Inleiding
- Voorwoord
- Plaatsbepaling
- Indicaties
- Posologie en posologie-aanpassing
- Plasmaconcentratiemonitoring
- Ongewenste effecten
- Interacties
- Gebruik van geneesmiddelen bij zwangerschap
- Gebruik van geneesmiddelen bij borstvoeding
- Overschakelen van de ene specialiteit naar de andere
- Wat uitleg bij het repertorium
- Terugbetalingsmodaliteiten
- Website van het B.C.F.I.
- Nuttige adressen
- Handboeken
- Tijdschriften
- Websites
- De voornaamste CYP-iso-enzymen
- Alfabetische lijst van substraten, inductoren en inhibitoren
- Geneesmiddelenintoxicaties
- Behandeling van anafylactische reacties
- Geneesmiddelen in de urgentietrousse
- Afkortingen en symbolen
- Voornaamste interacties
   
  INTERACT
    1. Cardiovasculair stelsel
  2. Bloed en stolling
  3. Gastro-intestinaal stelsel
  4. Ademhalingsstelsel
  5. Hormonaal stelsel
  6. Gynecologie-Obstetrie
  7. Urogenitaal stelsel
  8. Pijn en koorts
  9. Osteo-articulaire aandoeningen
  10. Zenuwstelsel
  11. Infecties
  12. Immuniteit
  13. Antitumorale middelen
  14. Mineralen, vitaminen en tonica
  15. Dermatologie
  16. Oftalmologie
  17. Neus-Keel-Oren
  18. Anesthesie
  19. Diagnostica
  20. Diverse geneesmiddelen
  
    Terug naar de hoofdstukken
 
Zoeken in het repertorium
 

Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium en français

Posologie en posologie-aanpassing

De posologieën in dit Repertorium zijn, tenzij anders vermeld, deze voor volwassenen. Als basis voor de posologieën wordt de SKP geraadpleegd. Deze gegevens worden echter getoetst aan de literatuur en standaardwerken zoals Martindale; daardoor komt het dat er soms discrepanties zijn tussen de SKP en het Repertorium.

De gevoeligheid van de eindorganen en de dispositie van het geneesmiddel in het organisme kunnen individueel sterk verschillen: het gaat hier dan ook om gemiddelde posologieën die inderdaad dienen aangepast te worden. Hieronder volgen enkele algemene gegevens over de aanpassing van de posologie in verband met leeftijd, ziektetoestanden en genetische voorbeschiktheid.

Leeftijd

  • Bij de pasgeborene gebeuren afbraak en uitscheiding van geneesmiddelen zeer traag, maar normaliseren meestal binnen de eerste maanden. De gevoeligheid van de eindorganen kan bij het jonge kind sterk verschillen van deze bij volwassenen. Vanzelfsprekend heeft het lichaamsgewicht een invloed op de keuze van de dosis. De posologie voor kinderen wordt in dit werk alleen vermeld voor geneesmiddelen die frequent bij die leeftijdsgroep worden gebruikt; er bestaan geen goede formules voor het aanpassen van een posologie voor volwassenen aan deze voor kinderen.
  • Bij ouderen is de gevoeligheid van de eindorganen veranderd, meestal toegenomen. Ook de dispositie van de geneesmiddelen verandert bij ouderen: er is voor vele middelen een vertraagde afbraak, maar meest opvallend is de verminderde renale excretie. Het serumcreatinine is bij ouderen, niettegenstaande de ingekrompen nierfunctie, dikwijls misleidend normaal, wegens een verminderde creatinineproductie ten gevolge van de verminderde spiermassa. Men kan de vermindering van de nierfunctie bij de oudere toch bij benadering evalueren op basis van het serumcreatinine door een berekende, niet-gemeten creatinineklaring.
Creatinineklaring (in ml/min) = (140 - leeftijd in jaren) x lichaamsgewicht (in kg)
72 x serumcreatinine (mg / 100 ml)

Bij de vrouw dient de bekomen waarde vermenigvuldigd te worden met 0,85.

Meer en meer wordt als maat voor de nierfunctie de glomerulaire filtratiesnelheid gebruikt, berekend met de MDRD ("Modification of Diet in Renal Disease”)-formule [ zie Folia augustus en december 2010].

Ziektetoestanden

Bij ziektetoestanden kunnen er veranderingen zijn zowel in de gevoeligheid van de eindorganen als in de dispositie van de geneesmiddelen in het organisme.

  • Bij nierinsufficiëntie moet men vooral letten op de verminderde renale excretie van geneesmiddelen. Voor sommige geneesmiddelen die volledig of voor een groot deel in ongewijzigde vorm langs de nier het organisme verlaten en waarvoor opstapeling bij nierinsufficiëntie gevaarlijk kan zijn, worden in dit Repertorium specifieke posologierichtlijnen gegeven. Ernstige nierinsufficiëntie wordt in dit kader gedefinieerd als een creatinineklaring lager dan 30 ml/min [ zie Folia augustus 2010].
  • Bij leveraantasting kan de afbraak van geneesmiddelen vertraagd zijn, maar de graad daarvan is moeilijk voorspelbaar.
  • Ook bij andere ziektetoestanden, bv. hartfalen, kan posologie-aanpassing nodig zijn, maar algemene regels zijn in dit verband niet te geven.

Genetische voorbeschiktheid

Genetische verschillen komen frequent voor ter hoogte van enzymen die een rol spelen in de afbraak van geneesmiddelen, maar ook bv. ter hoogte van transporteiwitten en van de receptoren betrokken bij de interactie van een geneesmiddel met het doelwitorgaan. In verband met genetische verschillen die de afbraak en dus het antwoord op een geneesmiddel kunnen beïnvloeden, is vooral het genetisch polymorfisme ter hoogte van bepaalde cytochroom P450-iso-enzymen (o.a. CYP2D6, CYP2C9 en CYP2C19) goed bekend [ zie Folia augustus 2003 en december 2006]. Recent is er ook aandacht voor de rol van genetische factoren in het ontstaan van ongewenste effecten ten gevolge van bepaalde geneesmiddelen [ zie Folia februari 2009].