Selecties

VOORWAARDELIJKE SELECTIE

Infectieziekten

  • Huid en weke delen​
    • Orale candidose: enkel bij pijn en/of voedingsproblemen en bij falen van lokale behandeling.

Motivatie

  • Orofaryngeale candidose is een zelflimiterende aandoening.
  • Behandeling wordt overwogen bij pijn of voedingsproblemen.
  • Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van fluconazol bij oudere patiënten, vooral als er sprake is van comorbiditeit en/of polymedicatie. Enkel bij falen van lokale behandeling, kan een systemische behandeling met fluconazol overwogen worden.

Indicatie
orale candidose (voorwaardelijke selectie)
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid +
Veiligheid
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.

Candida stomatitis bij immuuncompetente volwassenen

  • dag 1: 200 mg in 1 gift.
  • daarna 100 mg per dag in 1 gift gedurende 7 tot 21 dagen volgens klinische evolutie.

Bij atrofische candida stomatitis ten gevolge van kunstgebit

  • 50 mg per dag in 1 gift gedurende 14 dagen.

In geval van nierfalen

  • De eerste dosis is een normale opstartdosis.
  • De volgende dosissen worden als volgt aangepast:
Creatinineklaring Percentage van de aanbevolen dosis

> 50 ml/min

100%

≤ 50ml/min

50 % van de dosis
dialyse 100% van de dosis na elke dialyse

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Voor voriconazol kunnen de plasmaconcentraties sterk variëren van persoon tot persoon en is het opvolgen ervan aangeraden.
  • De maagsapresistente tabletten op basis van posaconazol hebben een betere biologische beschikbaarheid dan de suspensie; bij uitwisselen van de twee vormen zonder dosisaanpassing zijn ernstige ongewenste effecten gerapporteerd [zie Folia december 2018].
  • Itraconazol harde capsules moeten worden toegediend tijdens of vlak na een maaltijd (SKP). De plasmaconcentraties van itraconazol zijn namelijk hoger wanneer het onder deze omstandigheden wordt ingenomen. Bij patiënten met een verminderde maagzuursecretie (door achloorhydrie of het gebruik van geneesmiddelen die de maagzuursecretie verminderen) wordt aanbevolen om itraconazol in te nemen met een zure drank. [Zie Folia april 2024].
  • Bij de oudere patiënten: miconazol en andere azoolderivaten zijn sterke inhibitoren van CYP-iso-enzymen, met risico van interacties (zie tabel Ic. in Inl.6.3.): zeker bij ouderen met polyfarmacie moet het risico van interacties nagekeken worden.
  • Bij de oudere patiënten: bijzondere aandacht voor het risico van QT-verlenging met fluconazol en andere azoolderivaten.

Ongewenste effecten

  • Fluconazol, mogelijk ook met itraconazol, posaconazol en voriconazol: verlenging van het QT-interval, met risico van torsades de pointes (voor de risicofactoren voor torsades de pointes in het algemeen, zie Inl.6.2.2. QT-verlenging en torsades de pointes).
  • Fluconazol: gastro-intestinale last, rash, stijging van de leverenzymen.
  • Isavuconazol: gastro-intestinale last, stijging van de leverenzymen, dyspneu, hoofdpijn, hypokaliëmie, huiduitslag, reactie ter hoogte van de injectieplaats.
  • Itraconazol: gastro-intestinale last, rash, hepatotoxiciteit, hoofdpijn, neuropathie, hartfalen.
  • Miconazol: nausea en braken, diarree bij langdurige behandeling. Verstikking door gebruik van de orale gel bij zuigelingen en jonge kinderen is gerapporteerd [zie Folia september 2012].
  • Posaconazol en voriconazol: koorts, hoofdpijn, gastro-intestinale last, stijging van de leverenzymen, perifeer oedeem, hematologische stoornissen, visusstoornissen, tromboflebitis ter hoogte van de injectieplaats.
  • Voriconazol: fotosensibilisatie (vooral bij langdurige behandeling).

Interacties

  • Toename van het effect van vitamine K-antagonisten.
  • Fluconazol (mogelijk ook itraconazol, posaconazol en voriconazol): verhoogd risico van torsades de pointes bij associëren met andere geneesmiddelen die het risico van QT-verlenging verhogen (zie Inl.6.2.2. QT-verlenging en torsades de pointes).
  • Voriconazol: flucloxacilline leidt tot subtherapeutische plasmaconcentraties van voriconazol bij de helft van de patiënten.
  • Itraconazol: verminderd resorptie van itraconazol door PPI's door de veranderde maag-pH [zie Folia april 2024].
  • Fluconazol is een substraat van CYP2C9 en CYP2C19, en een inhibitor van CYP2C9, CYP2C19 en CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.), met o.a. een toename van het effect van vitamine K-antagonisten.
  • Isavuconazol is een substraat van CYP3A4, een inhibitor van CYP3A4 en P-gp (zie Tabel Ic. in Inl.6.3. en Tabel Id. in Inl.6.3.).
  • Itraconazol is een substraat en inhibitor van CYP3A4 en van P-gp (zie Tabel Ic. in Inl.6.3. en Tabel Id. in Inl.6.3.).
  • Miconazol is een inhibitor van CYP2C9 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.) met o.a. toename van het effect van vitamine K-antagonisten.
  • Posaconazol is een inhibitor van CYP3A4 en substraat van P-gp (zie Tabel Ic. in Inl.6.3. en Tabel Id. in Inl.6.3.).
  • Voriconazol is een substraat van CYP2C19 en CYP3A4, en een inhibitor van CYP2B6, CYP2C9, CYP2C19 en CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.), met o.a. toename van het effect van vitamine K-antagonisten.

Contra-indicaties

Prijstabel