Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco-obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
13.1.  Alkylerende middelen
13.2.  Antimetabolieten
13.3.  Antitumorale antibiotica
13.4.  Topo-isomerase-inhibitoren
13.5.  Microtubulaire inhibitoren
13.6.  Monoklonale antilichamen en biologicals
13.7.  Tyrosinekinase-inhibitoren
13.8.  Diverse antitumorale middelen
13.9.  Middelen bij ongewenste effecten van antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   April 2013   en français

 

Antitumorale middelen

 
 
  • 13.1. Alkylerende middelen
  • 13.2. Antimetabolieten
  • 13.3. Antitumorale antibiotica
  • 13.4. Topo-isomerase-inhibitoren
  • 13.5. Microtubulaire inhibitoren
  • 13.6. Monoklonale antilichamen en biologicals
  • 13.7. Tyrosinekinase-inhibitoren
  • 13.8. Diverse antitumorale middelen
  • 13.9. Middelen bij ongewenste effecten van antitumorale middelen
  • De hormonen en antihormonen gebruikt bij maligne aandoeningen worden besproken in 5.3. Geslachtshormonen, de interferonen in 12.3. Immunomodulatoren. De erythropoëtines, die o.a. gebruikt worden bij anemie ten gevolge van chemotherapie, worden besproken in 2.3.1. Middelen bij anemie. De hematopoiëtische groeifactoren gebruikt bij neutropenie door chemotherapie, worden besproken in 2.3.3. Middelen bij neutropenie.

    Het gebruik van antitumorale geneesmiddelen behoort tot het domein van de gespecialiseerde arts. Precieze indicaties, posologie en gebruiksaanwijzing worden hier dan ook niet gegeven.

    Ongewenste effecten

    Sommige ongewenste effecten zijn het gevolg van een aantasting van cellen die zich vlug delen, bv. ter hoogte van het beenmerg of de maag-darmmucosa. Andere ongewenste effecten worden gezien met bepaalde middelen of bepaalde klassen van geneesmiddelen, bv. de cardiotoxiciteit van de anthracyclines, de longtoxiciteit van bleomycine, de renale toxiciteit van cisplatine.

    Volgende ongewenste effecten worden gezien met talrijke antitumorale middelen.

    • Nausea, braken, diarree.
    • Irritatie ter hoogte van de toedieningsplaats.
    • Overgevoeligheidsreacties.
    • Beenmergdepressie met leukopenie (risico van ernstige infecties), anemie, trombocytopenie (risico van bloedingen).
    • Moeheid, soms lang na stoppen van de behandeling.
    • Huid- en mucosa-aantasting, alopecie, mucositis.
    • Hyperuricemie (tumorlysis-syndroom) door massale destructie van maligne cellen.
    • Specifieke orgaantoxiciteit (ter hoogte van hart, hersenen, longen, nier, blaas, ovaria, testes...).
    • Secundaire maligniteiten, bv. hematologisch.

    De voornaamste ongewenste effecten die meer gezien worden met bepaalde middelen of klassen, worden vermeld bij deze middelen of klassen. Het is onmogelijk in detail alle ongewenste effecten te vermelden: de Samenvatting van de Kenmerken van het Product (SKP) en gespecialiseerde werken dienen geraadpleegd te worden.

    Zwangerschap

    • Voor vele antitumorale middelen bestaat een vermoeden of het bewijs (bv. de antimetabolieten, tretinoïne, lenalidomide, thalidomide) van gevaar voor de ongeboren vrucht (mutagene en teratogene effecten, embryotoxiciteit).
    • Bij vrouwen tijdens de geslachtsrijpe leeftijd wordt anticonceptie aangeraden gedurende de chemotherapie en gedurende ten minste 3 tot 6 maanden na het stoppen van de behandeling. Bij sommige kankers vastgesteld in de loop van de zwangerschap, kunnen cytostatica onder strikte controle worden toegediend tijdens het tweede en derde trimester.
    • Anticonceptie is ook noodzakelijk als de partner behandeld wordt met antitumorale middelen.

    Interacties

    • De interacties met antitumorale middelen zijn, gezien hun nauwe therapeutisch-toxische marge, vaak klinisch relevant, met risico van verlies van doeltreffendheid of toename van de ongewenste effecten. Bij gebruik van gelijk welk geneesmiddel bij een patiënt op antitumorale therapie is voorzichtigheid geboden. Associatie van middelen met toxiciteit op hetzelfde orgaan (bv. beenmerg, nier) verhoogt het risico van toxiciteit.
    • Toename of daling van het effect van vitamine K-antagonisten (zie tabel 2a in 2.1.2.2.) en van sommige anti-epileptica door bepaalde antitumorale middelen. Anderzijds kunnen een aantal anti-epileptica het effect van bepaalde antitumorale middelen verminderen.
    • Belangrijke interacties van de individuele producten of klassen worden vermeld ter hoogte van het product of de klasse.

    Bijzondere voorzorgen

    • Regelmatige controles van bloedbeeld en nier- en leverfunctie zijn nodig.
    • Voor sommige chemotherapeutica is adequate hydratie noodzakelijk om de niertoxiciteit te beperken.
    • Verminderde resorptie van vele geneesmiddelen bij uitgesproken letsels van de gastro-intestinale tractus.
    • Voor sommige orale middelen (bv. capecitabine, sunitinib, temozolomide, topotecan) zijn geneesmiddelvrije periodes voorzien om ernstige toxiciteit te vermijden.
    • Bij het manipuleren van antitumorale middelen (bv. bij bereiden van de infusen) moeten aangepaste voorzorgen genomen worden, zeker bij de mogelijkheid van zwangerschap.