Calcium carbonaat + magnesium carbonaat

ATC: A02AD01

Rennie
Ouderenzorg

Selecties

Gastro-intestinaal stelsel:

  • Intermitterende toediening (bij weinig uitgesproken refluxsymptomen) of eerste stap van de behandeling (bij meer uitgesproken klachten).
  • In geval van:
    • Functionele dyspepsie
    • GORD empirische behandeling
    • GORD behandeling bij negatieve endoscopie

Motivatie

  • Antacida zijn vaak effectief in het verlichten van de symptomen van GORD (gastro-oesofageale reflux ziekte). Ze zijn in dit opzicht gelijkwaardig aan elkaar. De waarde van combinaties van maagzuurremmers is niet bewezen.
  • Het gebruik van natriumwaterstofcarbonaat moet worden vermeden en is daarom uitgesloten. De overige maagzuurremmers hebben een vergelijkbaar profiel wat betreft bijwerkingen en voorzorgsmaatregelen.
  • Calciumcarbonaat + magnesiumcarbonaat is het goedkoopst.
Indicatie
Functionele dyspepsie
of GORD (empirische behandeling
of bij negatieve endoscopie)
Criteria voor de selectie Werkzaamheid +
Veiligheid +
Gebruiksgemak
Prijs +
Expert
consensus


Dosering

  • 1 of 2 kauwtabletten als één dosis opzuigen of opkauwen, bij voorkeur één uur na de maaltijd en voor het slapengaan, maar ook tussendoor, van zodra de eerste symptomen van hyperaciditeit de kop opsteken.
  • Voor een snelle verlichting van het ongemak, de eerste kauwtablet stukbijten.
  • Een maximum dosering van 8 g calciumcarbonaat (stemt overeen met 11 kauwtabletten) mag niet worden overschreden en men mag deze dosis niet langer dan 2 weken doorlopend innemen.
  • Mag niet tegelijk met grote hoeveelheden melk of melkproducten worden ingenomen.

In geval van nierfalen

  • Gecontra-indiceerd bij ernstige nierinsufficiëntie (<30ml/min).
  • Vermijd langdurig gebruik en hoge doses bij patiënten met lichte tot matige nierinsufficiëntie.

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • De meeste SKP's adviseren om het antacidum 1 uur na de maaltijd in te nemen, aangezien de maag na de maaltijd geleidelijk zuurder wordt.
  • Bij langdurig gebruik van antacida moet men steeds alert zijn op alarmsymptomen zoals dysfagie, vermagering of bloedingen, die kunnen wijzen op maligniteit.
  • Het natriumgehalte van de specialiteiten op basis van natriumwaterstofcarbonaat kan problemen geven bij patiënten op streng zoutarm dieet. Een in 2022 gepubliceerde observationele studie toont verhoogd hartlijden en verhoogde sterfte bij chronisch gebruik van geneesmiddelen met een hoog natriumgehalte [zie Folia mei 2023].
  • Specialiteiten met calcium, fosfaat of magnesium: in geval van langdurig gebruik moeten de plasmaconcentraties van calcium, fosfaat en magnesium regelmatig worden gecontroleerd, vooral bij personen met een verminderde nierfunctie.
  • Specialiteiten met calcium: in geval van gelijktijdig gebruik van thiazidediuretica moet de serumcalciumconcentratie regelmatig worden gecontroleerd, want thiazidediuretica verminderen de uitscheiding van calcium via de urine.

Ongewenste effecten

  • Natriumwaterstofcarbonaat: hypokaliëmie, alkalose, zoutretentie en oedeem, maaguitzetting en flatulentie door vorming van CO2.
  • Calciumcarbonaat: obstipatie, alkalose en hypercalciëmie.
  • Magnesiumhydroxide: diarree, magnesiumretentie vooral bij nierinsufficiëntie.
  • Algeldraat (aluminiumhydroxide): obstipatie en vorming in de darm van onoplosbaar aluminiumfosfaat, met risico van osteomalacie. Niettegenstaande de geringe resorptie kan bij nierinsufficiëntie toch accumulatie van aluminium optreden, met encefalopathie, osteodystrofie en anemie.
  • Aluminiumhoudende middelen: hypofosfatemie.

Interacties

  • Gewijzigde resorptie van andere geneesmiddelen door verandering van de maag-pH (bv. verminderde resorptie van itraconazol en bepaalde protease-inhibitoren en proteïnekinase-inhibitoren) of door vorming van niet-resorbeerbare complexen (bv. verminderde resorptie van ijzer, thyroïdhormonen, tetracyclines en chinolonen). Een interval van enkele uren tussen de innames is aangewezen.
  • Natriumwaterstofcarbonaat: beïnvloeding van de urinaire excretie van andere geneesmiddelen en verhoogde kans op nierstenen door alkalinisatie van de urine.
  • Aluminiumhoudende middelen: encefalopathie bij patiënten met nierinsufficiëntie bij associëren met citraat (aanwezig in veel bruistabletten) of ascorbinezuur.

Contra-indicaties

  • Associatie van calciumcarbonaat en magnesiumcarbonaat: hypercalciëmie, nefrolithiasis, hypofosfatemie.
  • Voor de meeste antacida wordt in de SKP in de rubriek “Contra-indicaties” ernstige nierinsufficiëntie vermeld.

Prijstabel