Selecties

Osteo-articulaire aandoeningen

  • Bij een hoog fractuurrisico (gedocumenteerde osteoporose) : tweede keuze voor medicamenteuze fractuurpreventie, in associatie met calcium- en vitamine D-supplementen, een verandering in leefstijlmaatregelen en een multifactoriële aanpak bij valpreventie, in geval van intolerantie, contra-indicatie of slechte therapietrouw met alendronaat.

Motivatie

  • Bisfosfonaten (in combinatie met vitamine D en calcium) zijn effectief in het voorkomen van wervel- en niet-wervelfracturen bij vrouwen met gedocumenteerde osteoporose. Bij mannen en in de context van glucocorticoïd-gerelateerde osteoporose is ook aangetoond dat bisfosfonaten een gunstig effect hebben, maar alleen op de botdensiteit (BMD).
  • Veiligheid van bisfosfonaten bij oudere patiënten is aanvaardbaar, op voorwaarde dat bepaalde voorzorgsmaatregelen worden genomen.
  • De maatregelen voor de inname van orale bisfosfonaten kunnen de therapietrouw beïnvloeden. In dergelijke gevallen, of wanneer orale bisfosfonaten gecontra-indiceerd zijn, is de injecteerbare vorm (zoledronaat) een duurder alternatief waarvoor vergoedingsvoorwaarden bestaan (Hoofdstuk IV - zie Inl 5. Terugbetalingsmodaliteiten en de begrippen “goedkoop voorschrijven” en “afleveren van een specialiteit die behoort tot de ‘goedkoopste’ geneesmiddelen).
  • Zoledronaat heeft als indicatie de behandeling van postmenopauzale osteoporose bij vrouwen, de behandeling van osteoporose bij mannen en de behandeling van osteoporose door corticosteroïden.

Indicatie
Gedocumenteerde osteoporose (tweede keuze)
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid +
Veiligheid +
Gebruiksgemak +
Prijs
Expert
consensus


Dosering

​Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
Adviseer oudere patiënten, vooral degenen die diuretica gebruiken, om minstens 1 tot 2 glazen water te drinken voor en na de behandeling.

  • 5 mg eenmaal per jaar door langzame intraveneuze infusie (minimale infusietijd 15 min), met een constante infusiesnelheid.

In geval van nierfalen

  • GFR ≥ 35 mL/min : geen dosisaanpassing nodig.
  • GFR < 35 mL/min: gecontraïndiceerd.

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Voor alle bisfosfonaten is de biologische beschikbaarheid na orale toediening laag; zij moeten nuchter worden ingenomen met (niet-bruisend en calciumarm) water en er moet minstens 30 minuten gewacht worden vooraleer voedsel, drank, een ander geneesmiddel of calcium wordt ingenomen.
  • Gezien het risico van slokdarmletsels na orale inname neemt men best de tabletten in met een groot glas water (minstens 100 ml), wacht men best 1 uur of tot na de inname van voedsel alvorens te gaan liggen, en vermijdt men de tabletten op te zuigen of stuk te bijten.
  • In verband met kaakbeennecrose is een preventief tandheelkundig onderzoek aangewezen vóór starten van een bisfosfonaat in hoge (oncologische) dosis, om invasieve tandheelkundige ingrepen tijdens de behandeling te vermijden.
  • Zeker bij ongewone doseringsschemata (bv. wekelijks, maandelijks of jaarlijks) is het belangrijk te zorgen dat de patiënt de doseringsinstructies goed begrijpt.
  • Gezien het risico van hypocalciëmie bij intraveneuze toediening moeten eventuele tekorten aan vitamine D en calcium vooraf worden gecorrigeerd.
  • Zoledronaat: gezien het risico van acute nierinsufficiëntie moet de intraveneuze toediening gebeuren over minstens 15 minuten, na controle van de nierfunctie en voldoende hydratie, zeker bij patiënten die diuretica gebruiken.
  • Het natriumgehalte van bruispreparaten (tabletten, poeders, granulaten) kan problemen geven bij patiënten op zoutarm dieet. Een observationele studie geeft een signaal van verhoogd hartlijden en sterfte bij gebruik van geneesmiddelen met hoog natriumgehalte [zie Folia mei 2023].

Ongewenste effecten

  • Musculoskeletale pijn, hoofdpijn, duizeligheid en asthenie.
  • Atypische stressfracturen van het dijbeen; zeer zeldzaam maar het risico neemt toe met de duur van de behandeling [zie Folia juli 2021, rubriek Geneesmiddelenbewaking: bisfosfonaten en risico van atypische femurfracturen].
  • Bij orale toediening: diarree en andere gastro-intestinale ongemakken; vooral met alendronaat: slokdarmulcera (zie rubriek "Bijzondere voorzorgen”).
  • Bij intraveneuze toediening: voorbijgaande koorts, rillingen, spierpijn en gewrichtspijn, uveïtis, hypocalciëmie.
  • Risico van kaakbeennecrose en in zeldzamere gevallen necrose van de uitwendige gehoorgang, vooral bij intraveneuze toediening of bij een langdurige behandeling (meerdere jaren).
  • Zoledronaat: ook vermindering van de nierfunctie na snelle intraveneuze toediening (zie rubriek “Bijzondere voorzorgen”), en voorkamerfibrillatie.
  • Pamidronaat: ook anemie, trombocytopenie, lymfocytopenie, hypertensie, acute nierinsufficiëntie.

Interacties

  • Verminderde resorptie van bisfosfonaten bij inname van voedsel, calcium, ijzer, antacida, of magnesiumbevattende middelen zoals voedingssupplementen. Afhankelijk van het gebruikte bisfosfonaat varieert in de SKP de aanbevolen tijdsduur tussen de (orale) inname van bisfosfonaat en de inname van voedsel of geneesmiddelen en supplementen van 30 tot 60 minuten (zie Folia december 2023).

Contra-indicaties

  • Slokdarmafwijkingen.
  • Hypocalciëmie.
  • Tandabcessen.
  • Risedronaat en zoledronaat: ernstige nierinsufficiëntie (SKP).

Prijstabel