|
Merknaam:
Stofnaam:
|
|
|
Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium |
Januari 2012
 |
|
|
| |
Chronische artritis |
|
| |
Plaatsbepaling - Het gaat vooral over reumatoïde artritis, met daarnaast o.a. spondylitis ankylopoetica, psoriatische artritis, artritis bij lupus, chronische juveniele artritis, artritis bij inflammatoire darmziekten.
- Bij de behandeling van reumatoïde artritis wordt gebruik gemaakt van drie types behandelingen:
- de symptomatische behandeling
- de klassieke basisbehandeling of "disease modifying antirheumatic drugs” (DMARD of "disease modifiers”)
- de biologische behandelingen.
- Als symptomatische behandeling van reumatoïde artritis worden niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (zie 9.1.) en glucocorticoïden (zie 5.4.) gebruikt.
- Als klassieke disease modifying antirheumatic drugs (disease modifiers of DMARD’s) bij reumatoïde artritis worden gebruikt:
- laaggedoseerd methotrexaat (zie 13.2.1.)
- sulfasalazine (zie 3.7.2.)
- de antimalariamiddelen chloroquine (zie 11.3.2.) en hydroxychloroquine
- leflunomide
- De goudzouten zijn van de Belgische markt verdwenen.
- De biologische behandelingen die ingesteld kunnen worden wanneer de klassieke behandeling faalt [zie Folia maart 2005 en februari 2008], zijn:
- TNF-remmers (zie 12.3.2.7.)
- abatacept (zie 12.3.2.1.)
- rituximab (zie 13.6.)
- tocilizumab (zie 12.3.2.8.).
- Methotrexaat aan lage doses (7,5 tot 25 mg per week) blijft de eerste keuze als basisbehandeling van reumatoïde artritis. Foliumzuur (5 mg per week de dag na inname van methotrexaat) wordt toegediend om bepaalde ongewenste effecten van methotrexaat tegen te gaan [zie 14.2.7. en Folia april 2006].
- In dit hoofdstuk worden enkel het antimalariamiddel chloroquine en leflunomide besproken.
|
|
|