Selecties

  • Plaque psoriasis (op andere plaatsen dan in het gezicht en in de huidplooien), wanneer een corticosteroïd in monotherapie niet volstaat.

Motivatie

  • Een combinatiebehandeling met calcipotriol en een klasse 3-corticosteroïd werkt beter dan monotherapie met een vitamine D-analoog of een corticosteroïd. Ter hoogte van de hoofdhuid is het toegevoegde voordeel beperkt.
  • Er zijn geen gegevens over het effect van toepassing van vitamine D-analogen op lange termijn. Ze mogen niet gegeven worden bij hypercalciëmie en stoornissen van het calciummetabolisme. Bij hoge dosissen kan hypercalciëmie optreden, de maximumdosis (15 g per dag) dient gerespecteerd te worden.
  • Bij onvoldoende respons op de behandeling met een lokaal corticosteroïd en met inachtneming van de voorzorgen (rekening houden met de maximale sterkte, het gebruik in het gezicht of in de huidplooien vermijden), kan associatie met een vitamine D-analoog worden overwogen als tweede stap in de behandeling.
  • De gecombineerde formulering maakt de behandeling eenvoudiger.

Indicatie
Plaque psoriasis - tweede stap
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid +
Veiligheid +/-
Gebruiksgemak +
Prijs
Expert
consensus


Dosering

  • Geen dosisaanpassing nodig op basis van de leeftijd.
  • 1 keer per dag een dunne laag aanbrengen op heel het oppervlak van de te behandelen letsels.
  • De gel dient te worden aangebracht op de hoofdhuid.
  • De zalf dient te worden aangebracht op de huid.
  • De behandeling duurt 4 weken, eventueel te herhalen onder regelmatige medische controle.
  • De maximale dagelijkse dosis mag niet hoger zijn dan 15 g. Het behandelde lichaamsoppervlak mag niet groter zijn dan 30%.

In geval van nierfalen

  • Niet toedienen bij ernstige nierinsufficiëntie.

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Corticosteroïden
    • Resorptie van corticosteroïden is vooral belangrijk ter hoogte van het aangezicht, de huidplooien en de geslachtsorganen, bij beschadigde huid en onder occlusief verband. Om de systemische ongewenste effecten te beperken, moet men rekening houden met deze factoren. Ook de leeftijd van de patiënt is belangrijk; zo is er bijvoorbeeld een hogere resorptie bij kinderen en ouderen.
    • Vanwege de dunne huid en meer kans op huidatrofie is er bij ouderen een hogere resorptie door de huid. Bijnierschorssuppressie kan sneller optreden, vooral na langdurige behandeling, behandeling van grote oppervlakken en met een sterker corticosteroïd. Het is dus goed om de behandeling geleidelijker af te bouwen.
    • Na toepassing de handen wassen om onbedoeld contact met het aangezicht te vermijden (risico van periorale dermatitis).
    • Corticosteroïden kunnen het uitzicht van huidaandoeningen wijzigen en daardoor de diagnose bemoeilijken.
    • Het is best om een uur tijd te laten tussen het gebruik van een corticosteroïd en dat van een ander emolliens of corticosteroïd (geen gecontroleerde studie).
  • Vitamine D-analogen
    • Bij patiënten met een risico op hypercalciëmie dient het calciumgehalte in het bloed nauwlettend te worden gecontroleerd.

Ongewenste effecten

  • Corticosteroïden
    • De systemische en lokale (zie 5.5. Corticosteroïden) ongewenste effecten hangen af van de concentratie en de werkzaamheid van het corticosteroïd (betamethasondipropionaat is een zeer sterk werkend corticosteroïd, van het vehiculum (een zalf is meestal sterker werkzaam dan een crème of een lotion), van de behandelingsduur en van de toestand van de huid, maar ook van de aard van de aandoening die men behandelt, van de lokalisatie en de uitgebreidheid van de aandoening en van de leeftijd van de patiënt (aandacht voor zuigelingen en personen boven 80 jaar).
    • Huidatrofie, striemen, telangiëctasieën, infecties, vertraagde wondheling, hypertrichose, periorale dermatitis, papulopustuleuze rosacea, verandering van pigmentatie: vooral na langdurige toepassing.
    • Allergische reacties met mogelijk kruisallergie, frequenter met esters van hydrocortison en van methylprednisolon. Bij onvoldoende antwoord moet men altijd de mogelijkheid van allergische contactdermatitis door het corticosteroïd of een excipiens overwegen (naast slechte therapietrouw, bv. door corticofobie).
    • Lokale reboundverschijnselen zijn mogelijk na plotseling stoppen van een langdurige behandeling, zeker bij gebruik van (zeer) sterk werkzame preparaten. Dit kan leiden tot corticosteroïdafhankelijkheid. Afbouwen door middel van verminderen van de applicatiefrequentie of eventueel overschakelen op een minder sterk werkzaam preparaat kan in dat geval aangewezen zijn.
  • Vitamine D-analogen
    • Huidirritatie, zelden contactallergie.
    • Hypercalciëmie bij hoge doses.

Contra-indicaties

  • Corticosteroïden
    • Niet-behandelde bacteriële, virale of mycotische huidinfecties.
    • Rosacea en periorale dermatitis.
  • Vitamine D-analogen
    • Hypercalciëmie en andere stoornissen van het calciummetabolisme.
    • Kinderen jonger dan 12 jaar.
    • Ernstige leverinsufficiëntie, ernstige nierinsufficiëntie (SKP).

Prijstabel