In februari 2026 verscheen een partiële herziening van de WOREL richtlijn « Stoppen met roken » uit 2005. Sinds de vorige publicatie van de richtlijn maakten belangrijke wetenschappelijke inzichten, contextuele veranderingen en nieuwe interventies een herziening van de volgende onderwerpen nodig:
- digitale interventies
- roken verminderen als opstap naar volledige rookstop
- medicamenteuze interventies
- de rol van de e-sigaret bij rookstop.
De nieuwe versie van de richtlijn bevat concrete aanbevelingen voor zorgprofessionals in de eerste lijn om rokers te identificeren, de mate van fysieke afhankelijkheid in te schatten en passende interventies te kiezen, afgestemd op de fase van het rookstopproces. Zowel medicamenteuze als niet-medicamenteuze behandelopties komen aan bod, samen met strategieën om de motivatie te versterken, herval te voorkomen en rookstop bespreekbaar te maken binnen de zorgrelatie.
Volgens de richtlijn moeten medicamenteuze interventies (nicotinesubstitutietherapie of rookstopmedicatie) steeds deel uitmaken van een breder rookstopplan, in combinatie met andere vormen van ondersteuning. Nicotinesubstitutietherapie of rookstopmedicatie zijn daarbij als evenwaardige opties te overwegen. Wanneer gekozen wordt voor rookstopmedicatie, geeft de richtlijn als (zwakke) aanbeveling de voorkeur aan varenicline als eerste keuze, bupropion als tweede keuze, nortriptyline als derde keuze en cytisine als vierde keuze. Dit rekening houdend met de kenmerken, de contra-indicaties en voorkeuren van de patiënt.
De tekst in het Repertorium 10.5.2 Middelen bij nicotineafhankelijkheid werd volledig aangepast aan de herziene richtlijn en alle relevante boodschappen over medicatie zijn erin terug te vinden. Wil je je verder verdiepen in de richtlijn, volg dan de nieuwe Medicatiequiz over rookstop.
Bronnen
Van Cauwenbergh S, Excelmans E, Cooreman M. et al. Stoppen met roken. WOREL. Bijgewerkt op 15/02/2026, zie https://ebpnet.be/nl/ebsources/11404







