Goed om weten
  Goed om weten  

[05.10.05]

Bijkomende informatie op onze website in verband met de terugbetaling van geneesmiddelen

Op onze website is vanaf nu bijkomende informatie beschikbaar in verband met de terugbetaling van geneesmiddelen; de informatie die U op dit ogenblik kunt vinden op onze website, betreft de situatie op 1 september 2005, en steunt op gegevens ons bezorgd door het RIZIV. 
Inderdaad is sinds 1 juli 2005 het referentieterugbetalingssysteem gewijzigd. Dit maakt dat, in verband met het remgeld, twee categorieën geneesmiddelen te onderscheiden zijn.

1. Geneesmiddelen zonder supplement bij het remgeld.
Het gaat om volgende geneesmiddelen.
- De “goedkope geneesmiddelen”: generieken, kopieën, en originele geneesmiddelen die voldoende gedaald zijn in prijs. Deze “goedkope geneesmiddelen” worden op de website aangeduid met het symbool , en worden in grijs gemarkeerd.
- De geneesmiddelen die niet behoren tot de categorie “goedkope geneesmiddelen”, maar waarvoor toch geen supplement bij het remgeld wordt gevraagd, b.v. omdat er geen “goedkoop” alternatief met hetzelfde actief bestanddeel bestaat. Deze geneesmiddelen worden op onze website aangeduid met het symbool .

2. Geneesmiddelen met supplement bij het remgeld.
Dit zijn de originele geneesmiddelen waarvoor een “goedkoop” alternatief met hetzelfde actief bestanddeel bestaat, en waarvan de prijs niet of onvoldoende is gedaald.  Deze geneesmiddelen worden op onze website aangeduid met het symbool .

Bovendien wordt bij elke arts er in de toekomst op toegezien in hoeverre hij bij het voorschrijven van terugbetaalde geneesmiddelen, tracht rekening te houden met hun kostprijs. Daartoe wordt vanaf 1 januari 2006 (deze datum is gewijzigd naar 1 april 2006, zie Goed om weten-bericht van 18 november 2005), telkens per periodes van 6 maand,  nagegaan hoeveel “goedkope geneesmiddelen” () hij voorschrijft, in percentage van zijn totaal aan voorgeschreven terugbetaalde geneesmiddelen ( +  + ); deze hoeveelheden worden uitgedrukt in DDD (defined daily dosis, d.w.z. gemiddelde dagdosis). Zoals hierboven vermeld wordt onder “goedkope geneesmiddelen” verstaan: generieken, kopieën, en originele geneesmiddelen die voldoende gedaald zijn in prijs (symbool  ). In het koninklijk besluit van 17 september 2005 (B.S. van 27 september 2005) wordt aangegeven wat het streefdoel is voor dit percentage “goedkope geneesmiddelen”, en dit voor de verschillende beroepstitels. Hier volgen de percentages.
- Huisarts: 27%
- Geneesheer specialist in de anesthesie-reanimatie: 18%
- Geneesheer specialist in de cardiologie: 29%
- Geneesheer specialist in de heelkunde: 22%
- Geneesheer specialist in de neurochirurgie: 15%
- Geneesheer specialist in de plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde: 19%
- Geneesheer specialist in de dermatovenereologie: 21%
- Geneesheer specialist in de gastroenterologie: 30%
- Geneesheer specialist in de gynaecologieverloskunde: 9%
- Geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde: 24%
- Geneesheer specialist in de neurologie: 15%
- Geneesheer specialist in de psychiatrie: 21%
- Geneesheer specialist in de neuropsychiatrie: 17%
- Geneesheer specialist in de oftalmologie: 15%
- Geneesheer specialist in de orthopedische heelkunde: 14%
- Geneesheer specialist in de otorhinolaryngologie: 15%
- Geneesheer specialist in de pediatrie: 14%
- Geneesheer specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie: 17%
- Geneesheer specialist in de pneumologie: 12%
- Geneesheer specialist in de radiotherapieoncologie: 30%
- Geneesheer specialist in de reumatologie: 14%
- Geneesheer specialist in de stomatologie: 30%
- Geneesheer specialist in de urologie: 19%
- Tandartsen: 30%
- Andere geneesheren specialisten: 18%

sluit nieuwsbericht     Top of Page