| |
- 13.1. Alkylerende middelen
- 13.2. Antimetabolieten
- 13.3. Antitumorale antibiotica
- 13.4. Topo-isomerase-inhibitoren
- 13.5. Microtubulaire inhibitoren
- 13.6. Monoklonale antilichamen en biologicals
- 13.7. Tyrosinekinase-inhibitoren
- 13.8. Diverse antitumorale middelen
De hormonen en antihormonen gebruikt bij maligne aandoeningen worden besproken in 5.3. Geslachtshormonen, de interferons in 12.3. Immunomodulatoren.
De erythropoëtines, die o.a. gebruikt worden bij anemie ten gevolge van chemotherapie, worden besproken in 2.3.1. De hematopoiëtische groeifactoren gebruikt bij neutropenie door chemotherapie, worden besproken in 2.3.3.
Het gebruik van antitumorale geneesmiddelen behoort tot het domein van de gespecialiseerde arts. Precieze indicaties, posologie en gebruiksaanwijzing worden hier dan ook niet gegeven.
Ongewenste effecten
Sommige ongewenste effecten zijn het gevolg van een aantasting van cellen die zich vlug delen, bv. ter hoogte van het beenmerg of de maag-darm mucosa. Andere ongewenste effecten worden meer specifiek gezien met bepaalde middelen of bepaalde klassen, bv. de cardiotoxiciteit van de anthracyclines, de longtoxiciteit van bleomycine, de renale toxiciteit van cisplatine.
Volgende ongewenste effecten worden gezien met talrijke antitumorale middelen.
- Nausea, braken, diarree.
- Irritatie ter hoogte van de toedieningsplaats.
- Overgevoeligheidsreacties.
- Beenmergdepressie met leukopenie (risico van ernstige infecties), anemie, trombocytopenie (risico van bloedingen).
- Moeheid, soms tot lang na stoppen van de behandeling.
- Huid- en mucosa-aantasting, alopecie, mucositis.
- Hyperuricemie (tumor lysis syndroom) door massale destructie van maligne cellen.
- Specifieke orgaantoxiciteit (ter hoogte van hart, hersenen, longen, nier, blaas, ovaria, testes...).
- Secundaire maligniteiten, bv. hematologisch (zelden).
De voornaamste ongewenste effecten die meer speciaal gezien worden met bepaalde middelen of klassen, worden vermeld bij deze middelen of klassen. Het is onmogelijk in detail alle ongewenste effecten te vermelden: de SKP en gespecialiseerde werken dienen geconsulteerd te worden.
Zwangerschap
- Vele antitumorale middelen zijn gevaarlijk voor de ongeboren vrucht (mutagene en teratogene effecten, embryotoxiciteit). Bij vrouwen tijdens de geslachtsrijpe leeftijd dient anticonceptie te worden overwogen gedurende de chemotherapie en gedurende ten minste 3 tot 6 maanden na het stoppen van de behandeling. Anticonceptie is ook noodzakelijk als het de partner is die behandeld wordt.
Interacties
- De interacties met antitumorale middelen zijn, gezien de nauwe therapeutisch-toxische grens van deze middelen, vaak klinisch relevant, met risico van verlies van doeltreffendheid of toename van de ongewenste effecten. Bij gebruik van gelijk welk geneesmiddel bij een patiënt op antitumorale therapie is voorzichtigheid geboden. Associatie van middelen met toxiciteit op hetzelfde orgaan (bv. beenmerg, nier) verhoogt het risico van toxiciteit.
- Toename of daling van het effect van vitamine K-antagonisten (zie tabel 2a in 2.1.2.5.) en van sommige anti-epileptica door bepaalde antitumorale middelen.
- Verminderde resorptie van vele geneesmiddelen bij uitgesproken letsels van de gastro-intestinale tractus.
- Belangrijke interacties van de individuele producten of klassen worden vermeld ter hoogte van het product of de klasse.
Bijzondere voorzorgen
- Regelmatige controles van bloedbeeld en nier- en leverfunctie zijn nodig.
- Voor sommige chemotherapeutica is adequate hydratie noodzakelijk om de niertoxiciteit te beperken.
- Voor sommige orale middelen (bv. capecitabine, sunitinib, tegafur, temozolomide) zijn geneesmiddelvrije periodes voorzien om ernstige toxiciteit te vermijden.
- Bij het manipuleren van antitumorale middelen (bv. bij bereiden van de infusen) moeten aangepaste voorzorgen genomen worden.
|
|