|
Merknaam:
Stofnaam:
|
|
|
Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium |
Maart 2012
 |
|
|
| |
Middelen bij chronische immuungemedieerde aandoeningen |
|
| |
In dit hoofdstuk worden besproken:
- abatacept
- eculizumab
- glatirameeracetaat
- inosine-pranobex
- interferonen
- natalizumab
- TNF-remmers
- tocilizumab
- ustekinumab.
Plaatsbepaling - Chronische immuungemedieerde aandoeningen omvatten ondermeer multiple sclerose, reumatoïde artritis, inflammatoire darmziekten, glomerulonefritis en psoriasis.
- Ook corticosteroïden (zie 5.4.), methotrexaat (zie 13.2.1.), leflunomide (zie 9.2.2.), azathioprine (zie 12.3.1.2.) en ciclosporine (zie 12.3.1.4.) hebben een immunosuppressief effect en worden soms gebruikt bij chronische immuungemedieerde aandoeningen.
- De interferonen zijn cytokines met immunostimulerende, antivirale, antiproliferatieve en anti-angiogenetische eigenschappen. De interferonen worden o.a. gebruikt bij chronische hepatitis B en C (zie 11.4.4.).
- Veel antitumorale stoffen (zie hoofdstuk 13.) hebben een immunosuppressief effect, maar hun ongewenste effecten zijn dikwijls te uitgesproken om hun gebruik buiten de oncologie toe te laten.
Zwangerschap - De immunomodulatoren zijn in principe gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap gezien hun cytotoxische en mogelijk mutagene en carcinogene eigenschappen. Zie ook verder bij de verschillende geneesmiddelen.
Belangrijkste voorzorgen - Immunomodulatoren kunnen het optreden van infecties begunstigen, en kunnen leiden tot ontstaan van maligniteiten, vooral lymfomen.
|
|
|