Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
12.1.  Vaccins
12.1.1.   Antivirale vaccins
12.1.2.   Antibacteriële vaccins
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Vaccins

 
  Plaatsbepaling
  • Vaccins worden toegediend voor actieve immunisatie: het contact met het antigeen uit het vaccin leidt meestal tot een humoraal immuunantwoord (meting mogelijk door antilichaambepaling, maar niet steeds in routine mogelijk) en een cellullair immuunantwoord (moeilijk te meten in routine). Het toegediend antigeen is of een levende, verzwakte ziekteverwekker (virus of bacterie), een gedood organisme of bestanddelen ervan, of een geïnactiveerd exotoxine. Adjuvantia worden soms toegevoegd om het immuunantwoord te verhogen.
  • De enige in ons land wettelijk verplichte vaccinatie is de primovaccinatie tegen polio.
  • De basisvaccinatiekalender hieronder (tabel 12a) is een aanbeveling van de Belgische Hoge Gezondheidsraad, op basis van medische en epidemiologische argumenten, zie ook "Basisvaccinatieschema aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad - 2009" (via www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/SuperiorHealthCouncil/publications/factsheetsvaccination/index.htm). Bij de verschillende vaccins worden hieronder de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad, al dan niet verkort, weergegeven.
  • Bepaalde vaccins worden zelden gebruikt en worden niet via het normale farmaceutisch circuit verdeeld. Over de vaccinaties voor verre reizen kunnen praktische inlichtingen bekomen worden bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde (zie "Nuttige adressen" in Inleiding).
  • Terugbetaling van vaccins.
    • De vaccins gegeven aan kinderen en jongeren in het kader van hun basisvaccinaties, worden gratis verstrekt (zie tabel 12a).
    • Een aantal vaccins worden bij risicoberoepen volledig terugbetaald via het Fonds voor Beroepsziekten (zie www.fbz.fgov.be).
    • Voor een aantal vaccins komt het RIZIV gedeeltelijk tussen bij bepaalde groepen (klik aPrioribij de terugbetalingsmodaliteiten op onze website).
    • De meeste vaccins gebruikt in het kader van reisgeneeskunde worden niet terugbetaald.
  • Er zijn een aantal instanties in België die op hun website adviezen en nuttige informatie over vaccinaties geven.

De volgende rubrieken gelden voor de meeste vaccins.

Belangrijkste contra-indicaties
  • Ernstige allergische reacties of pseudo-allergische reacties op één van de bestanddelen (zie rubriek "Bijzondere voorzorgen").
  • Zwangerschap (zie rubriek "Zwangerschap").
  • Contra-indicaties voor vaccinatie met levende vaccins: patiënten met immuundeficiëntie (hypo- of agammaglobulinemie, leukemie of lymfoom) of immuunsuppressie (behandeling met immunosuppressiva, hoge doses glucocorticoïden, antitumorale middelen of uitgebreide radiotherapie), patiënten met HIV-besmetting met een CD4+ T-lymfocytenspiegel < 400/µl of met AIDS.
  • Behandeling met immunomodulerende middelen: best wordt gespecialiseerd advies gevraagd.
Belangrijkste ongewenste effecten
  • Een soms pijnlijk erytheem of verharding op de injectieplaats, wat enkele dagen kan aanhouden.
  • Soms koorts.
Zwangerschap
  • Levende vaccins zijn in principe gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap, en een vrouw wordt ook best niet zwanger in de maand die volgt op de toediening van het vaccin tegen bof, mazelen, rubella, varicella of gele koorts. Er is op dit ogenblik echter geen evidentie van teratogeniteit of embryotoxiciteit van eender welk vaccin (met inbegrip van de levende vaccins). Wanneer de kans van infectie groot is en de infectie belangrijke risico's inhoudt voor moeder en/of kind, zal toch gevaccineerd worden. [Zie Folia augustus 2009]
Belangrijkste interacties
  • Verschillende vaccins mogen meestal wel op hetzelfde ogenblik toegediend worden, maar op verschillende plaatsen. Vaccins op basis van levende virussen moeten wel hetzij op precies hetzelfde ogenblik, hetzij met een interval van minstens 4 weken worden toegediend.
  • Wanneer in de laatste drie maanden immunoglobulinen toegediend werden, kan de vaccinatie met levende vaccins minder doeltreffend zijn, en het kan dan wenselijk zijn de vaccinatie uit te stellen of later te hervaccineren. Pasgeborenen van een HBs-antigeen-positieve moeder die immunoglobulines kregen onmiddellijk na de geboorte worden wel onmiddellijk gevaccineerd tegen hepatitis B (zie 12.1.1.5.).
Belangrijkste voorzorgen
  • Gezien de meeste vaccins hun immunogeniciteit verliezen bij invriezen of bij bewaring aan een temperatuur hoger dan 12° C, wordt aangeraden vaccins te bewaren tussen 2 en 8° C. Dit geldt des te meer voor levende vaccins, waarbij ook de tijd na in oplossing brengen van het gelyofiliseerde product zo kort mogelijk moet gehouden worden.
  • In geval van acute ziekte of koorts (> 38° C) wordt vaccinatie best uitgesteld.
  • Bij de bespreking van elk vaccin wordt vermeld of het bereid wordt uit virussen gekweekt op cellen van kippenembryo's, en of het, naast de vermelde antigenen, bepaalde andere stoffen bevat.
    • De vaccins bereid uit virussen gekweekt op cellen van kippenembryo's kunnen kippeneiwitten bevatten. De meeste personen allergisch aan eieren kunnen evenwel veilig worden gevaccineerd met deze vaccins omdat de hoeveelheden eiwit zeer klein zijn; bij personen bij wie reeds levensbedreigende reacties op eieren zijn opgetreden, en bij astmapatiënten die allergisch zijn aan kippeneiwitten, raadt men aan het vaccin toe te dienen in hospitaalmilieu.
    • Vele vaccins bevatten sporen van antibiotica (neomycine, polymyxine B of streptomycine), kwikderivaten (thiomersal) en/of aluminium. Allergie (of pseudo-allergie) aan één van deze middelen kan een contra-indicatie zijn.
  • Met uitzondering van de hierboven vermelde specifieke situaties is een atopische constitutie geen contra-indicatie voor vaccinatie, tenzij bij een vorige dosis of op een bepaalde component van het vaccin reeds een anafylactische reactie is opgetreden. Patiënten met een atopische constitutie blijven wel best onder observatie in de uren volgend op de vaccinatie. Men moet steeds epinefrine bij de hand hebben. Voorzichtigheid is zeker geboden wanneer bij een vroegere toediening een abnormale reactie optrad.
  • Voor informatie over preventie en aanpak van anafylactische shock bij de vaccinatie van kinderen en volwassenen, zie "Behandeling van anafylactische reacties" in Inleiding, en advies van de Hoge Gezondheidsraad "Aanbeveling voor goede medische praktijkvoering", via http://www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/SuperiorHealthCouncil/publications/factsheetsvaccination/index.htm.
  • Bij patiënten met immuundeficiëntie of immuunsuppressie is toediening van niet-levende vaccins veilig maar het immuunantwoord kan verminderd zijn.
  • Tijdens een opstoot van multiple sclerose mag niet gevaccineerd worden. Toch wordt aangenomen dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen het ontstaan van multiple sclerose en vaccinatie, en de huidige gegevens tonen evenmin een effect van vaccinatie op het optreden van een nieuwe opstoot [zie Folia maart 2005].
Posologie
  • De inspuitbare vaccins worden in principe intramusculair ingespoten; sommige vaccins kunnen ook subcutaan ingespoten worden; het vaccin tegen tuberculose en één van de vaccins tegen influenza worden intradermaal gegeven. De vaccins die aluminium of sommige andere adjuvantia bevatten, zoals de vaccins tegen difterie-tetanus-kinkhoest, hepatitis A en hepatitis B, mogen niet subcutaan toegediend worden; het hepatitis B- vaccin mag bij trombocytopenie of bij bloedingsrisico wel subcutaan toegediend worden.
  • Intramusculaire inspuiting gebeurt bij kinderen jonger dan één jaar bij voorkeur ter hoogte van de anterolaterale zijde van de dij. Bij kinderen ouder dan één jaar, bij adolescenten en bij volwassenen gebeurt deze bij voorkeur in de musculus deltoideus.
  • De subcutane inspuiting gebeurt bij kinderen jonger dan één jaar gewoonlijk in de dij. Bij kinderen ouder dan één jaar, bij adolescenten en bij volwassenen bij voorkeur in de dorsale zijde van de bovenarm, met name ter hoogte van de triceps-regio.
  • Vaccins mogen niet intravasculair worden ingespoten.
  • Bij onvolledig uitgevoerde schema's zijn meestal inhaalvaccinaties wenselijk en mogelijk; zie de fiche "Inhaalvaccinatie" van de Hoge Gezondheidsraad, via www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/SuperiorHealthCouncil/publications/factsheetsvaccination/index.htm, de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, en de website van Domus Medica.

Tabel 12a. Basisvaccinatieschema (situatie op 1 september 2011)

Leeftijd

Basisvaccinatieschema volgens de Hoge Gezondheidsraad

Vaccins gratis aangeboden door de Vlaamse Gemeenschap1

Vaccins gratis aangeboden door de Franse Gemeenschap2, 3

8 weken

polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Hib, hepatitis B: 1ste dosis

Infanrix Hexa® (Imovax polio®4)

Infanrix Hexa® (Imovax polio®4)

pneumokok: 1ste dosis

Prevenar 13®

Prevenar 13®

rotavirus: 1ste dosis

/

/

12 weken

polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Hib, hepatitis B: 2de dosis

Infanrix Hexa®

Infanrix Hexa®

rotavirus: 2de dosis

/

/

16 weken

polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Hib, hepatitis B: 3de dosis

Infanrix Hexa® (Imovax polio®4)

Infanrix Hexa® (Imovax polio®4)

pneumokok: 2de dosis

Prevenar 13®

Prevenar 13®

eventueel rotavirus 3de dosis, afhankelijk van het gebruikte vaccin

/

/

12 maanden

mazelen, bof, rubella: 1ste dosis

M-M-R-Vaxpro®

Priorix®

pneumokok: 3de dosis

Prevenar 13®

Prevenar 13®

15 maanden

polio, difterie, tetanus, kinkhoest, Hib, hepatitis B: 4de dosis

Infanrix Hexa® (Imovax polio®4)

Infanrix Hexa® (Imovax polio®4)

meningokok serogroep C: eenmalige dosis

Neisvac C®

Menjugate®

5 à 7 jaar

polio, difterie, tetanus, kinkhoest: rappel

Infanrix-IPV® (1ste leerjaar) (Imovax polio®4)

Tetravac® (Imovax polio®4)

vaccinatiekaart controleren i.v.m. mazelen, bof, rubella, en indien nodig 1ste dosis toedienen

M-M-R-Vaxpro®

Priorix®

10 à 13 jaar

mazelen, bof, rubella: 2de dosis

M-M-R-Vaxpro® (5de leerjaar)

Priorix® (6de leerjaar)

vaccinatiekaart controleren i.v.m. hepatitis B, en indien nodig deze vaccinatie uitvoeren

Engerix B® (20 µg/ml)5 (1ste jaar secundair onderwijs)

Hbvaxpro junior®6 (6de leerjaar)

meisjes: humaan papillomavirus (3 doses)

Gardasil® (1ste jaar secundair onderwijs)

Cervarix® (2de jaar secundair onderwijs)

14 à 16 jaar

difterie, tetanus, kinkhoest (gereduceerde hoeveelheid difterie-anatoxine en kinkhoestantigenen)

Boostrix® (3de jaar secundair onderwijs)

Boostrix® (of Tedivax pro adulto®7) (4de jaar secundair onderwijs)

vaccinatiekaart controleren i.v.m. mazelen, bof, rubella, en indien nodig deze vaccinatie uitvoeren of vervolledigen (2 doses vóór de leeftijd van 18 jaar)

 

Om de 10 jaar

tetanus, difterie (gereduceerde hoeveelheid difterie-anatoxine)

Tedivax pro adulto®

Tedivax pro adulto®

1 Vaccins worden bij voorkeur online besteld via Vaccinnet (www.vaccinnet.be) of per e-mail naar vaccinnet@vlaanderen.be. Eventueel kunnen bestellingen ook per post gestuurd worden naar de equipe Infectieziekten en Vaccinaties van de afdeling Toezicht Volksgezondheid te Brussel.

2 Vaccins te bestellen bij de “Direction générale de la Santé” van het Ministère de la Communauté française van de Franse Gemeenschap (zie “Nuttige adressen” in Inleiding).

3 Act-Hib®: in uitzonderlijke gevallen (inhaalvaccinatie)

4 Imovax Polio®: enkel voor kinderen die niet met het aanbevolen vaccin kunnen gevaccineerd worden

5 Enkel voor kinderen die nog niet waren gevaccineerd tegen hepatitis B: 2 doses volgens schema 0 - 6 maanden

6 Enkel voor kinderen die nog niet waren gevaccineerd tegen hepatitis B: 3 doses volgens schema 0 - 1 - 6 maanden

7 Bordetella pertussis-antigenen niet aanwezig in Tedivax pro adulto®