| |
- 10.1. Alkylerende middelen
- 10.2. Antimetabolieten
- 10.3. Antitumorale antibiotica
- 10.4. Topo-isomerase-inhibitoren
- 10.5. Microtubulaire inhibitoren
- 10.6. Monoklonale antilichamen
- 10.7. Tyrosinekinase-inhibitoren
- 10.8. Bortezomib
- 10.9. Diverse antitumorale middelen
In addendum worden de hematopoiëtische groeifactoren en de keratinocytengroeifactoren vermeld.
De hormonen en antihormonen gebruikt bij maligne aandoeningen worden besproken in 7.3. Geslachtshormonen, de interferons in 9.2. Immunomodulatoren en
immunosuppressiva.
Het gebruik van antitumorale geneesmiddelen behoort tot het domein van de gespecialiseerde arts.
Precieze indicaties, posologie en gebruiksaanwijzing worden hier dan ook niet gegeven.
Ongewenste effecten
Het is onmogelijk in detail alle ongewenste effecten van de antitumorale middelen te vermelden.
Volgende ongewenste effecten worden gezien met talrijke antitumorale middelen.
- Nausea, braken, diarree.
- Irritatie ter hoogte van de toedieningsplaats, en ulceratie en necrose bij extravasatie (bv. van
een anthracycline).
- Overgevoeligheidsreacties.
- Beenmergdepressie met leukopenie (met risico van ernstige infecties), anemie,
trombocytopenie.
- Huid- en mucosa-aantasting (bv. alopecie).
- Massale destructie van maligne cellen met hyperuricemie (tumor lysis syndroom).
- Specifieke orgaantoxiciteit (ter hoogte van hart, hersenen, longen, nier, blaas, ovaria,
testes...).
- Secundaire maligniteiten, bv. hematologisch.
Belangrijke ongewenste effecten eigen aan een bepaalde groep of aan een bepaald middel, worden
bij die groep of bij dit middel vermeld.
Zwangerschap
- Vele antitumorale middelen zijn gevaarlijk voor de ongeboren vrucht
(teratogene en mutagene effecten, en embryotoxiciteit). Bij vrouwen tijdens de
geslachtsrijpe leeftijd dient anticonceptie te worden overwogen gedurende de
chemotherapie en gedurende tenminste 3 tot 6 maanden na het stoppen van de
behandeling, ook als het de partner is die wordt behandeld.
Interacties
- De interacties met antitumorale middelen zijn, gezien de nauwe therapeutisch-toxische grens
van deze middelen, vaak klinisch relevant, met verlies van doeltreffendheid of toename van
de ongewenste effecten. Bij gebruik van gelijk welk geneesmiddel bij een patiënt op
antitumorale therapie is voorzichtigheid geboden. Associatie van middelen met toxiciteit op
hetzelfde orgaan (bv. beenmerg, nier) verhoogt het risico van toxiciteit.
- Toename of daling van het effect van vitamine K-antagonisten (zie tabel in
1.9.2.5.) of anti-epileptica door bepaalde antitumorale middelen.
- Verminderde resorptie van geneesmiddelen, bv. digoxine, bij uitgesproken letsels van de
gastro-intestinale tractus.
- Belangrijke interacties van de individuele producten of groepen worden vermeld ter hoogte
van het product of de groep.
Bijzondere voorzorgen
- Regelmatige controles van bloedbeeld en nier- en leverfunctie zijn nodig.
- Voor sommige chemotherapeutica is hydratie aangewezen.
- Voor sommige orale middelen (bv. capecitabine, sunitinib, tegafur, temozolomide) zijn
geneesmiddelvrije periodes voorzien: dit niet respecteren kan leiden tot ernstige toxiciteit.
|
|