Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco-obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
15.1.  Anti-infectieuze middelen
15.2.  Corticosteroïden
15.3.  Middelen tegen jeuk
15.4.  Middelen bij traumata en veneuze aandoeningen
15.5.  Acne
15.6.  Psoriasis
15.7.  Keratolytica
15.8.  Enzymen
15.9.  Beschermende of wondhelende middelen
15.10.  Actieve verbandmiddelen
15.11.  Immunomodulatoren
15.12.  Diverse dermatologische middelen
16. Oftalmologie
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Juni 2013   en français

 

Dermatologie

 
 
  • 15.1. Anti-infectieuze middelen
  • 15.2. Corticosteroïden
  • 15.3. Middelen tegen jeuk
  • 15.4. Middelen bij traumata en veneuze aandoeningen
  • 15.5. Acne
  • 15.6. Psoriasis
  • 15.7. Keratolytica
  • 15.8. Enzymen
  • 15.9. Beschermende of wondhelende middelen
  • 15.10. Actieve verbandmiddelen
  • 15.11. Immunomodulatoren
  • 15.12. Diverse dermatologische middelen
  • De antibiotica (zie 11.1.), de antimycotica (zie 11.2.), de corticosteroïden (zie 5.4.), de H1-antihistaminica (zie 12.4.1.) en de vitaminen (zie 14.2.) die langs algemene weg worden toegediend bij sommige huidaandoeningen, worden in de desbetreffende hoofdstukken besproken.

    Het "Therapeutisch Magistraal Formularium”, uitgegeven onder de verantwoordelijkheid van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG), beschrijft o.a. een aantal gevalideerde magistrale bereidingen in verband met de dermatologie (zie Bijlage 2.2.).

    Plaatsbepaling

    • Voor talrijke huidziekten is de etiologie slecht gekend en is een etiologische behandeling dus niet mogelijk.
    • Associaties van meerdere actieve bestanddelen zijn in het algemeen niet aan te raden.
    • De keuze van het vehiculum en van de hulpstoffen kan de gewenste en ongewenste effecten in belangrijke mate beïnvloeden.
      • Een hydrofobe zalf (bv. witte vaseline) is het meest doeltreffende excipiëns ter behandeling van hyperkeratotische gelichenificeerde dermatosen, maar dergelijke zalven voelen vet aan.
      • Een hydrofiele crème (bv. cetomacrogolcrème) is over het algemeen de eerste keuze als excipiëns voor de behandeling van acute en subacute dermatosen. Aan deze crèmes moeten bewaarmiddelen toegevoegd worden, die sensibiliserend kunnen werken.
      • Hydrofiele gels (bv. carbomeergel) worden gebruikt voor de behandeling van dermatosen ter hoogte van de behaarde hoofdhuid en wanneer een niet-vette basis gewenst is. Deze gels bevatten vaak alcohol en propyleenglycol die irritatie en een branderig gevoel kunnen veroorzaken wanneer ze worden toegepast op een geschaafd letsel of fissuur.
      • Waterige en hydro-alcoholische oplossingen hebben een drogend en afkoelend effect. Ze worden vooral gebruikt bij bulleuze of vesiculeuze dermatosen, bij dermatosen ter hoogte van behaarde lichaamszones, of bij maceratie (verweking) in de huidplooien. Bij beschadigde hoornlaag van de epidermis kunnen hydro-alcoholische oplossingen een acuut branderig gevoel veroorzaken.
      • Suspensies en emulsies hebben over het algemeen dezelfde indicaties als oplossingen. De partikeltjes in de suspensie kunnen agglomeraten vormen met de huidsecreties. De emulsies vormen een zeer dunne lipidenfilm en worden gebruikt voor het aanbrengen van lipofiele actieve bestanddelen.

    Ongewenste effecten, zwangerschap en borstvoeding, en bijzondere voorzorgen

    • Allergische reacties, vooral contacteczeem, zijn mogelijk voor vrijwel elke stof die op de huid aangebracht wordt, met dikwijls kruisovergevoeligheid tussen chemisch verwante substanties. Allergische reacties treden niet alleen op tegenover actieve bestanddelen, maar ook tegenover excipiëntia, bewaarmiddelen (thiomersal) of aromatische bestanddelen (parfums). Dit brengt mee dat niet alle preparaten die eenzelfde actief bestanddeel bevatten, even goed verdragen worden.
    • Huidirritatie.
    • Voor lokaal toegepaste middelen bestaat theoretisch hetzelfde risico als bij hun systemische toediening. Gezien de hoeveelheid die de algemene circulatie bereikt zeer laag is, is het risico van systemische reacties waarschijnlijk zeer klein, behalve voor corticosteroïden en misschien bepaalde middelen bij acne en psoriasis.