| Goed om te weten | |||
|
|
|||
|
[17.09.10] RECENTE INFORMATIE AUGUSTUS - SEPTEMBER 2010
De Samenvattingen van de Kenmerken van het Product (SKP’s) kunnen geraadpleegd worden via www.fagg.be, rechts klikken op « Bijsluiters en Samenvattingen van de Kenmerken van het Product (SKP’s) » Eplerenon (InspraÒ Plaatsbepaling Eplerenon is een nieuwe aldosteron-antagonist. In vergelijking met spironolacton werkt eplerenon selectiever ter hoogte van de mineralocorticoïdreceptoren, en veroorzaakt het dus minder hormonale ongewenste effecten zoals gynecomastie, amenorroe en impotentie. De doeltreffendheid van eplerenon bij hartfalen werd enkel aangetoond bij patiënten die dit acuut ontwikkelden na een recent myocardinfarct. Evidentie over de doeltreffendheid van eplerenon bij andere oorzaken van hartfalen en bij chronische vormen ontbreekt, en er zijn geen vergelijkende studies met spironolacton. Gezien de grotere ervaring blijft spironolacton de eerste keuze, maar in geval van hinderlijke hormonale ongewenste effecten, kan men eplerenon als alternatief overwegen. Indicatie - Hartfalen met linkerventrikeldisfunctie (ejectiefractie ≤ 40%) na een recent myocardinfarct. Contra-indicaties - Nierinsufficiëntie. - Gelijktijdig gebruik van kaliumsupplementen. Ongewenste effecten - Hyperkaliëmie met risico van levensbedreigende ritmestoornissen. Interacties - Verhoging van de plasmaconcentratie van eplerenon bij gelijktijdig gebruik van CYP3A4-inhibitoren (zie tabel If in de Inleiding van het Repertorium). Bijzondere voorzorgen - Wegens het risico van hyperkaliëmie is een adequate controle van de kaliëmie aanbevolen, en bij gelijktijdige toediening van niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen, ACE-inhibitoren, sartanen of renine-inhibitoren dient deze controle nog strikter te gebeuren. Posologie 25 mg p.d., langzaam te verhogen tot 50 mg p.d. in één gift. Studies In de EPHESUS-studie, een gerandomiseerde placebo-gecontroleerde studie bij patiënten met hartfalen en linkerventrikeldisfunctie (ejectiefractie ≤ 40%) na een recent myocardinfarct, werd een significante daling van de mortaliteit en de morbiditeit vastgesteld bij de patiënten die eplerenon toegediend kregen naast de standaardbehandelingen (ACE-inhibitor of sartaan, β-blokkers, diuretica, acetylsalicylzuur, statines). Klinische werkzaamheid werd voornamelijk aangetoond bij patiënten onder de 75 jaar ; bij patiënten ouder dan 75 jaar zijn de voordelen onduidelijk. - Eltrombopag (RevoladeÒ De belangrijkste ongewenste effecten zijn hoofdpijn, gastro-intestinale stoornissen en huidaandoeningen. Het gaat om een weesgeneesmiddel. - Extracten van Pelargonium sidoides (Kaapse geranium) (Kaloban® - Een nieuw vaccin tegen pneumokokkeninfecties dat 10 typen pneumokokken bevat (Synflorix® - Bij zuigelingen van 6 weken tot 6 maanden: 3 doses met een interval van minstens één maand, gevolgd door een vierde dosis (herhalingsinenting) minstens 6 maanden na de derde dosis. - Bij kinderen van 7 tot 11 maanden: 2 doses met een interval van minstens één maand, gevolgd door een derde dosis (herhalingsinenting) minstens 2 maanden na de tweede dosis. - Bij kinderen van 12 tot 23 maanden: 2 doses met een interval van minstens twee maanden. Op basis van de beschikbare immunologische gegevens, lijkt het vaccin tegen 10 typen pneumokokken een immunogeen vermogen te bezitten dat vergelijkbaar is met dat van het vaccin tegen 7 typen pneumokokken. Men verwacht dat het verhogen van het aantal serotypen in het vaccin zal leiden tot een daling van het aantal invasieve pneumokokkeninfecties bij zuigelingen en jonge kinderen, maar een epidemiologische opvolging is nodig om dit na te gaan. Het is niet bewezen dat dit nieuwe vaccin een betere bescherming biedt tegen acute otitis media. Het verhogen van het aantal serotypen leidde niet tot een belangrijke verhoging van de ongewenste effecten, maar bepaalde lokale reacties kwamen iets frequenter voor met het vaccin tegen 10 typen pneumokokken. Momenteel zijn de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad nog niet bekend, en de vaccinatiekalender van de Franse Gemeenschap of de Vlaamse gemeenschap werd niet gewijzigd. Synflorix® wordt momenteel niet terugbetaald door het RIZIV. - De humane alfa-1-proteinase-inhibitor (Pulmolast® - Iloprost (Ventavis® Verder zijn er drie nieuwe associaties te melden. - Een nieuwe vaste associatie van drie antihypertensiva (valsartan, amlodipine en hydrochlorothiazide) wordt voorgesteld onder de specialiteitsnaam Exforge HCT® (hoofdstuk 1.4.9.) voor de behandeling van essentiële hypertensie. Er dient op gewezen te worden dat deze nieuwe specialiteit in vijf vormen bestaat, met verschillende doseringen, wat tot verwarring zou kunnen leiden. Terugbetaling wordt voorzien door het RIZIV (categorie b, hoofdstuk IV). - Een associatie van dutasteride (een 5-alfa-reductase inhibitor) en tamsulosine (een alfa1-blokker) (Combodart®, hoofdstuk 3.2.) wordt voorgesteld voor de behandeling van benigne prostaathypertrofie. Er is geen evidentie dat het combineren van verschillende geneesmiddelen een bijkomend klinisch voordeel heeft [zie Transparantiefiche « Aanpak van benigne prostaathypertrofie »]. - Een associatie van sitagliptine (een DPP-4 inhibitor) en metformine (Janumet®
|
|||
|
sluit nieuwsbericht
|
|||