Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
12.2.  Immunoglobulinen
12.2.1.   Polyvalente immunoglobulinen
12.2.2.   Specifieke immunoglobulinen tegen hepatitis B
12.2.3.   Specifieke immunoglobulinen tegen tetanus
12.2.4.   Anti-D immunoglobulinen
12.2.5.   Specifieke immunoglobulinen tegen rabiës
12.2.6.   Specifieke immunoglobulinen tegen cytomegalovirus
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Januari 2012   en français

 

Immunoglobulinen

 
 

Deze bereidingen uit plasma bestaan vooral uit IgG-immunoglobulinen die de meest reactieve antilichamen zijn; ook geringe hoeveelheden IgA, IgM en andere plasmaproteïnen zijn aanwezig.

De polyvalente humane immunoglobulinen, ook standaardimmunoglobulinen genoemd, bevatten wisselende hoeveelheden antivirale en antibacteriële antilichamen, evenals antitoxines tegen tetanus en difterie.

De specifieke humane immunoglobulinen, ook hyperimmune immunoglobulinen genoemd, worden bereid uit plasma van patiënten in de convalescentieperiode of die onlangs immuun geworden zijn door inenting.

Plaatsbepaling
  • Het beschermend effect van immunoglobulinen houdt slechts enkele maanden, soms slechts weken, aan.
Belangrijkste ongewenste effecten
  • Pijn op de injectieplaats.
  • Anafylactoïde en anafylactische reacties: zelden, vooral bij patiënten met immuundeficiëntie.
Toediening en posologie
  • De posologie van immunoglobulinen wordt aangepast naargelang de antilichaamtiter, de indicatie en het lichaamsgewicht.
  • Gewoonlijk worden immunoglobulinen diep intramusculair toegediend.
  • In geval van stollingsstoornis of bij behandeling met anticoagulantia kan de inspuiting subcutaan gebeuren, maar slechts in een beperkt volume.
  • Sommige bereidingen van immunoglobulinen worden in intraveneus infuus gegeven, in geval van zeer ernstige infecties bij congenitaal of verworven tekort aan immunoglobulinen, wanneer een vlugge werking gewenst is of wanneer stollingsstoornissen intramusculaire toediening niet toelaten.