- Chemotherapie, targeted therapie, immuuntherapie, antihormonale middelen, radiotherapeutische middelen, diverse antitumorale middelen en detoxificantia komen in dit hoofdstuk aan bod.
- Chemotherapie en targeted therapie richten zich tegen kankercellen, maar op verschillende manieren. Chemotherapie heeft een cytotoxisch effect en maakt geen onderscheid tussen kankercellen en sneldelende normale cellen, wat ongewenste effecten kan veroorzaken in gezonde weefsels. Targeted therapie richt zich specifiek op kankercellen of op de tumoromgeving wat leidt tot een gerichtere aanpak. Hoewel dit doorgaans resulteert in minder schade aan gezonde cellen, kunnen er nog steeds belangrijke ongewenste effecten optreden.
- Targeted therapie wordt onderverdeeld in monoklonale antilichamen, antilichaam-geneesmiddel-conjugaten, proteïne-kinase inhibitoren, PARP- inhibitoren, proteasoominhibitoren en inhibitoren van de Hedgehog-signaalroute. Antilichaam-geneesmiddel-conjugaten zijn een hybride vorm van targeted therapie en chemotherapie, waarbij een doelgericht antilichaam een cytotoxisch geneesmiddel aflevert aan tumorcellen.
- Immuuntherapie is een andere benadering die het immuunsysteem stimuleert om effectief tegen de kankercellen te reageren. Immuuntherapie wordt onderverdeeld in immuuncheckpoint-inhibitoren, celtherapie, bispecifieke T-cel engangers en diverse immunotherapeutische middelen.
- Radiotherapeutische geneesmiddelen bevatten een radioactieve component die via specifieke binding (radioliganden) of via fysiologische opname (bv. in de schildklier of het bot) ioniserende straling naar tumorcellen brengt.
- De erythropoëtines, die o.a. gebruikt worden bij anemie ten gevolge van chemotherapie, worden besproken in 2.3.1.1. Epoëtines. De hematopoiëtische groeifactoren gebruikt bij neutropenie door chemotherapie, worden besproken in 2.3.3. Middelen bij neutropenie en stamcelmobilisatie.
Kon gegevens niet ophalen van server. Klik hier om opnieuw te proberen.