Selecties

Oftalmologie:

  • Allergische conjunctivitis: behandeling en profylaxe van allergische rhino-conjunctivitis

Neus-keel-oren:

  • Allergische rhinitis: behandeling en profylaxe:
    • Bij persisterend en matige tot ernstige klachten.
    • Bij intermitterende en milde klachten met predominante neusobstructie *.
  • Niet allergische rhinitis, als de klachten aanhouden ondanks nasale antihistaminica (nasale azelastine wordt geselecteerd als voorkeursbehandeling).

* Nasale azelastine is de voorkeursbehandeling bij milde en intermittente klachten van allergische rhinitis bij predominante neusloop.

Motivatie

  • Nasale corticosteroïden
  • In lage dosis geen systemische bijwerkingen van nasale corticosteroiden te verwachten. Orale antihistaminica hebben meer risico op bijwerkingen met ondermeer sedatie en anticholinerge bijwerkingen.
  • We selecteren mometason in waterige oplossing omwille van de gunstigste prijs voor de aanbevolen dosering.

Indicatie
Allergische rhinitis - persisterend en matige tot ernstige klachten Allergische rhinitis - intermitterende en milde klachten met predominante neusobstructie Niet allergische rhinitis - na falen van nasale antihistaminica
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid + + +
Veiligheid + + +
Gebruiksgemak
Prijs + + +
Expert
consensus


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
Toedieningstechniek: Buig het hoofd naar voren, knijp één neusgat dicht en verstuif, weg van het neustussenschot (om lokale ongewenste effecten te vermijden) en snuif goed tijdens de verneveling.
  • De gebruikelijke dosis is 2 puffs per neusgat 1x per dag
    • Na enkele weken evalueren en proberen het gebruik af te bouwen,
    • Bij allergische rhinitis:
      • als de symptomen onder controle zijn, 1 puff per neusgat 1x per dg (onderhoudsdosis),
      • als de symptomen niet onder controle zijn. Dosering tijdelijk verhogen tot max. 2 puffs per neusgat, 2x per dag, op geleide van symptomen,
      • duur van de behandeling beperken tot de periode waarin blootstelling aan allergenen plaatsvindt,
      • profylactische behandeling bij voorgeschiedenis van seizoensgebonden allergische rhinitis: de behandeling starten enkele dagen vóór het begin van het pollenseizoen.

In geval van nierfalen

  • Geen aanpassing nodig bij nierinsufficiëntie.

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Ongewenste effecten

  • Corticosteroïden: epistaxis en irritatie die deels te voorkomen zijn door goede toedieningstechniek (hoofd vooroverbuigen en weg van het neustussenschot verstuiven).
  • Antihistaminica: hoofdpijn, smaakstoornissen, epistaxis, lokale pijn, sinusitis, keelpijn, hoest, nausea, vertigo, vermoeidheid en slaperigheid.

Interacties