Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
9.5.  Osteoporose en ziekte van Paget
9.5.1.   Calcium
9.5.2.   Bisfosfonaten
9.5.3.   Strontiumranelaat
9.5.4.   Raloxifen
9.5.5.   Teriparatide
9.5.6.   Calcitonine
9.5.7.   Denosumab
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Maart 2012   en français

 

Osteoporose en ziekte van Paget

 
 

De behandeling van osteoporose is vooral gebaseerd op:

Er is een beperkte plaats voor:

  • strontiumranelaat
  • raloxifen
  • teriparatide
  • calcitonine.
Plaatsbepaling
  • Osteoporose.
    • Zie Folia juli 2007, juli 2008 en Transparantiefiche “Geneesmiddelen bij osteoporose”.
    • Osteoporose in een belangrijke factor in het ontstaan van fracturen bij ouderen maar zeker niet de enige en niet altijd de belangrijkste.
    • Calcium en vitamine D zijn uitermate belangrijk voor de vorming en instandhouding van het bot. Het is niet duidelijk wat de optimale inname is, en zeker niet wat de noodzakelijke extra inname is bij osteoporose. Een gram calcium per dag en 800 IE vitamine D krijgen meer en meer de voorkeur. Op zich geeft deze associatie een lichte bescherming, maar bij de hoogrisicogroep na een fractuur blijkt dit onvoldoende. Calcium en (meestal) vitamine D werden in de klinische studies rond osteoporose steeds geassocieerd aan elke andere medicamenteuze interventie en dienen dus altijd gegeven te worden. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor arts en apotheker aangezien de therapietrouw voor calciuminname slecht is.
    • Bisfosfonaten zijn de geneesmiddelen die het best bestudeerd zijn bij osteoporose. Als er geen lage botdensiteit is, zijn er geen argumenten om een medicamenteuze therapie voor te stellen, tenzij na een duidelijke niet-traumatische fractuur. Bij hoogrisicopatiënten werd na toediening van alendroninezuur, risedroninezuur en zoledroninezuur een effect op niet-wervelfracturen vastgesteld. In absolute cijfers is deze winst niet groot, maar men moet dit afwegen tegenover de ernst van de morbiditeit, vooral de heupfracturen. De optimale behandelingsduur is nog onduidelijk, hoewel er steeds meer argumenten zijn dat 5 jaar behandeling voor heel wat patiënten voldoende zou zijn.
    • De plaats van strontiumranelaat is niet duidelijk. Een daling van het aantal wervelfracturen werd vastgesteld maar voor heupfracturen is het effect onvoldoende gedocumenteerd. Ook naar de veiligheid toe zijn er nog onvoldoende gegevens.
    • Raloxifen heeft in het kader van osteoporose evenmin een duidelijke plaats: er is een daling van de incidentie van wervelfracturen aangetoond bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose, maar er bestaat geen evidentie voor een effect op niet-wervelfracturen. Gecontroleerde studies tonen een beschermend effect t.o.v. borstcarcinoom, maar preventie en behandeling van borstcarcinoom als dusdanig vormen geen erkende indicaties voor raloxifen. Hoe de winst in wervelfracturen en borstkanker zich verhoudt tot de toegenomen kans op trombo-embolische problemen is onduidelijk.
    • Teriparatide s.c. had in enkele klinische studies een gunstig effect op wervelfracturen; op niet-wervelfracturen was dit effect niet eenduidig. Er is onduidelijkheid over de veiligheid op lange termijn.
    • Calcitone s.c. of nasaal geeft geen overtuigende fractuurreductie bij osteoporose.
    • De plaats van denosumab bij de aanpak van osteoporose is niet duidelijk. Er werd een vermindering van de incidentie van wervelfracturen, niet-wervelfracturen en heupfracturen gezien bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose, maar vergelijkende gegevens met andere geneesmiddelen tegen osteoporose ontbreken. Bij mannen met prostaatkanker die castratie hebben ondergaan, is het effect op symptomatische fracturen onvoldoende aangetoond. De gegevens over de veiligheid zijn eveneens beperkt. Gezien het werkingsmechanisme van denosumab ter hoogte van het immuunsysteem, dient men rekening te houden met een risico van infecties en de mogelijkheid van een risico van kanker op lange termijn [zie Folia september 2011].
    • Hormonale substitutietherapie (zie 6.3.) heeft een bewezen beschermend effect op alle types osteoporotische fracturen maar de risico-batenverhouding is negatief wegens een toegenomen kans op borstkanker en cardiovasculaire problemen.
    • Noch tibolon (zie 6.3.), noch fyto-oestrogenen (zie 6.3.) hebben een plaats in de aanpak van osteoporose.
    • Preventie van osteoporose gebonden aan gebruik van glucocorticoïden is alleen bewezen voor risedronaat aan 10 mg per dag, en dit alleen wat betreft wervelfracturen.
  • Ziekte van Paget.
    • De ziekte van Paget (syn. osteitis deformans) is een aandoening waarbij sprake is van enerzijds een te sterke botafbraak en anderzijds een te sterke botopbouw, met als gevolg vervormingen en verdikkingen van het bot. De meeste patiënten hebben geen klachten. De overdreven botactiviteit wordt afgeremd door bisfosfonaten.