Haloperidol

ATC: N05AD01

Haldol
Ouderenzorg

Selecties

Zenuwstelsel

  • Delirium: bij angst met wanen of hallucinaties en bij hevige motorische onrust.
  • Gedragstoornissen bij dementie:
    • Enkel na falen van een niet-medicamenteuze aanpak of indien het gedrag een gevaar vormt voor de patiënt zelf of de omgeving*.
    • De behandeling wordt zo kort mogelijk gehouden, en bij aanvang dient een tentatieve stopdatum (binnen 3 maanden) te worden voorzien.
    • Regelmatige evaluatie is vereist.
    • Keuze tussen haloperidol en risperidon, afhankelijk van de patiëntenkarakteristieken.

*zie Toolbox – Gedragsproblemen bij dementie

Motivatie

Delirium

  • Of medicamenteuze symptoombestrijding noodzakelijk is moet in de individuele situatie zorgvuldig afgewogen worden​​​​​​​​​​​​.
  • De werkzaamheid van antipsychotica ter symptoombestrijding bij delirium is niet eenduidig aangetoond. Dit zijn middelen met belangrijke ongewenste effecten.
  • Het veiligheidsprofiel van haloperidol is algemeen bekend (lange klinische ervaring) en dit is een van de redenen die de keuze ervan als eerstelijnsbehandeling rechtvaardigt als er een medicamenteuze behandeling moet worden gestart.

Gedragsproblemen bij dementie

  • De werkzaamheid van antipsychotica voor de behandeling van BPSD blijkt zeer beperkt​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​. Er is weinig evidentie voor een klinisch relevant effect op lange termijn (meer dan drie maanden).
  • Op grond van de gepubliceerde onderzoeken over werkzaamheid en bijwerkingen kan geen duidelijke voorkeur worden gegeven voor een bepaald middel.
  • Het meeste onderzoek, is gebeurd met haloperidol en risperidon.

Indicatie
Delirium Gedragsproblemen bij dementie
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid
Veiligheid +/- +/-
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus
+ +


Dosering

Delirium
  • I.M. toediening: 0.5 tot 5 mg/dag.
Gedragsproblemen bij dementie
Begin met een zo laag mogelijke dosis, bouw langzaam op, evalueer regelmatig de risico-batenverhouding en houd de behandelingsduur zo kort mogelijk.
Bij leverinsufficiëntie: de startdosis halveren en langzaam opbouwen.
De hier gegeven dosis is slechts een leidraad en moet individueel aangepast worden.
  • Aanvangsdosis: 0,5 mg tot 1 mg per dag in 1 of 2 giften (druppels of comprimés).
  • Indien nodig de dosis verhogen na 4 tot 7 dagen tot een maximale dosis van 5 mg per dag (in meerdere giften).
  • Bij stabiele toestand: geleidelijk de dosis verminderen.
  • Bij één inname per dag: inname ‘s avonds.
  • Druppels kunnen opgelost worden in vloeistof.

In geval van nierfalen

  • Bij nierinsufficiëntie (creatinineklaring <10 ml/min) de aanvangsdosis verminderen en dosis instellen op basis van therapeutische respons.

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Zwangerschap en borstvoeding, bijzondere voorzorgen, toediening en dosering

Ongewenste effecten

  • Zie 10.2. Antipsychotica; deze middelen geven minder sedatie en minder orthostatische hypotensie dan de fenothiazinen; extrapiramidale verschijnselen zijn frequent.

Interacties

Contra-indicaties

  • Depressie van het centrale zenuwstelsel, comateuze aandoeningen.
  • Ziekte van Parkinson.
  • Droperidol, haloperidol en pimozide: risicofactoren voor QT-verlenging (zie Inl.6.2.2. QT-verlenging en torsades de pointes).
  • Bromperidol: ook depressie.
  • Droperidol: ook ernstige depressie, feochromocytoom.
  • Haloperidol: ook Lewy-bodydementie, progressieve supranucleaire verlamming.

Prijstabel