Inhoudstafel
 
  Inleiding
1. Cardiovasculair stelsel
2. Bloed en stolling
3. Gastro-intestinaal stelsel
4. Ademhalingsstelsel
5. Hormonaal stelsel
6. Gynaeco-obstetrie
7. Urogenitaal stelsel
8. Pijn en koorts
9. Osteo-articulaire aandoeningen
10. Zenuwstelsel
11. Infecties
12. Immuniteit
13. Antitumorale middelen
14. Mineralen, vitaminen en tonica
15. Dermatologie
16. Oftalmologie
16.1.  Anti-infectieuze middelen
16.2.  Anti-allergische en anti-inflammatoire middelen
16.3.  Decongestionerende middelen
16.4.  Mydriatica-Cycloplegica
16.5.  Anti-glaucoommiddelen
16.6.  Lokale anesthetica
16.7.  Kunsttranen
16.8.  Diagnostica in de oftalmologie
16.9.  Middelen bij oogchirurgie
16.10.  Middelen bij maculadegeneratie
16.11.  Natriumjodide
17. Neus-Keel-Oren
18. Anesthesie
19. Diagnostica
20. Diverse geneesmiddelen

  Merknaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

  Stofnaam:
 A   B   C   D   E   F   G   H   I 
 J   K   L   M   N   O   P   Q   R 
 S   T   U   V   W   X   Y   Z 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium   Mei 2013   en français

 

Oftalmologie

 
 
  • 16.1. Anti-infectieuze middelen
  • 16.2. Anti-allergische en anti-inflammatoire middelen
  • 16.3. Decongestionerende middelen
  • 16.4. Mydriatica-cycloplegica
  • 16.5. Anti-glaucoommiddelen
  • 16.6. Lokale anesthetica
  • 16.7. Kunsttranen
  • 16.8. Diagnostica in de oftalmologie
  • 16.9. Middelen bij oogchirurgie
  • 16.10. Middelen bij maculadegeneratie
  • 16.11. Natriumjodide
  • Ongewenste effecten, zwangerschap en borstvoeding

    • Voor lokaal toegepaste middelen bestaat theoretisch hetzelfde risico als bij hun systemische toediening. Gezien de hoeveelheid die de algemene circulatie bereikt zeer laag is, is dit risico waarschijnlijk zeer klein. Bij de oftalmologische middelen waar dit toch belangrijk kan zijn, wordt dit vermeld.

    Bijzondere voorzorgen

    • Allergische reacties op oftalmologische middelen zijn frequent.
    • De meeste geneesmiddelen voor oftalmologisch gebruik bevatten ook een bewaarmiddel. Bewaarmiddelen (vooral benzalkoniumchloride) kunnen, zoals de actieve bestanddelen, aanleiding geven tot allergische reacties, en kunnen de stabiliteit van de traanfilm verstoren. Bij patiënten met problemen in verband met de traanfilm of met allergische conjunctivitis zal dan ook de voorkeur gegeven worden aan producten die geen bewaarmiddel bevatten. Aanwezige bewaarmiddelen worden bij de specialiteiten vermeld.
    • Bij het indruppelen van oogdruppels mogen geen zachte contactlenzen gedragen worden, tenzij het de bedoeling is de lenzen vochtig te houden. Afhankelijk van de aandoening waarvoor de druppels worden gebruikt, mogen de lenzen ten vroegste 15 minuten na indruppelen van de oogdruppels opnieuw aangebracht worden. Bij bepaalde lokale behandelingen ter hoogte van het oog (bv. met corticosteroïden) is gebruik van contactlenzen (harde en zachte) gecontra-indiceerd.
    • Oogzalven kunnen interfereren met de stabiliteit van de traanfilm en droogheid van de ogen verslechteren.
    • Na aanbrengen van geneesmiddelen in het oog zijn systemische effecten mogelijk; ze kunnen tegengegaan worden door dichtdrukken van het nasolacrimale kanaal ter hoogte van de binnenste ooghoek gedurende 1 à 2 minuten en de ogen gesloten te houden (zonder knipperen).
    • Men vermijdt zoveel mogelijk lokaal gebruik van antibacteriële producten die ook langs algemene weg worden gebruikt, gezien dit aanleiding kan geven tot overgevoeligheidsreacties bij een later algemeen gebruik, en tot ontwikkelen van resistentie.
    • Lokale anesthetica, in monotherapie of in associatie met anti-infectieuze oogdruppels, zijn af te raden gezien zij ernstige en irreversibele letsels van de cornea kunnen uitlokken.