Plasmaconcentratiemonitoring
Voor sommige geneesmiddelen met een nauwe therapeutisch-toxische grens kan bepaling van de plasmaconcentratie nuttig zijn, vooral indien er een sterke variabiliteit is in hun farmacokinetiek of indien hun farmacokinetiek door ziektetoestanden of interacties wordt beïnvloed. In tabel Ia worden de therapeutische plasmaconcentraties voor sommige courant gebruikte geneesmiddelen aangegeven. Deze gegevens zijn slechts richtinggevend, en bij sommige patiënten kan de ziekte onder controle zijn met "subtherapeutische” plasmaconcentraties, bv. voor anti-epileptica; er bestaat inderdaad steeds een wisselende eindorgaangevoeligheid. Voor sommige geneesmiddelen, bv. de immunosuppressiva ciclosporine, everolimus, mycofenolaat, tacrolimus en sirolimus, variëren de gewenste concentraties in functie van de leeftijd, de indicatie of het al dan niet gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen.
Tabel Ia. Therapeutische plasmaconcentraties voor courant gebruikte middelen
| | | |
| Digitalisglycosiden | ng/ml |
|
|
| Digoxine | 1-2 |
|
|
| Anti-epileptica | μg/ml |
|
|
Carbamazepine Fenobarbital Fenytoïne Valproïnezuur | 5-12 15-40 10-20 50-100 |
|
|
| Aminoglycosiden* | | meermaals daags μg/ml |
eenmaal daags μg/ml |
Amikacine | piek dal | 20-30 ≤ 4 | 54-64 < 1 |
Gentamicine | piek dal | 5-10 ≤ 2 | 16-24 < 1 |
Tobramycine | piek dal | 5-10 ≤ 2 | 16-24 < 1 |
| * Om doeltreffend te zijn, dienen voor de aminoglycosiden de vermelde piekconcentraties bereikt te worden; bij te hoge dalconcentraties is er een verhoogd risico van toxiciteit. Indien de Minimale Inhiberende Concentratie (MIC) van de kiem gekend is, wordt bij eenmaal daagse dosering een piekconcentratie/MIC verhouding van minimaal 10 betracht. |
| Varia | |
|
|
Clozapine Lithium Theofylline | 350-600 ng/ml 0,5-1 mmol/l 7,5-15 μg/ml |
|
|
|