide.
  • De juiste plaats van sommige van deze geneesmiddelen bij blaas- en blaassfincterproblemen staat niet vast [zie Folia maart 2002 en april 2008].
  • Overactieve blaas met incontinentie (syn. urge-incontinentie of aandrangincontinentie) of zonder incontinentie: symptomatische verbetering met anticholinergica; de doeltreffendheid van de verschillende anticholinergica is vergelijkbaar, en er is een belangrijk placebo-effect.
  • Inspanningsincontinentie (syn. stressincontinentie): hoewel medicatie geen belangrijke rol speelt bij inspanningsincontinentie, worden bepaalde geneesmiddelen soms gebruikt in associatie met de niet-medicamenteuze aanpak.
  • Blaasatonie: bethanechol wordt voorgesteld. Alfa-blokkers worden gebruikt, maar ze hebben geen invloed op de contractiliteit van de blaas en deze indicatie wordt niet in de SKP's vermeld.
  • Meer en meer wordt volgende indeling gebruikt:
    • Symptomen te wijten aan stoornissen van de vulling van de blaas: stressincontinentie, overactieve blaas, nycturie, bedwateren.
    • Symptomen te wijten aan problemen met de blaaslediging: obstructie (zie 7.2. Benigne prostaathypertropie), sfincterdisfunctie, blaasatonie.
Indicaties
  • Urge-incontinentie door blaasinstabiliteit: de anticholinergica darifenacine, fesoterodine, tolterodine, oxybutynine, propiverine, solifenacine, en (weinig overtuigend) flavoxaat.
  • Inspanningsincontinentie bij de vrouw (bij onvoldoende effect van niet-medicamenteuze maatregelen): duloxetine (ook gebruikt als antidepressivum, zie 10.3.1.).
  • Overloopincontinentie: de aanpak gebeurt in functie van de etiologie, en vergt dikwijls een chirurgische ingreep.
  • Blaasatonie: bethanechol.
Belangrijkste contra-indicaties
  • Darifenacine, fesoterodine, tolterodine, oxybutynine (ook transdermaal), propiverine, solifenacine: deze van de anticholinergica (zie "Ongewenste effecten” in Inleiding).
  • Bethanechol: urogenitale of gastro-intestinale obstructie, astma.
Belangrijkste ongewenste effecten
  • Darifenacine, fesoterodine, tolterodine, oxybutynine (ook transdermaal), propiverine, solifenacine: o.a. anticholinerge effecten (zie "Ongewenste effecten” in Inleiding).
  • Flavoxaat: abdominale pijn, duizeligheid.
  • Duloxetine: gezien duloxetine de heropname van noradrenaline en serotonine remt, kunnen de ongewenste effecten gezien met SSRI’s niet worden uitgesloten (zie 10.3.2. en Folia juli 2006).
  • Oxybutynine transdermaal: ook huidreacties.
  • Bethanechol: tekenen van cholinerge stimulatie (nausea, braken, zweten, speekselvloed, onwillekeurige mictie of defecatie, bronchospasme, bradycardie, hypotensie).
Belangrijkste interacties