| |
Het gaat om antiseptica, antibiotica en antivirale middelen. Een aantal producten voorgesteld bij infecties in het oog zijn niet als geneesmiddel geregistreerd, en worden hier dus niet vermeld.
Sommige preparaten die in dit hoofdstuk worden vermeld, worden ook gebruikt voor instillatie in de neus, soms voor toediening in het oor.
Plaatsbepaling - De hier vermelde anti-infectieuze middelen zijn slechts aangewezen voor bacteriële of virale infecties van de conjunctiva en van het voorste oogsegment. Bacteriële en virale conjunctivitis is dikwijls een zelflimiterende aandoening die meestal geen anti-infectieuze behandeling vereist.
- Deze middelen zijn niet doeltreffend bij infecties door schimmels, of bij allergische aandoeningen.
- In de eerste lijn zijn preparaten met chlooramfenicol de eerste keuze. Tetracyclines of fusidinezuur kunnen een alternatief zijn. Chinolonen zijn werkzaam maar worden best vermeden gezien het risico van resistentie-ontwikkeling. De plaats van antiseptica is onduidelijk.
- Gentamicine en tobramycine moeten voorbehouden worden voor infecties door Pseudomonas aeruginosa of voor gevallen waar uit het antibiogram blijkt dat de vermoedelijke causale kiem slechts voor deze antibiotica gevoelig is.
- Staalafnames met cultuur kunnen helpen bij het kiezen van het best geschikte middel.
- Kwikzouten en zilvernitraat aanwezig in een aantal vrij te verkrijgen producten, hebben geen plaats meer in de therapie.
- Associëren van een corticosteroïd is zelden aangewezen, tenzij postoperatief.
Belangrijkste ongewenste effecten - Allergie (vooral met neomycine en framycetine).
- De notie dat bij lokale toepassing van chlooramfenicol er een risico van aplastische anemie zou zijn, is verlaten.
Belangrijkste voorzorgen - Bij conjunctivitis worden beide ogen behandeld tot 48 uur na de klachten.
- Geopende verpakkingen mogen niet langer dan 1 maand gebruikt worden.
|
|