Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Gastro-intestinaal stelsel
3. Urogenitaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Pijn en ontsteking
6. Zenuwstelsel
7. Hormonaal stelsel
8. Infecties
8.1.  Antibacteriële middelen
8.1.2.   Macroliden
8.1.2.1.    Erythromycine
8.1.2.2.    Neomacroliden
8.1.2.3.    Andere macroliden
9. Immuniteit
10. Antitumorale middelen
11. Mineralen, vitaminen en tonica
12. Uitwendig gebruik
13. Diagnostica
14. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Juli 2010   en français

 

Macroliden

 
  Plaatsbepaling
  • Het antibacteriële spectrum van de macroliden omvat talrijke aërobe en anaërobe Gram-positieve kokken, neisseria, Bordetella pertussis, Legionella pneumophila, Mycoplasma pneumoniae, chlamydia, Campylobacter jejuni en Helicobacter pylori.
  • Een aantal stammen van groep A β-hemolytische streptokokken, en vele stammen van Streptococcus pneumoniae en van stafylokokken zijn resistent.
  • Haemophilus influenzae is niet of slechts matig gevoelig voor macroliden.
  • Er bestaat een belangrijke kruisresistentie tussen de verschillende macroliden.
  • Het antibacteriële spectrum van de neomacroliden is gelijkaardig aan dit van erythromycine. Ze worden na orale toediening wel beter geresorbeerd, en hun langere halfwaardetijd laat een minder frequente toediening toe: tweemaal daags voor clarithromycine en roxithromycine, eenmaal daags voor azithromycine. Hierdoor en gezien er minder gastro-intestinale ongewenste effecten zijn, wordt erythromycine meestal vervangen door de neomacroliden.
  • Erythromycine is gastroprokinetisch [ zie Folia april 2001en april 2004].
  • Voornaamste indicaties in de ambulante praktijk
    • Macroliden kunnen een plaats hebben bij patiënten met IgE-gemedieerde penicilline-allergie indien bij een infectie zoals streptokokkenangina een antibioticum nodig is.
    • De macroliden, ook de nieuwere, zijn geen eerstekeuzepreparaten voor empirische behandeling van infecties door pneumokokken en Haemophilus influenzae, die meestal te resistent zijn geworden tegen deze antibiotica.
    • Clarithromycine in hoge dosis en azithromycine, alleen of in associatie, hebben een plaats bij de behandeling van infecties met niet-tuberculeuze mycobacteriën.
    • Clarithromycine maakt deel uit van de therapeutische schemata voor de eradicatie van Helicobacter pylori ( zie 2.1.).
    • Azithromycine (1 g eenmalig) is actief bij urogenitale infecties door Chlamydia trachomatis, en is in combinatie met ceftriaxon (125 mg eenmalig intramusculair) een eerste keuze voor de empirische behandeling van urethritis waarbij zowel chlamydia als gonokokken betrokken kunnen zijn.
    • Azithromycine 500 mg p.d. gedurende 3 dagen of eenmalig 1 g indien zelfbehandeling van reizigersdiarree in India en het Verre Oosten aangewezen is [ zie Folia mei 2007].