Selecties

Gastro-intestinaal stelsel:

  • Peptisch ulcus:
    • Behandeling van maagulcus/duodenaal ulcus.
    • Eradicatie H. pylori-infectie (in associatie met amoxicilline + clarithromycine + metronidazol).
    • Preventie van ulcera veroorzaakt door:
      • NSAID’s
      • Lage dosis acetylsalicylzuur bij ouderen > 80 jaar en bij risicopatiënten (zie 3.1 Maag- en duodenum pathologie rubriek "Plaatsbepaling"), afhankelijk van de risico-baten balans op lange termijn.
  • GORD: empirische behandeling van GORD (gastro-oesofageale reflux) of bij negatieve endoscopie indien geen verbetering met antacida.
  • GORD: met edoscopisch vastgestelde oesofagitis.
  • Functionele dyspepsie (met reflux): indien geen verbetering met antacida (dyspepsie die niet op reflux berust, is geen indicatie).

Motivatie

MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE

  • Inhibitoren van de maagzuursecretie vormen de basis van de behandeling van ulcus pepticum en refluxoesofagitis, zij verbeteren refluxsymptomen en verminderen de gastro-intestinale toxiciteit van NSAID's, met een beschermend effect op ulcuscomplicaties zoals perforatie of bloeding.
  • Er zijn waarschijnlijk geen verschillen in werkzaamheid tussen de verschillende protonpompremmers PPI's. PPI's zijn substraten van CYP2C19. Pantoprazol interfereert echter het minst met dit cytochroom. Gezien de verhoogde kwetsbaarheid van ouderen en de grotere kans op polymedicatie, wordt gekozen voor pantoprazol.
Indicatie
Peptisch ulcus
en/of eradicatie
H. pylori-infectie
GORD Functionele dyspepsie
(tweede stap)
Preventie van ulcera
veroorzaakt door
NSAID
Criteria voor de selectie Werkzaamheid ++ ++ ++
Veiligheid + + +
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus
+


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.

Maagulcus

  • 40 (eventueel 80) mg 1x/d gedurende 4 (eventueel 8) weken.

Duodenaal ulcus

  • 40 (eventueel 80) mg 1x/d gedurende 2 (eventueel 4) weken.

Eradicatie H. pylori (quadritherapie)

  • 20 mg, 2x/d ged. 10 dagen (in associatie met 2x/d: amoxicilline 1 gr + clarithromycine 500 mg + metronidazol 500mg).

Preventie van ulcera door NSAID’s bij risicopatiënten

  • 20 mg 1x/d.

Refluxoesofagitis

  • Behandeling: 40 (eventueel 80) mg 1x/d gedurende 4 (eventueel 8) weken.
  • Preventie van recidieven: 20 (eventueel 40) mg 1x/d.

Refluxsymptomen

  • 20 mg 1x/d gedurende 2 à 4 (eventueel 8) weken.

In geval van nierfalen

  • Geen dosisaanpassing bij nierinsufficiëntie.

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Bij langdurig gebruik van maagzuursecretie-inhibitoren moet men steeds alert zijn op alarmsymptomen zoals dysfagie, vermagering of bloedingen, die kunnen wijzen op maligniteit.
  • Wanneer een langdurige PPI-behandeling wordt opgestart bij patiënten op levothyroxine, is opvolging van het TSH aangewezen.
  • PPI's kunnen leverinsufficiëntie verergeren en leiden tot een verhoogde mortaliteit bij patiënten met leverlijden (zie ook rubriek “Contra-indicaties”).

Ongewenste effecten

  • Nausea, diarree, hoofdpijn, rash, benigne fundic-gland poliepen.
  • Rebound reflux na stoppen van de behandeling.
  • Zelden: gastro-intestinale infecties (bv. Clostridium difficile) en verhoogd risico van reizigersdiarree, (soms ernstige) huidaandoeningen, interstitiële nefritis, hyponatriëmie (in het begin van de behandeling).
  • Bij langdurig gebruik, nierinsufficiëntie [zie Folia mei 2022], osteoporose met verhoogd risico van fracturen, vitamine B12-deficiëntie en hypomagnesiëmie [zie Folia november 2016].
  • Bij langdurig gebruik van PPI's suggereren sommige publicaties, zonder formeel bewijs van een causaal verband, een risico van overlijden, cardiovasculaire events, maagkanker, diabetes, dementie en darmkolonisatie met multiresistente kiemen [zie Folia mei 2022].
  • Observationele gegevens bij kinderen suggereren een risico op fractuur, astma en infecties, inclusief ernstige infecties [zie Folia mei 2022 en Folia september 2024].

Interacties

  • Mogelijk vertraagde resorptie van sommige PPI’s bij inname met voedsel. Er wordt algemeen aanbevolen een PPI in te nemen op een lege maag, maar of dit een positief effect heeft op de symptomen en het slijmvlies, is niet duidelijk [zie Folia december 2023].
  • Gewijzigde resorptie van andere geneesmiddelen door verandering van de maag-pH (bv. verminderde resorptie van itraconazol, ijzer, levothyroxine, rilpivirine en bepaalde protease-inhibitoren en proteïnekinase-inhibitoren). In dat geval kan men overwegen om het gebruik van de PPI tijdelijk te stoppen.
  • Risico van verhoogde toxiciteit van methotrexaat (vooral wanneer het gebruikt wordt in hoge doses). Bij gelijktijdig gebruik van hoge doses methotrexaat, wordt de PPI best tijdelijk gestopt.
  • De protonpompinhibitoren (PPI's) zijn substraten van CYP2C19. Omeprazol en esomeprazol (de S-isomeer van omeprazol) zijn daarenboven inhibitoren van CYP2C19 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.). Lansoprazol is daarenboven een substraat van CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.). Omeprazol en esomeprazol (en in mindere mate lansoprazol) kunnen de omzetting van clopidogrel tot zijn actieve metaboliet remmen, met daling van het antiaggregerend effect en verhoogd risico van cardiovasculaire events. Als het samen geven van clopidogrel met een PPI essentieel is, lijkt het voorzichtiger omeprazol en esomeprazol te vermijden.

Contra-indicaties

  • Op de website geneesmiddelenbijlevercirrose.nl worden lansoprazol, omeprazol, pantoprazol en rabeprazol als “onveilig” (te vermijden) bij levercirrose beoordeeld.

Prijstabel