|
Merknaam:
Stofnaam:
|
|
|
Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium |
Januari 2012
 |
|
|
| |
Benigne prostaathypertrofie |
|
| |
Plaatsbepaling - Zie ook Folia december 2003 en Transparantiefiche "Aanpak van benigne prostaathypertrofie”.
- Gezien het zeer wisselende patroon van de klachten kan bij benigne prostaathypertrofie bij milde symptomen een afwachtende houding worden aangenomen. Het geven van algemene adviezen, en het vastleggen, samen met de patiënt, van de doelstelling van de behandeling, zijn belangrijke maatregelen.
- Alfa1-blokkers zijn bij matig ernstige symptomen dikwijls een eerste keuze. Ze geven een beperkte winst op scorelijsten en urodynamische parameters; de winst treedt op binnen de maand. Alle α1-blokkers lijken even doeltreffend.
- 5α-reductase-inhibitoren hebben een beperkt en traag effect op de symptomen. Het duurt 6 maanden vooraleer hun effect kan geëvalueerd worden. Ze kunnen bij patiënten met een sterk vergrote prostaat (> 30 ml) de kans op urinaire retentie beperken. Na het stoppen van de behandeling neemt het prostaatvolume weer toe.
- Het associëren van een α1-blokker en een 5α-reductase-inhibitor biedt bij een grote prostaat een statistisch significante winst op de urinaire klachten maar dit is waarschijnlijk klinisch niet relevant. Een effect is pas na één jaar merkbaar. Er is wel minder acute retentie.
- Het effect van het Serenoa repens-extract is onduidelijk.
- Invasieve behandeling waaronder chirurgie is bij ernstige symptomen of complicaties de beste aanpak.
|
|
|