Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco–Obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
12.3.  Immunomodulatoren
12.3.2.   Middelen bij chronische immuungemedieerde aandoeningen
12.3.2.1.    Abatacept
12.3.2.2.    Eculizumab
12.3.2.3.    Glatirameeracetaat
12.3.2.4.    Inosine-pranobex
12.3.2.5.    Interferonen
12.3.2.6.    Natalizumab
12.3.2.7.    TNF-remmers
12.3.2.8.    Tocilizumab
12.3.2.9.    Ustekinumab
12.3.2.10.    Fingolimod
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Maart 2012   en français

 

Middelen bij chronische immuungemedieerde aandoeningen

 
 

In dit hoofdstuk worden besproken:

  • abatacept
  • eculizumab
  • glatirameeracetaat
  • inosine-pranobex
  • interferonen
  • natalizumab
  • TNF-remmers
  • tocilizumab
  • ustekinumab.
Plaatsbepaling
  • Chronische immuungemedieerde aandoeningen omvatten ondermeer multiple sclerose, reumatoïde artritis, inflammatoire darmziekten, glomerulonefritis en psoriasis.
  • Ook corticosteroïden (zie 5.4.), methotrexaat (zie 13.2.1.), leflunomide (zie 9.2.2.), azathioprine (zie 12.3.1.2.) en ciclosporine (zie 12.3.1.4.) hebben een immunosuppressief effect en worden soms gebruikt bij chronische immuungemedieerde aandoeningen.
  • De interferonen zijn cytokines met immunostimulerende, antivirale, antiproliferatieve en anti-angiogenetische eigenschappen. De interferonen worden o.a. gebruikt bij chronische hepatitis B en C (zie 11.4.4.).
  • Veel antitumorale stoffen (zie hoofdstuk 13.) hebben een immunosuppressief effect, maar hun ongewenste effecten zijn dikwijls te uitgesproken om hun gebruik buiten de oncologie toe te laten.
Zwangerschap
  • De immunomodulatoren zijn in principe gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap gezien hun cytotoxische en mogelijk mutagene en carcinogene eigenschappen. Zie ook verder bij de verschillende geneesmiddelen.
Belangrijkste voorzorgen
  • Immunomodulatoren kunnen het optreden van infecties begunstigen, en kunnen leiden tot ontstaan van maligniteiten, vooral lymfomen.