Selecties

ONVOORWAARDELIJKE SELECTIE

  • Respiratoire infecties
    • Pneumonie*:
      • eerste keuze bij patiënten ouder dan 65 jaar of bij aspiratiepneumonie (zie BAPCOC).
      • In bepaalde omstandigheden is doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk (zie BAPCOC).
  • Urogenitale infecties
    • Urineweginfecties met weefselinvasie (pyelonefritis, prostatitis)**:
      • Alternatief voor ciprofloxacine voor patiënten bij wie chinolonen gecontra-indiceerd zijn.
      • In bepaalde omstandigheden is doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk (zie BAPCOC).
* orale antibiotica zijn steeds geïndiceerd bij klinisch vermoeden van een bacteriële pneumonie. De klinische diagnose wordt gekenmerkt door klachten als koorts, kortademigheid/verhoogde ademarbeid, verhoogde ademfrequentie, focale crepitaties, anorexie en lethargie (zie BAPCOC).
** Behandel een urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie (waaronder koorts) onmiddellijk met een antibioticum. Deze wordt gestart voor de uitslag van de urinekweek en resistentiebepaling bekend zijn. De kweekuitslag kan reden zijn om van antibioticum te wisselen.

VOORWAARDELIJKE SELECTIE

  • Respiratoire infecties
    • Acute rinosinusitis: indien een antibioticum geïndiceerd is (zie BAPCOC) en er treedt geen verbetering op binnen 48 uur met amoxicilline in monotherapie (tweede stap). In bepaalde omstandigheden is doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk (zie BAPCOC).
    • Acute otitis media: indien een antibioticum geïndiceerd is (zie BAPCOC) en er treedt geen verbetering op binnen 48 uur met amoxicilline in monotherapie (tweede stap). In bepaalde omstandigheden is onmiddellijke of uitgestelde doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk (zie BAPCOC).
    • Acute COPD-exacerbatie: eerste keuze indien antibiotica geïndiceerd zijn (zie BAPCOC). In bepaalde omstandigheden is onmiddellijke of uitgestelde doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk (zie BAPCOC).
  • Gastro-intestinale infecties
    • Diverticulitis: eerste keuze indien antibiotica geïndiceerd zijn d.w.z. indien,ondanks symptomatische behandeling, geen verbetering optreedt of bij immuungecompromitteerde patiënten, belangrijke comorbiditeit, CRP > 150 mg/L of gecompliceerde diverticulitis (zie BAPCOC).

Motivatie

Indicatie (onvoorwaardelijke selectie)
Pneumonie (eerste keuze) Urineweginfecties met weefselinvasie (pyelonefritis, prostatitis)​ - empirische behandeling - alternatief als chinolonen gecontra-indiceerd zijn
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid + +
Veiligheid
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus

Indicatie (voorwaardelijke selectie)
Acute rinosinusitis of otitis media : tweede stap na amoxicilline Acute COPD-exacerbatie Diverticulitis
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid + + +
Veiligheid
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus


Dosering

een dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
Innemen aan het begin van een maaltijd.

ONVOORWAARDELIJKE SELECTIE

Pneumonie

  • 875mg/125mg, 3x per dag gedurende 5 dagen*.
  • Herevaluatie na 48 tot 72 uur**.
Acute pyelonefritis
  • Bij vrouwen: 875mg/125mg 3 x per dag gedurende 10 dagen.
  • Bij mannen: 875mg/125mg 3 x per dag gedurende 14 dagen***.

Acute prostatitis

  • 875mg/125mg 3 x per dag gedurende 14 dagen***.
VOORWAARDELIJKE SELECTIE
Acute rinosinusitis
  • 875mg/125mg, 3x per dag gedurende 5 dagen.

Acute otitits media

  • 875mg/125mg, 3x per dag gedurende 5 dagen.

Acute exacerbatie COPD

  • 875/125 mg 3 x par per dag gedurende 5 dagen*.
  • Herevaluatie na 48 tot 72 uur**.

Diverticulitis

  • 500 mg/125 mg 3x per dag, gedurende 7 dagen.

​

* Een behandelingsduur van 5 dagen wordt aanbevolen als de patiënt klinisch stabiel is op dag 5 (o.a. koortsvrij). Indien dit niet het geval is dient de patiënt te worden verwezen.
** Bij uitblijvende verbetering na 48 tot 72 uur en een ernstig ziektebeeld is verwijzing voor hospitalisatie aangewezen. Zie indicaties voor verwijzing naar spoed bij pneumonie of bij COPD-exacerbatie.
*** Bij aanwezigheid van een katheter kan er bij een goede respons gedurende 7 in plaats van 14 dagen behandeld worden en dient de katheter bij voorkeur voor de start, maar in elk geval voor het einde van de antibioticumkuur te worden vervangen.

In geval van nierfalen

GFR Dosis
> 30 ml/min geen dosisaanpassing nodig
tussen 10 en 30 ml/min 2 x 500 mg/125 mg amoxicilline/clavulaanzuur per dag
< 10 ml/min 1 x 500 mg/125 mg amoxicilline/clavulaanzuur per dag

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Het natriumgehalte van bruispreparaten (comprimés, poeders, granulaten) kan problemen geven bij patiënten op streng zoutarm dieet.
  • Bij langdurige toepassing nier- en leverfunctie en bloedbeeld regelmatig controleren.
  • Oudere patiënten: hepatische ongewenste effecten zijn vooral gemeld bij ouderen.
  • Amoxicilline+clavulaanzuur vraagt bijzondere aandacht bij ernstige nierinsufficiëntie (zie Inl.6.1.2. Nierinsufficiëntie).

Ongewenste effecten

  • Beïnvloeden van de commensale flora, met mogelijk diarree en gist- en schimmelinfecties tot gevolg. Pseudomembraneuze colitis door proliferatie van Clostridioides difficile kan optreden na behandeling met allerlei antibiotica, maar wordt frequenter gezien met penicillines (en met cefalosporines, chinolonen, lincomycine en clindamycine).
  • Maaglast en diarree: frequenter met amoxicilline + clavulaanzuur dan met amoxicilline alleen.
  • Allergie aan penicillines
    • Allergische reacties (met inbegrip van anafylactische shock) kunnen optreden.
    • Patiënten met allergie voor de andere penicillines zijn ook allergisch voor amoxicilline maar het tegenovergestelde is niet noodzakelijk waar.
    • Enkel bij een voorgeschiedenis van symptomen van anafylaxie (< 1 uur na inname) of symptomen zoals urticaria, angio-oedeem, hypotensie, hartaritmie, larynxoedeem, en/of bronchospasme binnen de 72 uur na inname, moet van behandeling met penicillines afgezien worden.
    • De incidentie van IgE-gemedieerde penicillineallergie wordt vaak sterk overschat: anafylactische shock komt voor bij ten hoogste 0,015% van de blootgestelde individuen. Slechts een klein percentage van de vele patiënten die een geschiedenis van penicillineallergie vermelden, vertoont in werkelijkheid een IgE-gemedieerde allergie. Een huidtest kan nuttig zijn bij twijfel aan IgE-gemedieerde penicillineallergie. Bij kinderen is anafylaxie na inname van penicilline nog zeldzamer.
    • Andere, niet-levensbedreigende allergische reacties zijn overgevoeligheidsreacties van type II (anemie of trombocytopenie) of van type III (serumziekte).
    • Bij sommige patiënten met IgE-gemedieerde penicilline-overgevoeligheid bestaat er ook allergie voor de cefalosporines (zie bij de verschillende cefalosporines).
  • Naast deze penicillineallergie bestaat er voor amoxicilline ook een risico van maculopapuleuze huiduitslag. Deze niet-allergische huiduitslag, die moeilijk te onderscheiden is van een type IV-allergische reactie, treedt veel frequenter op bij patiënten met mononucleosis infectiosa of met lymfatische leukemie, en bij gelijktijdige behandeling met allopurinol. Het optreden van deze niet-allergische reactie wordt niet beschouwd als een contra-indicatie voor een toekomstige behandeling met een penicilline.
  • Hepatitis, vooral cholestatisch, waarschijnlijk te wijten aan clavulaanzuur. Vooral bij langdurige of herhaalde behandeling, en soms pas enkele weken na stoppen van de behandeling.
  • Kristalurie (vooral bij hoge intraveneuze doses) is gemeld.

Interacties

  • Vitamine K-antagonisten: interactie werd beschreven met bijna alle antibiotica. Hoewel het bewijs van interactie met vele antibiotica (ook de penicillines) zwak is, wordt uit voorzichtigheid toch aanbevolen om de INR te controleren binnen de 3 tot 5 dagen na het starten van eender welk antibacterieel middel.
  • Oestroprogestagenen: er zijn geen bijkomende anticonceptieve maatregelen nodig, tenzij er sprake is van ernstig braken of hevige, waterdunne diarree [voir Folia november 2021].
  • Verhoogde plasmaconcentratie van penicillines en bepaalde cefalosporines door verminderde renale excretie bij associëren met probenecid, een remmer van de OAT1- en OAT3-transporters.
  • Verhoogd risico van maculopapuleuze huiduitslag bij associëren met allopurinol.
  • Verhoogde toxiciteit van methotrexaat bij associëren met een penicilline.

Contra-indicaties

  • IgE-gemedieerde penicilline-overgevoeligheid (zie rubriek “Ongewenste effecten”).
  • Antecedenten van leverlijden bij vroegere behandeling met amoxicilline + clavulaanzuur (SKP).

Prijstabel