Inleiding
- Voorwoord
- Plaatsbepaling
- Indicaties
- Posologie en posologie-aanpassing
- Plasmaconcentratiemonitoring
- Ongewenste effecten
- Interacties
- Gebruik van geneesmiddelen bij zwangerschap
- Gebruik van geneesmiddelen bij borstvoeding
- Overschakelen van de ene specialiteit naar de andere
- Wat uitleg bij het repertorium
- Terugbetalingsmodaliteiten
- Website van het B.C.F.I.
- Nuttige adressen
- Handboeken
- Tijdschriften
- Websites
- De voornaamste CYP-iso-enzymen
- Alfabetische lijst van substraten, inductoren en inhibitoren
- Geneesmiddelenintoxicaties
- Behandeling van anafylactische reacties
- Geneesmiddelen in de urgentietrousse
- Afkortingen en symbolen
- Voornaamste interacties
   
  INTERACT
    1. Cardiovasculair stelsel
  2. Bloed en stolling
  3. Gastro-intestinaal stelsel
  4. Ademhalingsstelsel
  5. Hormonaal stelsel
  6. Gynecologie-Obstetrie
  7. Urogenitaal stelsel
  8. Pijn en koorts
  9. Osteo-articulaire aandoeningen
  10. Zenuwstelsel
  11. Infecties
  12. Immuniteit
  13. Antitumorale middelen
  14. Mineralen, vitaminen en tonica
  15. Dermatologie
  16. Oftalmologie
  17. Neus-Keel-Oren
  18. Anesthesie
  19. Diagnostica
  20. Diverse geneesmiddelen
  
    Terug naar de hoofdstukken
 
Zoeken in het repertorium
 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium en français

Behandeling van anafylactische reacties

Geneesmiddelen kunnen allergische en niet-allergische anafylactische reacties uitlokken. Het gaat o.a. om acetylsalicylzuur, ACE-inhibitoren en sartanen, penicillines, cefalosporines, contraststoffen, lokale anesthetica, niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen. Kruisreacties zijn mogelijk, bv. tussen penicillines en cefalosporines. β-blokkers kunnen het verloop van een anafylactische reactie verergeren en het antwoord op epinefrine tegengaan. Wanneer een anafylactische reactie optreedt (vaak met roodheid, urticaria, jeuk...), moet de patiënt van dichtbij worden gevolgd om na te gaan of de situatie niet levensbedreigend wordt.

Bij een ernstige anafylactische reactie (ademhalingsmoeilijkheden of hypotensie) is epinefrine (adrenaline) de hoeksteen van de behandeling. De intramusculaire toediening heeft de voorkeur boven de subcutane, gezien de betere resorptie in geval van hypotensie. Intraveneuze toediening wordt slechts toegepast bij collaps, liefst door een gespecialiseerd team; hierbij moet de oplossing epinefrine eerst verdund worden (1/10.000) en de injectie moet traag gebeuren, liefst onder cardiale monitoring. Epinefrine is beschikbaar in ampullen van 1 ml met 0,4 mg, 0,8 mg of 1 mg epinefrine. Er bestaat ook een auto-injector met epinefrine (Epipen® 0,15 mg/dosis of 0,3 mg/dosis, zie 1.9. Hypotensie) voor intramusculaire toediening, die bv. nuttig kan zijn voor personen die weten dat ze overgevoelig zijn voor bijen-, hommel- of wespensteken. De patiënten moeten wel instructies krijgen over hoeveel en hoe toe te passen, en over de mogelijkheid van desensibilisatie (zie 12.4.2.).

De dosis epinefrine (in principe intramusculair) is

  • voor kinderen jonger dan 6 jaar: 0,15 mg, wat overeenkomt met 0,15 ml van een oplossing die 1 mg/ml epinefrine bevat (1/1.000);
  • voor kinderen van 6 tot en met 11 jaar: 0,3 mg, wat overeenkomt met 0,3 ml van een oplossing die 1 mg/ml epinefrine bevat (1/1.000);
  • voor kinderen vanaf 12 jaar en volwassenen: 0,5 mg, wat overeenkomt met 0,5 ml van een oplossing die 1 mg/ml epinefrine bevat (1/1.000).

Wanneer geen verbetering optreedt na 5 minuten kan een tweede dosis intramusculair worden toegediend. Ongewenste effecten zoals myocardischemie, hartritmestoornissen en hypertensieve crisis zijn mogelijk, maar zijn bij intramusculaire toediening van de correcte dosis zeldzaam.

Ook wordt meestal een H1-antihistaminicum toegediend, parenteraal of oraal, wanneer urticaria, oedeem en/of jeuk aanwezig zijn; er is weinig effect op de hypotensie en het bronchospasme. In deze geneesmiddelenklasse zijn in België ampullen met promethazine voor intramusculair gebruik (niet intraveneus toedienen wegens risico van hypotensie) beschikbaar (zie 12.4.1.).

Een corticosteroïd, intraveneus of, indien dit moeilijk is, intramusculair, bv. hydrocortison (250 mg) of methylprednisolon (125 mg), bij voorkeur zonder bewaarmiddel, laat toe de duur van de anafylactische reactie te verkorten en een latere verslechtering te vermijden. Het effect treedt wel slechts na enkele uren op. Wanneer de situatie minder ernstig is en de symptomen beperkt blijven tot de huid, is toediening van epinefrine niet noodzakelijk, en volstaat vaak orale of intramusculaire toediening van een corticosteroïd, eventueel in associatie met een H1-antihistaminicum oraal of parenteraal.

β2-mimetica via inhalatie kunnen gebruikt worden in geval van bronchospasme.