Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
10.6.  Antiparkinsonmiddelen
10.6.1.   Levodopa + dopadecarboxylase-inhibitor
10.6.2.   Dopamine-agonisten
10.6.3.   COMT-inhibitoren
10.6.4.   Mono-amine-oxidase B-inhibitoren
10.6.5.   Anticholinergica
10.6.6.   Combinatiepreparaten
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Antiparkinsonmiddelen

 
 

Volgende geneesmiddelen worden besproken:

  • levodopa + dopadecarboxylase-inhibitor
  • dopamine-agonisten
  • COMT (catechol-O-methyltransferase)-inhibitoren
  • mono-amine-oxidase B-inhibitoren
  • anticholinergica
  • combinatiepreparaten.

Amantadine heeft slechts een beperkte plaats als antiparkinsonmiddel. Het is niet meer beschikbaar in België, wel in de ons omringende landen.

Plaatsbepaling
  • Zie Folia mei 2003.
  • Van geen enkel antiparkinsonmiddel is bewezen dat het de evolutie van de ziekte remt.
  • Men start de behandeling meestal met levodopa. Bij patiënten jonger dan 60 jaar wordt echter vaak gestart met een dopamine-agonist.
  • Levodopa werkt sneller, en is meer doeltreffend dan de dopamine-agonisten, maar er is op langere termijn een risico van motorische fluctuaties en dyskinesieën.
  • De associatie levodopa + dopadecarboxylase-inhibitor is ook beschikbaar als gel voor continue duodenale toediening via een pomp, en wordt voorbehouden voor patiënten met ernstige motorische fluctuaties en dyskinesieën.
  • De dopamine-agonisten, de COMT-inhibitoren, en de mono-amine-oxidase B-inhibitoren laten toe de dosis levodopa te verminderen en zo de motorische verwikkelingen t.g.v. levodopa ("eind van dosis-verslechtering" en "on-off fenomeen", zie 10.6.1.) te reduceren. COMT-inhibitoren zijn enkel zinvol in combinatie met levodopa.
  • Anticholinergica zijn vooral actief tegen het beven.