Selecties

Cardiovasculair stelsel:

Motivatie

MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE

  • In klinische studies werd met statines een gunstig effect gezien op de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit en op de totale mortaliteit.
  • Simvastatine is het best onderzochte statine.
  • Het heeft minder bijwerkingen dan andere statines, onder voorbehoud van voorzorgsmaatregelen bij tijdelijk gebruik van CYP3A4-remmers (zie rubriek interacties).
  • Het is niet duur.

Indicatie
Secundaire cardiovasculaire
preventie
Criteria voor de selectie Werkzaamheid +
Veiligheid +
Gebruiksgemak
Prijs +
Expert
consensus


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd maar men start men een lage dosis.

  • 10 à 20 mg, eventueel te verhogen (na een 4-tal weken) tot 40 mg p.dag in 1 dosis 's avonds.

In geval van nierfalen

  • Bij licht tot matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≥ 30 ml/min) is geen dosisaanpassing nodig.
  • Bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min): dosissen hoger dan10 mg per dag zorgvuldig overwegen en waar nodig met voorzichtigheid toedienen.

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Voordat de behandeling wordt gestart, kan het interessant zijn om de creatinekinase- (CK) en leverenzymconcentraties te bepalen, zeker bij oudere patiënten of in geval van een grote alcoholinname en/of antecedenten van een leveraandoening.
  • Bij klachten die kunnen wijzen op spieraantasting, beveelt de ESC aan om de behandeling tijdelijk te stoppen en de creatinekinase (CK)-concentraties te bepalen.
    • Indien de CK-concentraties minder dan 4 maal de bovengrens van de normaalwaarden bedragen, wordt een onderbreking van 2-4 weken aanbevolen. Bij ongewijzigde klachten mag het oorspronkelijke statine herstart worden en moeten andere oorzaken van de spierklachten overwogen worden; bij verbetering van de klachten wordt aanbevolen om een ander statine op te starten. Indien hierna de klachten terugkeren, raadt men aan om een derde statine te proberen in lage dosis of om opnieuw één van de reeds geprobeerde statines te introduceren in een alternatief doseringsschema (om de andere dag of tweemaal per week).
    • Als de CK-concentraties hoger zijn dan 4 maal de bovengrens van de normaalwaarde, wordt na een onderbreking van 6 weken of na normalisatie van de CK-waarden een voorzichtige herintroductie met een ander statine en/of lagere dosis of alternatief doseringsschema aanbevolen.
  • Bij klachten die kunnen wijzen op leverlijden, de transaminasen bepalen en de behandeling stoppen indien de transaminasen blijvend meer dan 3 maal de bovengrens van de normaalwaarde bedragen. Na normalisatie is een voorzichtige herintroductie met een ander statine en/of lagere dosis te overwegen.
  • Hoge doses statines vermijden bij patiënten met matige tot ernstige nierinsufficiëntie.
  • Aangeraden wordt om de behandeling met statines tijdelijk te staken enkele dagen vóór een chirurgische ingreep, wegens een verhoogd risico op rhabdomyolyse.

Ongewenste effecten

  • Met intensieve lipidenverlagende therapie is een hoger risico van ongewenste effecten aangetoond.
  • Spierklachten: myalgieën, myopathie, zelden leidend tot rhabdomyolyse en nierfalen; dit risico verhoogt bij ouderen en patiënten met nierinsufficiëntie, en bij associatie met bepaalde andere geneesmiddelen (zie rubriek “Interacties”).
  • Gastro-intestinale stoornissen, matige en vaak voorbijgaande stijging van de transaminasen, zelden hepatitis.
  • Beperkte stijging van de incidentie van type 2-diabetes.
  • Zelden: polyneuropathie, myasthenie.

Interacties

  • Verhoogd risico van spiertoxiciteit bij associëren met:
    • andere hypolipemiërende middelen zoals ezetimibe, fibraten en bempedoïnezuur
    • colchicine
    • ciclosporine (door inhibitie van de OAT1B1- en OATP1B3- transporters)
    • (neo)macroliden
    • CYP3A4-inhibitoren (voor atorvastatine en simvastatine), CYP2C9-inhibitoren (voor rosuvastatine) of P-gp-inhibitoren (voor atorvastatine).
  • Statines kunnen zich binden aan anionenuitwisselaars en moeten daarom minstens één uur vóór of vier uur na de toediening van de anionenuitwisselaar ingenomen worden.
  • Verhoogd effect van vitamine K-antagonisten door rosuvastatine, en misschien door de andere statines.
  • Verhoogde plasmaconcentraties bij gelijktijdig gebruik van bepaalde protease-inhibitoren (atazanavir + ritonavir; lopinavir + ritonavir) of van roxadustat door inhibitie van de OATP-transporter.
  • Atorvastatine is een substraat van CYP3A4 en van P-gp (zie Tabel Ic. in Inl.6.3. en Tabel Id. in Inl.6.3.).
  • Rosuvastatine is een substraat van CYP2C9 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).
  • Simvastatine is een substraat van CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).

Contra-indicaties

  • Leverinsufficiëntie en verhoogde transaminasen (> 3 keer de bovengrens van de normaalwaarden) (SKP).
  • Atorvastatine: op de website https://www.geneesmiddelenbijlevercirrose.nl wordt atorvastatine als “onveilig” (te vermijden) bij levercirrose beoordeeld.
  • Rosuvastatine: ernstige nierinsufficiëntie (SKP).

Prijstabel