| |
Als profylactische middelen worden gebruikt:
- β-blokkers zonder intrinsieke sympaticomimetische activiteit (zie 1.5.)
- de anti-epileptica valproïnezuur en topiramaat (zie 10.7.)
- flunarizine.
Er is nog een beperkte plaats voor:
- methysergide
- oxetoron
- pizotifeen.
Plaatsbepaling - Bij patiënten met meer dan 2 aanvallen per maand en bij invaliderende aanvallen die niet reageren op de acute behandeling, moet een profylactische behandeling worden overwogen.
- Als profylactische behandeling zijn de β-blokkers zonder intrinsieke sympathicomimetische werking, valproïnezuur, topiramaat, methysergide en sommige calciumantagonisten (bv. flunarizine) werkzaam. Het ergotderivaat methysergide heeft wel zeer ernstige ongewenste effecten. Voor pizotifeen en oxetoron is er minder bewijs van werkzaamheid. Voor middelen zoals riboflavine, lisinopril of candesartan bestaat enige evidentie van doeltreffendheid, maar de onderbouwing is nog beperkt; migraine wordt ook niet als indicatie vermeld in de SKP van deze middelen. Gezien de tegenstrijdige resultaten is de plaats van clonidine in de preventie van migraine niet duidelijk. Op basis van de beschikbare evidentie gaat, ter preventie van migraine, de voorkeur naar de β-blokkers.
- De profylactische behandeling dient individueel te worden aangepast, rekening houdende met het type migraine, de frequentie van de aanvallen, de comorbiditeit. De risico-batenverhouding van de geneesmiddelen zal bepalend zijn.
- Het effect van een profylactische behandeling kan pas na 2 tot 3 maanden geëvalueerd worden. Men zal regelmatig met de patiënt de noodzaak van een profylactische behandeling herevalueren. Afbouw van een preventieve behandeling moet worden overwogen na 6 tot 12 maanden succesvolle behandeling. Bij zeer invaliderende migraine worden soms verschillende profylactische behandelingen geassocieerd, maar hierover bestaat geen gecontroleerd onderzoek.
|
|