{"id":192022,"date":"2026-10-01T00:00:00","date_gmt":"2026-09-30T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/kan-de-progressie-van-chronische-nierschade-worden-vertraagd\/"},"modified":"2026-10-01T00:00:00","modified_gmt":"2026-09-30T22:00:00","slug":"kan-de-progressie-van-chronische-nierschade-worden-vertraagd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/kan-de-progressie-van-chronische-nierschade-worden-vertraagd\/","title":{"rendered":"Kan de progressie van chronische nierschade worden vertraagd?"},"content":{"rendered":"<p><strong>Bepaalde geneesmiddelen vertragen de progressie van chronische nierschade. Welke zijn dat en bij welke pati\u00ebnten hebben ze het meeste effect? &nbsp;In dit tweede Folia-artikel over chronische nierschade zetten we de belangrijkste inzichten op een rij.<\/strong><\/p>\n<div class='summary'>\n<div class='summary-article-content'>\n<p><strong>Belangrijkste boodschappen<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>Voor verschillende geneesmiddelen is een nefroprotectief effect aangetoond bij pati\u00ebnten met chronische nierschade: <strong>ACE-inhibitoren\/sartanen&#x002C; gliflozinen&#x002C; finerenon<\/strong> en&#x002C; meer recent&#x002C; <strong>GLP-1-analogen.<\/strong><\/li>\n<li>Hoewel sommige studies wijzen op renale voordelen bij de verschillende stadia van chronische nierschade&#x002C; zijn de <strong>absolute voordelen<\/strong> het <strong>grootst <\/strong>bij <strong>pati\u00ebnten met het hoogste risico<\/strong> (bv. diabetici met ernstige albuminurie).<\/li>\n<li>Pati\u00ebnten met nierinsuffici\u00ebntie hebben meestal ook <strong>andere belangrijke comorbiditeiten<\/strong> (hypertensie&#x002C; diabetes&#x002C; hartfalen\u2026)&#x002C; waarvan de behandeling minstens even belangrijk is. Naast hun renale indicatie kunnen bepaalde nefroprotectieve geneesmiddelen ook in deze situaties aangewezen zijn.<\/li>\n<li>Dit artikel bevat een <a href='#tsyn'><strong><u>overzichtstabel<\/u><\/strong><\/a> met de nefroprotectieve geneesmiddelen volgens de aanbevelingen van KDIGO.<\/li>\n<li>Het BCFI ontwikkelde een <strong>e-learning<\/strong> over dit onderwerp: \u201c<a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/portfolio\/chronische-nierinsufficientie-welke-geneesmiddelen-vertragen-het-nierfunctieverlies\/'><u>Chronische nierinsuffici\u00ebntie \u2013 Welke geneesmiddelen vertragen het nierfunctieverlies?<\/u><\/a>\u201c.<\/li>\n<li><strong>Conclusie van het BCFI:<\/strong><\/li>\n<\/ul>\n<p>Hoewel <strong>ACE-inhibitoren\/sartanen<\/strong> de hoeksteen van de medicamenteuze behandeling van chronische nierschade blijven&#x002C; hebben <strong>gliflozinen&#x002C; finerenon<\/strong> (en meer recent <strong>GLP-1-analogen<\/strong>) ook renale voordelen aangetoond als aanvullende behandelingen. De keuze van de behandeling moet op <strong>individuele basis<\/strong> gebeuren&#x002C; waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met het <strong>nierprofiel <\/strong>van de pati\u00ebnt&#x002C; maar ook met de aanwezige <strong>comorbiditeiten<\/strong> en <strong>polymedicatie <\/strong>en met de <strong>vergoedingscriteria <\/strong>van de geneesmiddelen.<\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n<p>Dit Folia-artikel is het tweede in een <strong>reeks van drie artikels<\/strong> over chronische nierschade. &nbsp;<br \/>Wil je het <strong>eerste artikel<\/strong> nog eens nalezen voordat je verder leest? Zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/4950?folia=4925'><u>Chronische nierschade: hoe het cardiovasculaire risico verminderen?<\/u><\/a><br \/>In het <strong>derde artikel<\/strong> zullen we de voorzorgsmaatregelen bespreken die aangewezen zijn bij pati\u00ebnten met chronische nierschade: Geneesmiddelen en nierinsuffici\u00ebntie: let op het risico van toxiciteit!<br \/>&nbsp;<\/p>\n<h2>Wat wordt verstaan onder een nefroprotectief effect?<\/h2>\n<p>KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> stelde bij de laatste update van haar aanbevelingen in 2024 een aantal maatregelen voor om de progressie van chronische nierschade te vertragen.&nbsp;<br \/>Deze verschillende maatregelen maken deel uit van een globaal behandelbeleid dat gericht is op de aanpak van zowel het brede spectrum van <strong>manifestaties van chronische nierschade<\/strong> (bv. hypertensie&#x002C; elektrolytenstoornissen&#x002C; metabole acidose&#x002C; anemie\u2026) als van de <strong>mogelijke gevolgen<\/strong> ervan (bv. het optreden van jicht&#x002C; ziekenhuisopname&#x002C; cardiovasculaire complicaties\u2026).<\/p>\n<p>De studies naar de nefroprotectieve effecten van geneesmiddelen hebben <strong>uiteenlopende eindpunten<\/strong>&#x002C; gaande van een vertraging van de achteruitgang van de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) en\/of de albuminurie&#x002C; tot een vermindering van het aantal episodes van acute nierinsuffici\u00ebntie&#x002C; een vermindering van het risico op terminaal nierfalen of een vermindering van de totale mortaliteit of van de renale\/cardiovasculaire mortaliteit.&nbsp;<br \/>Metabole complicaties (bv. acidose&#x002C; hyperkali\u00ebmie&#x002C; jicht\u2026) zijn doorgaans geen eindpunten in deze studies hoewel ze directe indicatoren zijn van de progressie van de nierschade. De metabole complicaties worden daarom niet in dit artikel besproken.<\/p>\n<p>Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen <strong>pathologische afname<\/strong> van de nierfunctie en <strong>fysiologische&#x002C; leeftijdsgebonden afname<\/strong> van de GFR: vanaf de leeftijd van 40 jaar neemt de GFR naar schatting met ongeveer 1 ml\/min\/1&#x002C;73 m<sup>2<\/sup> per jaar af. Een licht tot matig verminderde GFR (tussen 45 en 59 ml\/min\/1&#x002C;73m<sup>2<\/sup>) komt dan ook vaak voor na de leeftijd van 65 jaar. Dit lijkt echter in afwezigheid van verhoogde albuminurie <strong>niet geassocieerd met een groter risico op terminaal nierfalen<\/strong> in vergelijking met personen van dezelfde leeftijd met een GFR &gt; 60 ml\/min\/1&#x002C;73 m<sup>2<\/sup> (resultaten van observationele studies).<span class='folia-referentie-note'>2<\/span> Wanneer men zich bij deze pati\u00ebnten uitsluitend zou baseren op de GFR-waarde voor het stellen van de diagnose van chronische nierschade kan dit leiden tot <strong>overdiagnose en overbehandeling.<\/strong><span class='folia-referentie-note'>2<\/span><\/p>\n<p>KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> vermeldt <strong>drie geneesmiddelen(klassen)<\/strong> met een <strong>bewezen nefroprotectief effect:<\/strong> de geneesmiddelen die inwerken op het renine-angiotensinesysteem (<strong>ACE-inhibitoren en sartanen<\/strong>)&#x002C; de <strong>gliflozinen <\/strong>(SGLT-2-inhibitoren) en <strong>finerenon<\/strong>.<\/p>\n<p>Dit artikel gaat enkel over de medicamenteuze aanpak. <strong>Leefstijlaanpassingen <\/strong>(bv. gewichtsbeheersing of stoppen met roken) komen hier niet aan bod hoewel ze <strong>een even belangrijke rol<\/strong> spelen bij de aanpak van chronische nierschade.&nbsp;<\/p>\n<h2>ACE-inhibitoren en sartanen<\/h2>\n<p>Het gebruik van ACE-inhibitoren en sartanen bij chronische nierschade is voornamelijk onderzocht bij <strong>diabetespati\u00ebnten<\/strong>. Bij deze populatie zijn de renale voordelen het duidelijkst bij <strong>ernstige albuminurie<\/strong> (urinaire albumine-creatinineratio &gt; 300 mg\/g).&nbsp;<br \/>Diabetespati\u00ebnten met matige albuminurie lijken eveneens baat te hebben met deze geneesmiddelen&#x002C; maar het bewijs voor een nefroprotectief effect is minder sterk. Het bewijs is nog minder duidelijk bij diabetespati\u00ebnten met normale tot lichte albuminurie (urinaire albumine-creatinineratio &lt; 30 mg\/g).<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<p>Een meta-analyse<span class='folia-referentie-note'>3<\/span> van 119 gerandomiseerde klinische studies (RCT\u2019s)&#x002C; gepubliceerd in 2016&#x002C; onderzocht de renale voordelen van geneesmiddelen die inwerken op het renine-angiotensinesysteem.<\/p>\n<ul>\n<li><u>Populatie<\/u>: 64.768 pati\u00ebnten met chronische nierschade (diabetische nefropathie in &gt; 90% van de gevallen)&#x002C; gemiddelde leeftijd 62&#x002C;9 jaar. Chronische nierschade gedefinieerd als GFR &lt; 60 ml\/min of albuminurie (die in de meeste opgenomen studies ernstig was).<\/li>\n<li><u>Behandeling<\/u>: ACE-inhibitor of sartaan<\/li>\n<li><u>Controle<\/u>: placebo of een andere antihypertensieve behandeling<\/li>\n<li><u>Eindpunt<\/u>: samengesteld eindpunt bestaande uit een verdubbeling van het serumcreatinine&#x002C; een daling van 50% van de GFR of het optreden van terminale nierinsuffici\u00ebntie.<\/li>\n<li><u>Resultaten<\/u>: Vermindering van het risico op het optreden van het samengestelde eindpunt tijdens behandeling met ACE-inhibitors\/sartaan\n<ul>\n<li>ACE-inhibitor versus placebo: OR 0&#x002C;61 (95%-BI van 0&#x002C;47 tot 0&#x002C;79)<\/li>\n<li>Sartaan versus placebo: OR 0&#x002C;70 (95%-BI van 0&#x002C;82 tot 0&#x002C;89)<\/li>\n<li>ACE-inhibitor versus ander antihypertensivum: OR 0&#x002C;65 (95%-BI van 0&#x002C;51 tot 0&#x002C;80)<\/li>\n<li>Sartaan versus ander antihypertensivum: OR 0&#x002C;75 (95%-BI van 0&#x002C;54 tot 0&#x002C;97)<\/li>\n<li>Er zijn geen significante renale voordelen aangetoond met de andere antihypertensiva.&nbsp;<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/div>\n<p>Ook bij <strong>niet-diabetespati\u00ebnten<\/strong> is het nefroprotectief effect van ACE-inhibitoren en sartanen het best onderbouwd bij <strong>ernstige albuminurie<\/strong>. De renale voordelen van deze geneesmiddelen bij matige&#x002C; lichte of normale albuminurie zijn daarentegen onvoldoende gedocumenteerd.&nbsp;<br \/>ACE-inhibitoren en sartanen blijven echter de hoeksteen van de medicamenteuze behandeling <strong>van andere belangrijke aandoeningen<\/strong>&#x002C; zoals hypertensie&#x002C; myocardinfarct en hartfalen met verminderde ejectiefractie (HFrEF)&#x002C; vanwege hun bewezen <strong>cardiovasculaire voordelen<\/strong> in deze indicaties.<span class='folia-referentie-note'>4<\/span> De aanwezigheid van een van deze comorbiditeiten kan dus op zichzelf al voldoende reden zijn om deze geneesmiddelen voor te schrijven aan pati\u00ebnten met nierinsuffici\u00ebntie&#x002C; zelfs als de albuminurie slechts licht of normaal is.<span class='folia-referentie-note'>1<\/span><br \/>Bij <strong>ernstig verminderde GFR<\/strong> (&lt; 30 ml\/min) lijken de ACE-inhibitoren\/sartanen hun cardiovasculaire voordelen te behouden<span class='folia-referentie-note'>5<\/span> evenals hun nefroprotectief effect door de progressie naar terminale nierinsuffici\u00ebntie te vertragen.<span class='folia-referentie-note'>6<\/span><\/p>\n<p>Op basis van deze gegevens <strong>beveelt <\/strong>KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> het gebruik van ACE-inhibitoren\/sartanen bij chronische nierschade <strong>aan <\/strong>in volgende situaties: bij diabetespati\u00ebnten met matige tot ernstige albuminurie <u>en<\/u> bij niet-diabetespati\u00ebnten met ernstige albuminurie. Volgens KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> kunnen deze behandelingen worden <strong>overwogen <\/strong>bij niet-diabetespati\u00ebnten met matige albuminurie. Het wordt aanbevolen om te zoeken naar de maximaal verdraagbare dosis.<\/p>\n<p>Het nefroprotectief effect van de ACE-inhibitoren en de sartanen is waarschijnlijk een <strong>klasse-effect<\/strong>&#x002C; te wijten aan hun verlaging van de intraglomerulaire druk.&nbsp;<br \/>Toch zijn slechts bepaalde ACE-inhibitoren en sartanen vergund voor deze indicatie (zie de <a href='#tsyn'><u>onderstaande overzichtstabel<\/u><\/a>).<br \/>Hoewel er geen aanbeveling wordt gedaan over de keuze van een ACE-inhibitor versus een sartaan&#x002C; wijzen sommige studies op een superioriteit van ACE-inhibitoren ten opzichte van sartanen wat betreft mortaliteit.<span class='folia-referentie-note'>7<\/span><\/p>\n<p>Zie de onderstaande <a href='#tsyn'><u>overzichtstabel<\/u><\/a> en <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/2?frag=877'><u>Repertorium 1.7. Middelen inwerkend op het renine-angiotensinesysteem<\/u><\/a> voor de belangrijkste ongewenste effecten en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot ACE-inhibitoren en sartanen.<\/p>\n<h2>Gliflozinen (SGLT-2-inhibitoren)<\/h2>\n<p>Het nefroprotectief effect van de gliflozinen is het best onderbouwd bij pati\u00ebnten met chronische nierschade met <strong>uitgesproken albuminurie<\/strong> (urinaire albumine-creatinine-ratio &gt; 200 of &gt; 300 mg\/g&#x002C; afhankelijk van de studie)&#x002C; <strong>ongeacht de aanwezigheid van diabetes.&nbsp;<\/strong><br \/>Meta-analyses van gerandomiseerde klinische studies (RCT\u2019s) bij voornamelijk diabetespati\u00ebnten<span class='folia-referentie-note'>8&#x002C;9&#x002C;10<\/span> suggereren echter dat de renale voordelen worden waargenomen ongeacht de ernst van de albuminurie<span class='folia-referentie-note'>8&#x002C;9<\/span> of de afname van de glomerulaire filtratiesnelheid<span class='folia-referentie-note'>9&#x002C;10<\/span> (<span style='color:hsl(231&#x002C;57%&#x002C;38%);'><strong>zie + meer info<\/strong><\/span>). De absolute voordelen zijn echter het grootst bij de ernstige vormen van chronische nierschade.<span class='folia-referentie-note'>11<\/span>&nbsp;<br \/>De renale en cardiovasculaire voordelen van de gliflozinen zijn waargenomen tot een GFR van 20 ml\/min.<span class='folia-referentie-note'>6<\/span> Sommige gegevens wijzen er zelfs op dat het nefroprotectief effect van gliflozinen aanhoudt tot in het stadium van dialyse.<span class='folia-referentie-note'>12<\/span><\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<p>Een meta-analyse<span class='folia-referentie-note'>9<\/span> &nbsp;van 10 RCT\u2019s (n = 70.361)&#x002C; gepubliceerd in 2026 in <i>JAMA<\/i>&#x002C; onderzocht de renale voordelen van gliflozinen bij chronische nierschade.<\/p>\n<ul>\n<li><u>Populatie<\/u>: Pati\u00ebnten met chronische nierschade&#x002C; met een gemiddelde leeftijd van 64&#x002C;8 jaar&#x002C; waarvan de meerderheid diabetes had. Bij bijna 6% van hen was de GFR &lt; 30 ml\/min en bij ongeveer 16% lag deze tussen 30 en 45 ml\/min. Wanneer de albuminurie bekend was&#x002C; was deze in ongeveer 25% van de gevallen ernstig (urinaire albumine-creatininineratio &gt; 300 mg\/g).<\/li>\n<li><u>Behandeling<\/u>: Gliflozine (canagliflozine&#x002C; dapagliflozine of empagliflozine)<\/li>\n<li><u>Controle<\/u>: Placebo<\/li>\n<li><u>Eindpunt<\/u>: &nbsp;Samengesteld eindpunt bestaande uit terminale nierinsuffici\u00ebntie (GFR &lt; 15 ml\/min&#x002C; dialyse&#x002C; niertransplantatie)&#x002C; een afname van de GFR met \u2265 50% of overlijden als gevolg van terminale nierinsuffici\u00ebntie.<\/li>\n<li><u>Resultaten<\/u>: Vermindering van het risico op het optreden van het samengestelde eindpunt bij gebruik van gliflozinen (HR 0&#x002C;62 met 95%-BI van 0&#x002C;57 tot 0&#x002C;68)&#x002C; ongeacht de uitgangswaarde van de GFR of albuminurie.<\/li>\n<\/ul>\n<\/div>\n<p>Naast hun indicatie bij diabetes en chronische nierschade vormen de gliflozinen een integraal onderdeel van de behandeling van <strong>hartfalen<\/strong>. Deze indicatie kan dus op zichzelf al voldoende reden zijn om een gliflozine voor te schrijven aan een pati\u00ebnt met chronische nierschade&#x002C; zelfs als er geen sprake is van diabetes of albuminurie<span class='folia-referentie-note'>1<\/span>.<\/p>\n<p>Gliflozinen worden in het kader van nefroprotectie voorgeschreven als aanvulling op een behandeling met ACE-inhibitoren of sartanen.<span class='folia-referentie-note'>7<\/span> In de studies die de renale voordelen van gliflozinen hebben aangetoond&#x002C; werden alle pati\u00ebnten immers ook behandeld met ACE-inhibitoren\/sartanen.<\/p>\n<p>Van de gliflozinen zijn alleen <strong>empagliflozine <\/strong>en <strong>dapagliflozine <\/strong>vergund en terugbetaald bij chronische nierschade (situatie op 29\/09\/2026). Canaglifozine is daarentegen alleen vergund en terugbetaald bij diabetes&#x002C; hoewel in bepaalde studies ook renale voordelen werden aangetoond (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/3185?folia=3180'><u>Folia oktober 2019<\/u><\/a>).<\/p>\n<p>Tot op heden bestaan er <strong>geen <\/strong>gerandomiseerde klinische studies die de verschillende gliflozines <strong>direct vergeleken.<\/strong> De enige vergelijkende gegevens zijn afkomstig uit observationele studies en deze toonden geen superioriteit van een bepaald gliflozine.<span class='folia-referentie-note'>13<\/span><\/p>\n<p>Zoals reeds besproken in het eerste artikel van deze reeks over chronische nierschade (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/4950?folia=4925'><u>Chronische nierschade: hoe het cardiovasculaire risico verminderen?<\/u><\/a>)&#x002C; <strong>beveelt KDIGO<\/strong><span class='folia-referentie-note'>1<\/span> een gliflozine aan bij <strong>pati\u00ebnten met type 2-diabetes<\/strong> met een GFR \u2265 20 ml\/min. KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> beveelt een gliflozine ook aan bij <strong>niet-diabetespati\u00ebnten<\/strong> in geval van GFR \u2265 20 ml\/min met <strong>albuminurie \u2265 200 mg\/g<\/strong>. Ook bij <strong>pati\u00ebnten met hartfalen<\/strong> beveelt KDIGO een gliflozine aan&#x002C; ongeacht de mate van albuminurie.<\/p>\n<p>Zie de onderstaande <a href='#tsyn'><u>overzichtstabel<\/u><\/a> en <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/6?frag=20693'><u>Repertorium 5.1.9. Gliflozinen (SGLT-2-inhibitoren)<\/u><\/a> voor de belangrijkste ongewenste effecten en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot gliflozinen.&nbsp;<\/p>\n<h2>Finerenon<\/h2>\n<p>Finerenon is een selectieve&#x002C; niet-stero\u00efdale mineralocortico\u00efdreceptorantagonist: in tegenstelling tot spironolacton en eplerenon lijkt het geen endocriene ongewenste effecten (bv. gynaecomastie&#x002C; amenorroe&#x002C; impotentie) te veroorzaken. Deze gegevens zijn geruststellend&#x002C; maar moeten worden bevestigd met langetermijngegevens; finerenon is immers nog maar relatief kort op de markt.<\/p>\n<p>Tot op heden is het gebruik van finerenon bij chronische nierschade voornamelijk onderzocht bij <strong>diabetespati\u00ebnten <\/strong>met <strong>albuminurie<\/strong>. Net als in de studies met de gliflozinen werden de ge\u00efncludeerde pati\u00ebnten <strong>allemaal behandeld met een ACE-inhibitor of een sartaan.<\/strong> Bij deze populatie vertraagt finerenon niet alleen de progressie van de nierschade&#x002C; maar verlaagt het ook het cardiovasculaire risico.<span class='folia-referentie-note'>5&#x002C;14&#x002C;15&#x002C;16<\/span><\/p>\n<p>In juni 2026 werd de eerste gerandomiseerde klinische studie<span class='folia-referentie-note'>17<\/span> gepubliceerd waarin de effecten van finerenon werden onderzocht bij <strong>niet-diabetespati\u00ebnten<\/strong> met chronische nierschade en <strong>albuminurie <\/strong>ondanks een behandeling met <strong>ACE-inhibitoren\/sartanen.<\/strong> Deze studie toonde voor finerenon een lichte afname van de snelheid van de achteruitgang van de nierfunctie. Finerenon had ook een gunstig effect op een samengesteld cardio-renaal eindpunt met vier componenten (persisterende afname van de GFR \u2265 57%&#x002C; terminaal nierfalen&#x002C; ziekenhuisopname wegens hartfalen&#x002C; cardiovasculair overlijden)&#x002C; maar dit was slechts een secundair eindpunt.<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<p>Een meta-analyse van 3 RCT\u2019s (INFINITY)<span class='folia-referentie-note'>16<\/span> onderzocht onder andere de renale voordelen van finerenon bij chronische nierschade.<\/p>\n<ul>\n<li><strong>Populatie:<\/strong> 14.574 pati\u00ebnten met chronische nierschade&#x002C; voornamelijk pati\u00ebnten met type 2-diabetes&#x002C; met een gemiddelde leeftijd van 63&#x002C;7 jaar. Meer dan twee derde van de deelnemers had ernstige albuminurie. De GFR bedroeg \u2265 60 ml\/min bij 37&#x002C;7% van de pati\u00ebnten&#x002C; 45 tot 60 ml\/min bij 26&#x002C;4% van de pati\u00ebnten&#x002C; en &lt; 45 ml\/min bij 35&#x002C;9% van de pati\u00ebnten. De gemiddelde systolische bloeddruk bedroeg 136 mmHg. De pati\u00ebnten werden reeds behandeld met een ACE-inhibitor of sartaan.<\/li>\n<li><strong>Interventie\/controle:<\/strong> Finerenon versus placebo.<\/li>\n<li><strong>Renaal eindpunt:<\/strong> samengesteld eindpunt bestaande uit terminaal nierfalen (GFR &lt; 15 ml\/min&#x002C; dialyse of niertransplantatie) of een persisterende daling van de GFR met \u2265 57%.<\/li>\n<li><strong>Resultaten:<\/strong> Finerenon verminderde het risico op het optreden van het samengestelde renale eindpunt (HR 0&#x002C;76; 95%-BI van 0&#x002C;68 tot 0&#x002C;86).<\/li>\n<\/ul>\n<\/div>\n<p><strong>KDIGO<\/strong><span class='folia-referentie-note'><strong>1<\/strong><\/span><strong> stelt voor<\/strong> om finerenon voor te schrijven bij type 2-<strong>diabetespati\u00ebnten <\/strong>met een <strong>GFR &gt; 25 ml\/min<\/strong> en aanhoudende <strong>albuminurie ondanks behandeling met een ACE-inhibitor\/sartaan<\/strong> in de maximaal verdraagbare dosis. Normale kali\u00ebmiewaarden zijn een voorwaarde voor het voorschrijven van finerenon<span class='folia-referentie-note'>1<\/span>&#x002C; vanwege het risico op hyperkali\u00ebmie. Bij diabetespati\u00ebnten zou het risico op hyperkali\u00ebmie door finerenon echter lager zijn dan door de andere mineralocortico\u00efdreceptorantagonisten (spironolacton&#x002C; eplerenon).<span class='folia-referentie-note'>18<\/span> Dit verschil zou het ontbreken van vergelijkende studies tussen deze verschillende middelen kunnen verklaren.&nbsp;<br \/>Volgens de KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> kan finerenon ook in combinatie met een gliflozine worden gebruikt.&nbsp;<\/p>\n<p>Het is mogelijk dat finerenon in de toekomst ook kan worden gebruikt bij pati\u00ebnten met chronische nierschade <strong>in geval van hartfalen&#x002C;<\/strong> ongeacht de aanwezigheid van diabetes of albuminurie. Een studie uit 2024<span class='folia-referentie-note'>19<\/span> uitgevoerd bij pati\u00ebnten met hartfalen met behouden ejectiefractie (<strong>HFpEF<\/strong>) of matig verminderde ejectiefractie (<strong>HFmrEF<\/strong>)&#x002C; suggereerde een voordeel van finerenon op een samengesteld eindpunt bestaande uit verslechtering van hartfalen en cardiovasculaire mortaliteit.<\/p>\n<p>Zie voor de belangrijkste ongewenste effecten en voorzorgsmaatregelen van finerenon de onderstaande <a href='#tsyn'><u>overzichtstabel<\/u><\/a> en <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/chapters\/2?frag=489'><u>Repertorium 1.4.2. Kaliumsparende diuretica<\/u><\/a>.<\/p>\n<h2>En de GLP-1-analogen?<\/h2>\n<p>De meeste gegevens over GLP-1-analogen zijn afkomstig uit klinische studies bij diabetespati\u00ebnten en\/of pati\u00ebnten met obesitas met over het algemeen een normale nierfunctie.&nbsp;<br \/>De FLOW-studie<span class='folia-referentie-note'>20<\/span> is de eerste gerandomiseerde klinische studie die <strong>renale voordelen<\/strong> heeft aangetoond met injecteerbaar semaglutide bij pati\u00ebnten met diabetes type 2 (zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/4893?folia=4890'><u>Folia juli 2026<\/u><\/a> voor een bespreking van de FLOW-studie). Tot nu toe werden de nefroprotectieve effecten van GLP-1-analogen slechts indirect gesuggereerd door secundaire analyses van cardiovasculaire studies.<\/p>\n<p>Momenteel <strong>beveelt <\/strong>KDIGO<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> het voorschrijven van een GLP-1-analoog <strong>aan <\/strong>bij diabetespati\u00ebnten met chronische nierschade die hun streefwaarde voor geglycosyleerd hemoglobine niet bereiken ondanks het gebruik van metformine + een gliflozine. Let wel op: in Belgi\u00eb is de gelijktijdige terugbetaling van een GLP-1-analoog samen met een gliflozine niet toegestaan.<br \/>De FLOW-studie<span class='folia-referentie-note'>20<\/span> was nog niet gepubliceerd op het moment dat de laatste update van de KDIGO-richtlijnen<span class='folia-referentie-note'>1<\/span> in 2024 verscheen. Het is dan ook waarschijnlijk dat de plaats van GLP-1-analogen binnen de therapeutische opties van nefroprotectie zal worden verduidelijkt bij de volgende update van de aanbevelingen.<\/p>\n<h2><a class='bcfi-anchor' id='tsyn' name='tsyn'>&nbsp;<\/a>Overzichtstabel: de nefroprotectieve geneesmiddelen volgens de aanbevelingen van KDIGO<\/h2>\n<figure class='table'>\n<table>\n<tbody>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl(90&#x002C; 75%&#x002C; 60%);'>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:hsl(90&#x002C; 75%&#x002C; 60%);'><span style='color:White;'><strong>ACE-inhibitoren\/sartanen<\/strong><\/span><\/td>\n<td style='background-color:hsl(90&#x002C; 75%&#x002C; 60%);'><span style='color:White;'><strong>Gliflozinen (SGLT-2-inhibitoren<\/strong><\/span><\/td>\n<td style='background-color:hsl(90&#x002C; 75%&#x002C; 60%);'><span style='color:White;'><strong>Finerenon<\/strong><\/span><\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'><strong>Wanneer moet hieraan worden gedacht bij pati\u00ebnten met chronische nierschade?<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Type 2-diabetes en matige\/ernstige albuminurie (urinaire albumine-creatinine ratio \u2265 30 mg\/g)<\/li>\n<li>Geen diabetes maar (matige)\/ernstige albuminurie (urinaire albumine-creatininieratio \u2265 300 mg\/g)<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Type 2-diabetes<\/li>\n<li>Geen diabetes&#x002C; maar (matige)\/ernstige albuminurie ondanks ACE-inhibitor\/sartaan in de maximaal verdraagbare dosis<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Type 2-diabetes en matige\/ernstige albuminurie ondanks ACE-remmer\/sartaan in de maximaal verdraagbare dosis<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'><strong>Indicaties buiten nefroprotectie (SKP)<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<ul>\n<li>Hypertensie<\/li>\n<li>HFrEF<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<ul>\n<li>HFrEF\/(HFpEF)<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<ul>\n<li>Binnenkort ook de indicaties &nbsp;HFmrEF\/HFpEF?<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'><strong>Geneesmiddelen vergund voor nefroprotectie (SKP)<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Chronische nierschade met of zonder diabetes: ramipril<\/li>\n<li>Chronische nierschade met diabetes: captopril<\/li>\n<li>Chronische nierschade met diabetes en hypertensie: lisinopril&#x002C; irbesartan&#x002C; losartan<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Chronische nierschade met of zonder diabetes: dapagliflozine&#x002C; empagliflozine<\/li>\n<li><u>NB:<\/u> Canagliflozine heeft enkel de indicatie type 2-diabetes<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>Chronische nierschade met diabetes en albuminurie: finerenon<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'><strong>Ongewenste effecten&nbsp;<\/strong><br \/>(niet-exhaustieve lijst)<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<ul>\n<li><strong>! Teratogeniteit<\/strong><\/li>\n<li>Hoest (vooral ACE-inhibitoren)<\/li>\n<li>Hypotensie<\/li>\n<li>Afname van de GFR<\/li>\n<li>Hyperkali\u00ebmie<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<ul>\n<li>Urineweginfecties<\/li>\n<li>Genitale candidose<\/li>\n<li>Hypoglykemie (bij gelijktijdig gebruik van een sulfamide of insuline)<\/li>\n<li>Hypovolemie<\/li>\n<li>Risico op amputaties bij diabetici<\/li>\n<li><strong>\u26a0\ufe0fGangreen van Fournier<\/strong><\/li>\n<li><strong>\u26a0\ufe0f Atypische ketoacidose<\/strong><\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<ul>\n<li><strong>Hyperkali\u00ebmie<\/strong><\/li>\n<li>Hyponatri\u00ebmie<\/li>\n<li>Hypotensie<\/li>\n<li>Afname van de GFR<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'><strong>Voorzorgsmaatregelen<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Controle v\u00f3\u00f3r starten en vervolgens na 2-4 weken:\n<ul>\n<li>Bloeddruk<\/li>\n<li>GFR&#x002C; K+<\/li>\n<li><u>NB:<\/u><br \/>dosisverlaging\/stopzetting overwegen bij een daling van de GFR met \u2265 25% of hyperkali\u00ebmie<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>\u201cStart low&#x002C; go slow\u201d<\/li>\n<li><strong>\u26a0\ufe0f Bij dehydratie<\/strong><\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>GFR controleren v\u00f3\u00f3r en na starten<\/li>\n<li>Controle van de voeten bij diabetes<\/li>\n<li><strong>\u26a0\ufe0f Bij dehydratie\/vasten&#x002C; chirurgie\/ernstige aandoening<\/strong><\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<ul>\n<li>Controle van DFG en K+ v\u00f3\u00f3r starten en vervolgens na 4 weken<\/li>\n<li>Voorzichtigheid geboden bij gebruik van andere kaliumverhogende geneesmiddelen<\/li>\n<li>\u201cStart low&#x002C; go slow&#8217;<\/li>\n<li><strong>\u26a0\ufe0f Bij dehydratie<\/strong><\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'><strong>Vergoedingscriteria<\/strong><br \/>(situatie op 29\/09\/2026)<br \/>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>ACE-inhibitoren\/sartanen worden zonder voorwaarden vergoed in categorie b<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<p><u>Chronische nierschade<\/u> (dapafliflozine\/empagliflozine) (terugbetaling in categorie b)<\/p>\n<ul>\n<li>GFR &lt; 60 ml\/min<\/li>\n<li>EN urinaire albumine-creatininieratio \u2265 200 mg\/g<\/li>\n<li>EN geen type 1-diabetes<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td style='background-color:hsl(0&#x002C; 0%&#x002C; 100%);'>\n<p><u>Chronische nierschade<\/u><br \/>(terugbetaling in categorie b)<\/p>\n<ul>\n<li>\u2265 18 jaar<\/li>\n<li>Type 2-diabetes<\/li>\n<li>Geen HFrEF<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td>&nbsp;<\/td>\n<td>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:hsl( 90&#x002C; 100%&#x002C; 86% );'>\n<p><u>Indicaties buiten chronische nierschade:<\/u><\/p>\n<p><u>Diabetes<\/u><br \/>(canagliflozine\/dapagliflozine\/<br \/>empagloflozine) (terugbetaling in categorie a)<\/p>\n<ul>\n<li>\u2265 18 jaar<\/li>\n<li>GFR \u2265 30 ml\/min<\/li>\n<li>HbA1c \u2265 7% en \u2264 9% ondanks behandeling met metformine gedurende \u2265 3 maanden<\/li>\n<li>Geen gelijktijdige behandeling met GLP-1-agonist\/ander gliflozine<\/li>\n<li>Geen toevoeging van gliptine<\/li>\n<\/ul>\n<p><u>Hartfalen<\/u><br \/>(dapagliflozine\/empagliflozine)<br \/>(terugbetaling in categorie b)<br \/><strong>\u26a0\ufe0f de behandeling moet gestart worden door een cardioloog<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>NYHA \u2265 II<\/li>\n<li>Geen type 1-diabetes<\/li>\n<li>LVEF \u2264 40%<\/li>\n<li>Voorafgaande behandeling met ACE-inhibitor\/sartaan in geval van HFrEF<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<td>\n<ul>\n<li>Geen andere MRA&#8217;s of kaliumsparende diuretica<\/li>\n<li>K+ &lt; 4&#x002C;8 mmol\/L<\/li>\n<li>ACE-inhibitor of sartaan sinds \u2265 4 maanden in de maximaal verdraagbare dosis<\/li>\n<li>GFR &lt; 60 ml\/min en \u2265 25 ml\/min<\/li>\n<li>urinaire albumine-creatininieratio \u2265 300 mg\/g en &lt; 5000 mg\/g<br \/><u>OF<\/u><br \/>urinaire albumine-creatineratio \u2265 30 mg\/g en &lt; 300 mg\/g en voorgeschiedenis van diabetische retinopathie<\/li>\n<\/ul>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<\/figure>\n<p><span class='folia-referentie-tekst'><u>LVEF<\/u>: linkerventrikelejectiefractie \u2013 HF: hartfalen&#x002C; met behouden ejectiefractie (<u>HFpEF<\/u>)&#x002C; matig verminderde ejectiefractie (<u>HFmrEF<\/u>)&#x002C; verminderde ejectiefractie (<u>HFrEF<\/u>) \u2013\u2013 K+: kalium \u2013 MRA: mineralocortico\u00efdreceptorantagonist \u2013 NYHA: New York Heart Association \u2013 \u201e<u>Start slow&#x002C; go slow<\/u>\u201d: Begin met een lage dosis en verhoog deze geleidelijk \u2013 <u>GFR<\/u>: glomerulaire filtratiesnelheid<\/span><br \/>&nbsp;<\/p>\n<h2>Commentaren van het BCFI<\/h2>\n<p>De medicamenteuze behandeling van chronische nierschade is de afgelopen jaren aanzienlijk ge\u00ebvolueerd. <strong>ACE-inhibitoren en sartanen<\/strong> waren lange tijd de enige behandelingen waarvan een nefroprotectief effect werd beschreven. De <strong>gliflozinen<\/strong> en <strong>finerenon <\/strong>hebben zich inmiddels bewezen als aanvullende behandelingen die de progressie van de nierschade kunnen vertragen. Nog recenter toonden ook de <strong>GLP-1-analogen<\/strong> bemoedigende resultaten op dit gebied.<\/p>\n<p><strong>Moet daarom bij alle pati\u00ebnten met chronische nierschade systematisch een nefroprotectieve behandeling worden gestart?&nbsp;<\/strong><br \/>Deze vraag lijkt gerechtvaardigd gezien de frequente <strong>polymedicatie <\/strong>bij deze pati\u00ebnten: diabetes&#x002C; arteri\u00eble hypertensie&#x002C; obesitas en hartfalen zijn allemaal comorbiditeiten die mogelijk al met medicatie worden behandeld.<br \/>Er lijkt dan ook meer onderzoek nodig om <strong>duidelijkheid <\/strong>te <strong>krijgen over welke subgroepen<\/strong> van pati\u00ebnten met chronische nierschade daadwerkelijk significant baat hebben bij deze nefroprotectieve behandelingen.<br \/>De <strong>grote klinische heterogeniteit<\/strong> van chronische nierschade kan het namelijk bemoeilijken om de resultaten van studies naar nefroprotectieve geneesmiddelen te veralgemenen: hoewel bepaalde gegevens wijzen op <strong>relatieve voordelen<\/strong> voor de verschillende ernstgraden van chronische nierschade&#x002C; blijven de <strong>absolute voordelen<\/strong> niettemin het meest uitgesproken bij pati\u00ebnten met nierinsuffici\u00ebntie die het grootste risico lopen op progressie (bv. diabetici met ernstige albuminurie). Het is dan ook begrijpelijk dat juist deze pati\u00ebnten bij voorrang zouden moeten profiteren van deze behandelingen&#x002C; die bijzonder <strong>duur<\/strong> kunnen zijn.&nbsp;<br \/>Bij het voorschrijven van dergelijke geneesmiddelen moet ook rekening worden gehouden met de <strong>vergoedingscriteria<\/strong>.<\/p>\n<p>Bovendien kunnen <strong>comorbiditeiten <\/strong>soms op zichzelf al voldoende reden zijn om een geneesmiddel voor te schrijven waarvan is aangetoond dat het cardio-renale voordelen biedt&#x002C; zelfs als de pati\u00ebnt niet de typische kenmerken vertoont van chronische nierschade met hoog risico op progressie (bv. geen albuminurie).<\/p>\n<p>In het <strong>derde en laatste Folia-artikel<\/strong> in deze reeks over chronische nierschade zullen we de voorzorgsmaatregelen bespreken die aangewezen zijn bij pati\u00ebnten met chronische nierschade: Geneesmiddelen en nierinsuffici\u00ebntie: let op het risico van toxiciteit!<\/p>\n<h2>Bronnen<\/h2>\n<ul>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>1.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> &nbsp;Kidney Disease: Improving Global Outcomes (KDIGO) CKD Work Group. KDIGO 2024 Clinical Practice Guideline for the Evaluation and Management of Chronic Kidney Disease. Kidney Int. 2024;105(4S):S117-S314. <\/span><a href='https:\/\/www.kidney-international.org\/article\/S0085-2538(23)00766-4\/fulltext'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1016\/j.kint.2023.10.018<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>2.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Maladie r\u00e9nale chronique. Un diagnostic bas\u00e9 sur des crit\u00e8res biologiques&#x002C; \u00e0 utiliser avec un esprit critique. Revue Prescrire 2026;46(515):676-681.<\/span><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>3.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Xie X&#x002C; Liu Y&#x002C; Perkovic V&#x002C; et al. Renin-Angiotensin System Inhibitors and Kidney and Cardiovascular Outcomes in Patients With CKD: A Bayesian Network Meta-analysis of Randomized Clinical Trials. Am J Kidney Dis. 2016;67(5):728-741. <\/span><a href='https:\/\/www.ajkd.org\/article\/S0272-6386(15)01312-8\/fulltext'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1053\/j.ajkd.2015.10.011<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>4.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Grams ME&#x002C; Melamed ML. Chronic Kidney Disease. Ann Intern Med. 2025;178(9):ITC129-ITC144. <\/span><a href='https:\/\/www.acpjournals.org\/doi\/10.7326\/ANNALS-25-02684'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.7326\/ANNALS-25-02684<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>5.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Song RM&#x002C; Alexander JT&#x002C; Prochaska M. Delaying Progression of Chronic Kidney Disease. JAMA. 2025;334(7):629-630. <\/span><a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jama\/article-abstract\/2836511'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1001\/jama.2025.9532<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>6.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> IEC ou sartan dans l\u2019insuffisance r\u00e9nale s\u00e9v\u00e8re. Revue Prescrire 2025 ; 45 (504) : 770-771.<\/span><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>7.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> BMJ Best Practice. <\/span><a href='https:\/\/bestpractice.bmj.com\/topics\/en-gb\/84'><span class='folia-referentie-tekst'><u>Chronic Kidney Disease<\/u><\/span><\/a><span class='folia-referentie-tekst'>. Geraadpleegd op 29\/05\/2026.<\/span><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>8.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Staplin N&#x002C; Roddick AJ&#x002C; Neuen BL&#x002C; et al. Effects of Sodium Glucose Cotransporter 2 Inhibitors by Diabetes Status and Level of Albuminuria: A Meta-Analysis. JAMA. 2026;335(3):220-232. <\/span><a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jama\/article-abstract\/2841161'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1001\/jama.2025.20835<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>9.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Neuen BL&#x002C; Fletcher RA&#x002C; Anker SD&#x002C; et al. SGLT2 Inhibitors and Kidney Outcomes by Glomerular Filtration Rate and Albuminuria: A Meta-Analysis. JAMA. 2026;335(3):233-244. <\/span><a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jama\/article-abstract\/2841163'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1001\/jama.2025.20834<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>10.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Elenjickal EJ&#x002C; Travlos CK&#x002C; Luu J&#x002C; Lemay S&#x002C; Suri RS&#x002C; Mavrakanas TA. Efficacy and Safety of Sodium-Glucose Cotransporter-2 Inhibitors in Patients with and without Advanced CKD: Systematic Review and Meta-Analysis. Clin J Am Soc Nephrol. 2025;20(6):788-809. Published 2025 Mar 26. <\/span><a href='https:\/\/journals.lww.com\/cjasn\/abstract\/2025\/06000\/efficacy_and_safety_of_sodium_glucose.7.aspx'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.2215\/CJN.0000000693<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>11.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Gregg LP&#x002C; Bozkurt B&#x002C; Navaneethan SD. Time for Broader Adoption of SGLT2 Inhibitors in Clinical Practice?. JAMA. 2026;335(3):217-219. <\/span><a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jama\/article-abstract\/2841164'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1001\/jama.2025.21336<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>12.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Schwartz AR&#x002C; Sosnov J&#x002C; Brown J&#x002C; et al. 2025 U.S. Department of Veterans Affairs and U.S. Department of Defense Clinical Practice Guideline for the Primary Care Management of Chronic Kidney Disease. Ann Intern Med. Published online December 30&#x002C; 2025. <\/span><a href='https:\/\/www.acpjournals.org\/doi\/10.7326\/ANNALS-25-03499'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.7326\/ANNALS-25-03499<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>13.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Bonnesen K&#x002C; Heide-J\u00f8rgensen U&#x002C; Christensen DH&#x002C; et al. Effectiveness of Empagliflozin vs Dapagliflozin for Kidney Outcomes in Type 2 Diabetes. JAMA Intern Med. 2025;185(3):314-323. <\/span><a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jamainternalmedicine\/fullarticle\/2829195'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1001\/jamainternmed.2024.7381<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>14.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> BMJ Best Practice. <\/span><a href='https:\/\/bestpractice.bmj.com\/topics\/en-gb\/530?q=Diabetic%20kidney%20disease&amp;c=recentlyviewed'><span class='folia-referentie-tekst'><u>Diabetic Kidney Disease<\/u><\/span><\/a><span class='folia-referentie-tekst'>. Geraadpleegd op 29\/05\/2026.<\/span><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>15.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Agarwal R&#x002C; Filippatos G&#x002C; Pitt B&#x002C; et al. Cardiovascular and kidney outcomes with finerenone in patients with type 2 diabetes and chronic kidney disease: the FIDELITY pooled analysis. Eur Heart J. 2022;43(6):474-484. <\/span><a href='https:\/\/academic.oup.com\/eurheartj\/article\/43\/6\/474\/6433104'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1093\/eurheartj\/ehab777<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>16.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Neuen BL&#x002C; Heerspink HJL&#x002C; Perkovic V&#x002C; et al. Efficacy and safety of finerenone in patients with chronic kidney disease: an individual participant data pooled analysis (INFINITY). Lancet. 2026;407(10546):2375-2386. <\/span><a href='https:\/\/www.thelancet.com\/journals\/lancet\/article\/PIIS0140-6736(26)01009-3\/abstract'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1016\/S0140-6736(26)01009-3<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>17.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Heerspink HJL&#x002C; Neuen BL&#x002C; Agarwal R&#x002C; et al. Finerenone in Persons with Chronic Kidney Disease without Diabetes. N Engl J Med. Published online June 4&#x002C; 2026. <\/span><a href='https:\/\/www.nejm.org\/doi\/10.1056\/NEJMoa2604625'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1056\/NEJMoa2604625<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>18.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> American Diabetes Association Professional Practice Committee for Diabetes* . 11. Chronic Kidney Disease and Risk Management: Standards of Care in Diabetes-2026. Diabetes Care. 2026;49(Supplement_1):S246-S260. doi:<\/span><a href='https:\/\/diabetesjournals.org\/care\/article\/49\/Supplement_1\/S246\/163914\/11-Chronic-Kidney-Disease-and-Risk-Management'><span class='folia-referentie-tekst'><u>10.2337\/dc26-S011<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>19.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Solomon SD&#x002C; McMurray JJV&#x002C; Vaduganathan M&#x002C; et al. Finerenone in Heart Failure with Mildly Reduced or Preserved Ejection Fraction. N Engl J Med. 2024;391(16):1475-1485. <\/span><a href='https:\/\/www.nejm.org\/doi\/10.1056\/NEJMoa2407107'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1056\/NEJMoa2407107<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span class='folia-referentie-nummer folia-referentie-tekst'>20.<\/span><span class='folia-referentie-tekst'> Perkovic V&#x002C; Tuttle KR&#x002C; Rossing P&#x002C; et al. Effects of Semaglutide on Chronic Kidney Disease in Patients with Type 2 Diabetes. N Engl J Med. 2024;391(2):109-121. <\/span><a href='https:\/\/www.nejm.org\/doi\/10.1056\/NEJMoa2403347'><span class='folia-referentie-tekst'><u>doi:10.1056\/NEJMoa2403347<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<li><span style='color:hsl(146&#x002C;100%&#x002C;32%);'><span class='folia-referentie-tekst'><strong>BCFI E-learning<\/strong><\/span><\/span><span class='folia-referentie-tekst'> : <\/span><a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/portfolio\/chronische-nierinsufficientie-welke-geneesmiddelen-vertragen-het-nierfunctieverlies\/'><span class='folia-referentie-tekst'><u>Chronische nierinsuffici\u00ebntie \u2013 Welke geneesmiddelen vertragen het nierfunctieverlies?<\/u><\/span><\/a><\/li>\n<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bepaalde geneesmiddelen vertragen de progressie van chronische nierschade. Welke zijn  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,20357],"tags":[20213],"class_list":["post-192022","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2026-nl","tag-import_tags"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/192022","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=192022"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/192022\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=192022"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=192022"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=192022"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}