| |
- 15.1. Anti-infectieuze middelen
- 15.2. Glucocorticoïden
- 15.3. Middelen tegen jeuk
- 15.4. Middelen bij traumata en veneuze aandoeningen
- 15.5. Acne
- 15.6. Psoriasis
- 15.7. Keratolytica
- 15.8. Enzymen
- 15.9. Beschermende of cicatriserende middelen
- 15.10. Actieve verbandmiddelen
- 15.11. Immunomodulatoren
- 15.12. Diverse lokale middelen
- 15.13. Diagnostica in de dermatologie
De antibiotica (zie 11.1.), de antimycotica (zie 11.2.), de corticosteroïden (zie 5.4.), de H1-antihistaminica (zie 12.4.1.) en de vitamines (zie 14.2.) die langs algemene weg worden toegediend bij sommige huidaandoeningen, worden in de desbetreffende hoofdstukken besproken.
In de beschrijving van de specialiteiten wordt de term zalf gebruikt voor alle vette preparaten.
Het "Therapeutisch Magistraal Formularium”, uitgegeven onder de verantwoordelijkheid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG), beschrijft o.a. een aantal gevalideerde magistrale bereidingen in verband met de dermatologie (zie "Handboeken” in Inleiding).
Plaatsbepaling
- Voor talrijke huidziekten is de etiologie slecht bekend en is een rationele behandeling niet mogelijk.
- Associaties van meerdere actieve bestanddelen zijn in het algemeen niet aan te raden.
- De keuze van het vehiculum en van de hulpstoffen kan de gewenste en ongewenste effecten in belangrijke mate beïnvloeden.
Ongewenste effecten
- Allergische reacties, vooral contactallergie en foto-contactallergie (bij blootstelling aan zonlicht) zijn mogelijk voor vrijwel elke stof die op de huid aangebracht wordt, met dikwijls kruisovergevoeligheid tussen chemisch verwante substanties. Allergische reacties treden niet alleen op tegenover actieve bestanddelen, maar ook tegenover excipiëntia, bewaarmiddelen (thiomersal) of aromatische bestanddelen (parfums). Dit brengt mee dat niet alle preparaten die eenzelfde actief bestanddeel bevatten, even goed verdragen worden.
- Huidirritatie.
|
|