Het aantal invasieve pneumokokkeninfecties neemt toe, vooral bij ouderen. In dit artikel bespreken we de nieuwe aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad voor vaccinatie bij volwassenen, de plaats van het 20-valent en het nieuwe 21-valent vaccin in de verschillende leeftijdscategorieën, en enkele aandachtspunten rond serotypeverdeling.
Kernboodschappen
Invasieve pneumokokkeninfecties, veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae, zijn de laatste jaren opnieuw in opmars. Tijdens de COVID-19-periode werd een daling van het aantal gevallen vastgesteld, maar sindsdien is de incidentie opnieuw gestegen. Vorige winter (2024-2025) werd zelfs het hoogste aantal besmettingen van het voorbije decennium geregistreerd. De stijging is het meest uitgesproken bij 65-plussers.
Bij oudere patiënten uit een invasieve pneumokokkeninfectie zich vooral als pneumonie (in 64% van de gevallen) of als bacteriëmie (in 29% van de gevallen). Vaccinatie heeft als doel deze ernstige en potentieel levensbedreigende infecties te voorkomen.
Streptococcus pneumoniae bestaat uit meer dan 100 serotypes, slechts een aantal hiervan zijn verantwoordelijk voor invasieve pneumokokkeninfecties. Omdat de circulerende serotypes in de tijd evolueren, mede door de grootschalige vaccinatieprogramma’s, moet ook de vaccinatiestrategie regelmatig worden aangepast aan de epidemiologische situatie.
Enkele maanden na de herziening van het advies van de HGR over pneumokokkenvaccinatie bij kinderen (zie Folia augustus 2025), werd ook het advies voor volwassenen geactualiseerd. Aanleiding is de evolutie van de epidemiologie van invasieve pneumokokkeninfecties in België en de commercialisatie van het 21-valent geconjugeerd vaccin (PCV21) voor volwassenen (zie Folia maart 2026).
PCV21 is een nieuw gecommercialiseerd pneumokokkenvaccin dat 21 serotypes van Streptococcus pneumoniae dekt. Acht van deze serotypes komen in geen enkel ander pneumokokkenvaccin voor. Omgekeerd bevat PCV21 niet alle serotypes die wel aanwezig zijn in PCV13, PCV15 of PCV20 (zie verder ‘Serotype-dekking’).
PCV21 is volgens de SKP geïndiceerd voor actieve immunisatie bij volwassenen vanaf 18 jaar ter preventie van invasieve ziekte en pneumonie veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae.
De voornaamste wijzigingen in risicogroepen zijn:
De risicogroepen waarvoor de HGR in het herziene advies vaccinatie tegen pneumokokken voorstelt zijn dus:
Afhankelijk van de leeftijdscategorie en de aanwezige risicofactoren beveelt de HGR het gebruik van PCV20 of PCV21 aan:
De HGR beveelt geen sequentiële schema’s meer aan. Na vaccinatie met PCV20 of PCV21 zijn ook geen herhalingsvaccins meer aanbevolen.
Wel zijn inhaalschema’s voorzien voor personen die nog niet eerder met PCV20 en/of PCV21 werden gevaccineerd.
In tegenstelling tot het vorige advies wordt geen bovengrens qua leeftijd meer gehanteerd. Hoewel er geen data zijn over de effectiviteit bij 85-plussers, zijn er geruststellende veiligheidsgegevens. Gezien de hoge ziektelast en het verhoogd risico op complicaties in deze populatie, raadt de HGR vaccinatie bij deze doelgroep aan.
De serotypes die verantwoordelijk zijn voor invasieve pneumokokkeninfecties verschillen in functie van de leeftijdscategorie van de patiënt. Bij 65-plussers biedt PCV21 theoretisch een hogere serotype-dekking (78,5%) voor invasieve pneumokokkeninfecties dan PCV20 (67,6%). PCV20 biedt echter bij de jongere leeftijdsgroepen een relatief hogere dekking, wat zich weerspiegelt in het advies bij kinderen (zie Folia augustus 2025) en bij de jongere groep risicopatiënten.
Een belangrijk aandachtspunt is serotype 4, dat niet aanwezig is in PCV21. Dit serotype kende in 2024-2025 een meer dan tienvoudige stijging ten opzichte van de pre-COVID-winter van 2019-2020 en is verantwoordelijk voor 7,7% van de invasieve pneumokokkeninfecties over alle leeftijdscategorieën heen. De aanwezigheid van serotype 4 daalt met de leeftijd: het is verantwoordelijk voor 21,2% van de invasieve infecties in de leeftijdscategorie 18-49 jarigen, voor 11,0% bij de 50-64 jarigen, voor 4,7% bij de 65-84 jarigen en voor slechts 1,8% bij de 85-plussers. Bij personen jonger dan 50 jaar, bij wie serotype 4 duidelijk meer voorkomt dan bij personen ouder dan 50 jaar, blijft PCV20 volgens de HGR daarom te verkiezen boven PCV21.
Bij patiënten van 65 jaar of ouder dekt PCV21 een groter aandeel van de serotypes die momenteel aanleiding geven tot invasieve pneumokokkeninfecties dan PPV23. Dit is mede de reden waarom de toediening van PPV23 geen plaats meer heeft in de herziene aanbeveling van de HGR.
Vaccinatie tegen pneumokokken biedt bescherming tegen specifieke serotypes, maar de epidemiologie van invasieve pneumokokkeninfecties evolueert voortdurend, mede door de grootschalige vaccinatieprogramma’s. Continue opvolging van circulerende serotypes blijft dus essentieel.
De Europese goedkeuring voor het 21-valent geconjugeerde vaccin is gebaseerd op twee pivotale studies die de immuunrespons op PCV21 vergeleken met PCV20 en met PPV23:
Het wegvallen van herhalingsvaccinaties na toediening van PCV20 of PCV21 en van PPV23 betekent een vereenvoudiging van de vaccinatiestrategie. De HGR hoopt hiermee een hogere vaccinatiegraad te bekomen.
Ondanks een ruime serotype-dekking blijft slechts een deel van de circulerende stammen gedekt. Vaccinatie mag dan ook geen vals gevoel van veiligheid creëren en moet deel blijven van een bredere preventieve aanpak.