Nitroglycerine pleister transdermaal

ATC: C01DA02

Minitran Trinipatch
Ouderenzorg

Selecties

Cardiovasculair stelsel:

  • Stabiele angor - onderhoudsbehandeling:
    • Alternatief, in geval van contra-indicatie of intolerantie voor bètablokkers en/of calciumantagonisten.
    • Of als toevoeging indien symptomen aanhouden ondanks behandeling met bètablokkers en calciumantagonisten.

Motivatie

MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE

  • Dit is het enige transdermale nitraatderivaat dat momenteel in België verkrijgbaar is.
  • Over het effect van nitraten op de morbiditeit en de mortaliteit is niets bekend.
  • Er bestaat consensus over het gebruik van langwerkende nitraten (per os of transdermaal) als symptomatische behandeling bij stabiele angor. Zij kunnen een alternatief zijn voor ß-blokkers en/of calciumantagonisten bij contra-indicatie of intolerantie voor deze geneesmiddelen, of eraan toegevoegd worden.

Indicatie
Stabiele angor
(onderhoudsbehandeling)
- onder bepaalde
voorwaarden
Criteria voor de selectie Werkzaamheid
Veiligheid
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus
+


Dosering

Er is geen specifieke informatie over het gebruik bij oudere patiënten, maar er is geen evidentie dat een wijziging van posologie nodig zou zijn.

  • Er wordt aanbevolen de behandeling te starten met één nitroglycerine transdermaal 5 mg-pleister per dag; desgewenst en wanneer het product goed wordt verdragen, kan deze dosis worden verhoogd.
  • De pleister moet elke dag worden vervangen. De pleister moet op een zuivere, droge intacte huid worden aangebracht op de borst of bovenarm. Nieuwe transdermale pleisters mogen niet gedurende meerdere dagen op dezelfde plaats worden aangebracht.
  • Een vermindering van het effect werd waargenomen bij sommige patiënten die behandeld werden met langwerkende nitraatpreparaten. Daarom beveelt men aan om de nitroglycerine transdermaal-pleister toe te passen met een nitraatvrij interval van 8 uur. Dit betekent dat de pleister voor transdermaal gebruik gedurende 16 uur op het lichaam gekleefd blijft, waarbij hij voor de resterende 8 uur wordt verwijderd.
  • De pleister kleeft gemakkelijk aan de huid en blijft op zijn plaats tijdens het baden en tijdens fysieke inspanning.


In geval van nierfalen

  • Geen dosisaanpassing nodig bij nierinsufficiëntie.

Delen en pletten

  • De transdermale systemen op basis van nitroglycerine mogen niet verknipt worden, tenzij anders vermeld in de SKP

  • Zie ook Pletmedicatie>Knipmedicatie.

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Het gebruik van nitraten is gecontra-indiceerd bij aandoeningen van het rechterhart, zoals hartfalen of myocardinfarct (risico op shock).
  • Voorzichtigheid is geboden bij recent myocardinfarct, coronaire atherosclerose en ernstige cerebrale sclerose.
  • De behandeling mag niet worden toegediend als in de afgelopen 24 tot 48 uur een fosfodiësterase type 5-inhibitor werd gebruikt.
  • Sublinguale/orale toediening
    • Bij hoge doses en bij de eerste toedieningen moet men de patiënt aanraden de sublinguale nitraten zittend of liggend in te nemen, gezien hypotensie, reflectoire tachycardie en syncope kunnen optreden.
    • Bij sublinguale toediening moet aan de patiënt duidelijk uitgelegd worden dat een nauw contact van het geneesmiddel met de mondmucosa nodig is.
    • Bij onvoldoende effect van sublinguale nitraten moet de patiënt dringend medisch advies vragen, om een eventueel myocardinfarct uit te sluiten.
  • Transdermale toediening
    • Vooral bij de start van de behandeling of bij een aanpassing van de dosis kan de transdermale vorm ook orthostatische hypotensie, malaise en duizeligheid veroorzaken (en uitzonderlijk syncope bij overdosering).
    • Bij chronisch gebruik van nitraten kan tolerantie optreden, met vermindering van hun doeltreffendheid, vooral bij ononderbroken hoge plasmaconcentraties zoals bij gebruik van transdermale preparaten en bij intraveneus gebruik. Meestal worden dan ook nitraatvrije perioden ingelast, bijvoorbeeld door de avonddosis niet te geven of het transdermale systeem gedurende minstens 8 uur te verwijderen.
    • De transdermale systemen op basis van nitroglycerine mogen niet verknipt worden, tenzij anders vermeld in de SKP.
    • De transdermale pleister moet elke dag worden vervangen. De huid moet intact, droog en schoon zijn. De pleister wordt aangebracht op de thorax of op de arm. Hij hecht gemakkelijk op de huid en blijft op zijn plaats zitten, zelfs tijdens het zwemmen of bij fysieke inspanning. Nieuwe pleisters mogen niet meerdere dagen op dezelfde plaats worden aangebracht.
    • De meeste pleisters moeten van de thorax verwijderd worden bij defibrillatie, elektrische cardioversie of diathermie. Veiligheidshalve wordt best de SKP geraadpleegd.

Ongewenste effecten

  • Hoofdpijn (vooral in het begin van de behandeling).
  • Orthostatische hypotensie (vooral bij volumedepletie) met duizeligheid en reflectoire tachycardie.
  • Nausea, braken, dyspepsie, flushing, slaperigheid, asthenie.
  • Transdermale systemen: ook huidirritatie.

Interacties

Contra-indicaties

  • Hypotensie en shock.
  • Obstructieve cardiomyopathie, aorta- en/of mitralisstenose.
  • Toegenomen intracraniële druk.
  • Ernstige anemie.