|
Merknaam:
Stofnaam:
|
|
|
Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium |
Januari 2012
 |
|
|
| |
Hypnotica, sedativa, anxiolytica |
|
| |
In dit hoofdstuk worden beschreven:
- benzodiazepines
- middelen verwant aan de benzodiazepines
- middelen op basis van planten
- diverse middelen.
Sommige antidepressiva (zie 10.3.) worden ook gebruikt bij angststoornissen.
Plaatsbepaling - Voor een overzicht over de aanpak van slapeloosheid en angst, zie Folia mei 2009 en de Transparantiefiches "Aanpak van angststoornissen" en"Aanpak van slapeloosheid".
- Er is geen duidelijk onderscheid tussen de anxiolytische, sedatieve en hypnotische eigenschappen van de geneesmiddelen in deze groep; voor vele middelen is dit alleen een kwestie van dosis en farmacokinetische eigenschappen.
- Het gebruik van deze geneesmiddelen dient beperkt te worden wegens de ongewenste effecten, o.a. concentratiestoornissen en snel optreden van afhankelijkheid (reeds na 1 à 2 weken).
- Wanneer een anxiolyticum, sedativum of hypnoticum nodig is, geeft men meestal de voorkeur aan een benzodiazepine, gezien de benzodiazepines even doeltreffend zijn als de andere substanties, en weinig toxisch bij overdosering. De stoffen verwant aan de benzodiazepines, de zogenaamde Z-producten, lijken geen voordelen te bieden ten opzichte van de benzodiazepines in termen van doeltreffendheid of veiligheid. Dit belet niet dat men ook voor de benzodiazepines de indicaties strikt moet stellen, de dosis zo laag mogelijk houden en de duur van de behandeling beperken.
- Het gebruik van barbituraten als hypnoticum, sedativum of anxiolyticum is niet meer aanvaardbaar, en er zijn geen specialiteiten meer op basis van barbituraten met deze indicatie. Fenobarbital wordt soms nog gebruikt als anti-epilepticum (zie 10.7.). De barbituraten met zeer korte werkingsduur (thiopental, methohexital) worden soms gebruikt als inductie-anesthetica.
- Bij slapeloosheid dienen eerst de oorzakelijke factoren aangepakt te worden. Wanneer geen onderliggende aandoening gevonden wordt, is niet-medicamenteuze aanpak zoals relaxatie, verbeteren van de slaaphygiëne of eventueel gedragstherapie, te verkiezen. Indien toch een hypnoticum voorgeschreven wordt, gebruikt men het waar mogelijk slechts gedurende enkele dagen.
- Bij angststoornissen dient men na te gaan over welke soort angst het gaat. Bij alle vormen van angst verdient niet-medicamenteuze aanpak de voorkeur wegens doeltreffendheid op lange termijn en afwezigheid van ongewenste effecten. Medicatie heeft slechts een beperkte plaats [zie Transparantiefiche "Aanpak van angststoornissen"]. Eventueel kunnen gedurende korte tijd benzodiazepines worden toegediend. Antidepressiva kunnen een plaats hebben bij compulsief-obsessieve stoornis en ernstige angststoornissen, vooral bij onvoldoende effect van cognitieve therapie.
|
|
|